
Hij was er nog nooit geweest, maar de contouren van het landschap kwamen hem wel bekend voor. Dan
weer vlak, dan weer heuvelachtig, ergens een klein meertje, waar geen water in stond en een klein
bos met kreupelhout, dat toch niet moeilijk te doordringen was.
De eerste twee heuvels waren best steil, maar Lula was nog fris en had weinig moeite naar boven te
komen. Op de top van beide stond een soort rotsblok, dat bij aanraking hard aanvoelde. Tussen de
heuvels liep een rivierbedding, waar nu geen water in stond, maar waaraan je kon zien, dat er af en
toe wel eens beekje door stroomde. Hij nam de weg tussen de bergjes door en vlak voor het weer vlak
werd, stopte hij even. Hij ging rustig zitten en keek uit over de licht golvende vlakte, waar hij in
de verte een put meende te zien.
Langzaam vervolgde hij na een tijdje zijn weg. De ondergrond voelde zacht en soepel aan en veerde
een beetje onder het lopen. Aangekomen bij de put, zag hij dat er geen water in stond. Het had de
vorm van een klein meer met grillig gevormde randen, die op een natuurlijke manier waren gevormd
door erosie. Hij ging ervoor liggen, en het was net alsof er mos in groeide dat bewoog zodra hij
probeerde het te betasten, alsof de randen van het meertje zich dichtknepen bij elk aanraking.
Lula stond op en keek over de holte heen naar voren. Daar, niet al te ver weg begon het struikgewas,
niet al te hoog, en het zag er wat ondoordringbaar uit. Maar toen hij dichterbij kwam, leek het toch
of het enigszins gecultiveerd was. Er zaten geen grote takken aan de struiken en aan weerszijde was
de begroeiing weggekapt, zodat er maar een klein bosje hout was overgebleven, waar je gemakkelijk
doorheen kon komen.
Met zijn handen kroelde hij zachtjes door de struiken. Er zaten geen scherpe punten aan en ze
voelden aangenaam. Ook roken ze lekker, hoewel er geen bloemen aan zaten. En hoe verder hij door het
bosje liep, hoe doordringender die geur werd. Toen hij het diep inhaleerde, rilde zijn lichaam even.
Plotseling stond hij aan de rand van het struikgewas. De weg splitste zich in een v-vorm en liep
vrij scherp naar beneden. Recht voor hem zag Lula een kleine verhoging en toen hij erover heen keek,
lag daarachter een smalle spleet tussen twee zacht glooiende, licht rood weerspiegelende,
heuveltjes. Het leek op een smalle rivierbedding, want hij zag iets glinsteren.
Toen hij met zijn handen op de kleine verhoging steunde, voelde dat week aan, maar daaronder leek
zich iets hards te bevinden. Hij aarzelde even welke kant hij zou nemen, links, rechts of recht door
die smalle, licht vochtige, bedding. Hij koos voor de linkerkant met rechts van hem de natte spleet
en links een hoog oprijzende heuvelrug. De tocht naar beneden was redelijk steil en eenmaal onderaan
kwam hij op een zandachtige zachte ondergrond terecht.
Toen hij weer omhoog keek, zag hij dat de heuveltjes aan weerszijde van de spleet naar binnen toe
van lichtrood naar roze verkleurden. Er sijpelde een heel klein beetje vocht uit en toen hij goed
keek, ontdekte hij dat het uit de ingang van een grot was.
Er maakte zich een zekere opwinding van hem meester. Hij voelde het water in zijn mond lopen en als
bijna vanzelf strekten zijn handen zich uit naar de opening. Die was erg smal, maar het leek of er
een soort gordijn voorhing, dat hij opzij kon schuiven. Hij stak zijn hoofd naar binnen en rook een
doordringende, maar wel opwindende lucht. Het was nog steeds erg nauw en Lula besloot zich op handen
en voeten naar binnen te werken.
Hij vorderde traag en van opwinding over wat hij tegen zou komen, werd zijn ademhaling sneller en
zijn mond ging iets open toen hij verder kroop. Toen zijn lichaam halverwege was, stopte hij, omdat
hij dacht dat de wanden naast hem bewogen. Het leek of hij licht hallucineerde, zijn lichaam trilde,
hij moest even naar adem happen. Hij begon weer te bewegen en vorderde nu iets sneller tot hij bijna
helemaal binnen was. Alleen een deel van zijn voeten hing nog buiten de grot en op zijn rug, ter
hoogte van zijn nek, leek het of het heuveltje dat hij buiten had gezien op hem begon te drukken.
Hij schuivelde terug tot hij weer bijna buiten was, maar als door een magneet werd hij aangetrokken
om toch weer naar binnen te kruipen. Dat ritueel herhaalde zich een paar keer en de snelheid van het
naar buiten en naar binnen schuiven leek toe te nemen. Zijn lichaam spande zich steeds meer en zijn
ademhaling werd sneller. De druk op zijn nek werd ook steeds zwaarder zodra hij helemaal binnen was
en ook leek het weer of de wanden van de grot zich steeds meer vernauwden.
Het werd ook steeds vochtiger alsof een ondergrondse rivier tot leven kwam. Hij wilde weer terug en
schoof naar achteren, maar dat ging steeds moeilijker. Het leek of het door het vocht en de geur
naar binnen werd gezogen. Zijn strijd tegen de natuur werd heftiger, hij kroop achteruit richting
uitgang en dan werd hij naar voren getrokken, steeds sneller steeds heftiger. Lula voelde het water
opkomen, hij werd steeds natter en zijn adem werd hem nu bijna benomen.
Plotseling werd hij samengedrukt tegen de wanden en hoorde hij gerommel en geklots uit het binnenste
van de schacht komen. Er kwam een scheut water tegen zijn hoofd en de geur werd erg doordringend.
Hij begon te schokschouderen, zijn hoofd begon te kloppen en hij sperde zijn mond wijd open. Toen
leegde hij zijn binnenste in de grot en liet zich plat op de natte grond vallen.
Zo bleef hij een tijdje liggen, tot hij merkte dat de wanden weer geweken waren, en hij gemakkelijk
achteruit kon kruipen, de spleet weer uit. Een deel van de inhoud die hij eruit gegooid had, dreef
met hem mee naar buiten. Pas toen hij hij helemaal buiten de grot was, durfde hij zich helemaal te
ontspannen. Hij richtte zich voorzichtig op, haalde nog een keer diep adem en begon, nu aan de
andere kant van de grot naar boven te klauteren. Eenmaal boven liep hij de struiken in en ging
rustig liggen tot hij in slaap viel.
Lula werd wakker en keek om zch heen. Hij wist niet zo snel waar hij was, en hij had nog een hele
vreemde droom in zijn hoofd zitten. Toen ontdekte hij dat in een bed lag met naast hem een naakte
vrouw. Hij wist haar naam niet meer, Venus en zoiets. Langzaam kwam zijn geheugen terug en wist hij
weer dat hij haar de vorige avond in een cafe had ontmoet en dat ze daarna naar haar huis waren
gegaan. Daar hadden ze nog een paar drankjes genomen en vaag herrinerde hij zich dat zij aan elkaar
hadden zitten frunniken. Daar hield het op.
Auteur :
Juan Aldan /
Geschreven op : 05 april 2007 - 17:14 /
Hits : 7047 /
Waardering : 1.53