Elin zat in de hoek van de koffietent. De plek was bruisend. Overdag koffie, ’s avonds een pop-up galerie. De geur van bonen en natte verf hing in de lucht. Rond haar dansten de aura’s. Die waasjes van emotie die ze sinds haar twintigste zag. Een stel aan de bar had felroze aura’s. Hun geflirt maakte een wervelende wolk. Verderop gloeide rood. Een ruzie die elk moment kon losbarsten. Elin wreef over haar slapen. Haar eigen aura voelde grijs en leeg. Als een canvas dat ze niet durfde te vullen. Ze was onzichtbaar in een kleurrijke wereld.
Toen stapte hij binnen. Kai was 24 en net in de stad. Zijn donkere haar plakte aan zijn voorhoofd door de motregen buiten. Hij bestelde zwarte koffie. Zijn stem was laag en kalm. Geen aura. Alleen een grijze schaduw. Alsof hij een gat in de kamer sloeg. Elin staarde. Het was vreemd. Een stilte te midden van het gekletter van kopjes en gelach.
Hij draaide zich om. Ving haar blik. “Je kijkt alsof ik een mysterie ben,” zei hij met een scheve glimlach. Hij pakte zijn koffie. Elin schrok op. Voordat ze kon antwoorden, struikelde een serveerster. Kai’s kopje viel om. Koffie spatte over de tafel. Hun handen raakten elkaar bij het opruimen. Een snelle aanraking. Maar er ging een tinteling door haar heen. Als een vonk in haar vingertoppen. Zijn huid was warm. En voor het eerst flitste er iets in zijn schaduw. Een vage oranje gloed.
Ze raakten aan de praat. Kai was fotograaf. Nieuw in de stad. Zoekend naar rust in de chaos. “Ik leg momenten vast waar de wereld even stopt,” zei hij. Zijn ogen waren donker en intens. Elin aarzelde. Maar ze vertelde over haar tekeningen. Schetsen van aura’s die ze verborg. “Jij hebt er geen,” flapte ze eruit. “Of het is leeg.” Hij lachte. Een geluid dat de kamer vulde. Oranje flitste weer. Warmer nu. Als een zonsondergang door wolken.
Buiten regende het harder. “Loop je mee?” vroeg hij. Ze deelden een paraplu op weg naar zijn atelier. Een klein pand een paar straten verder. Elin voelde de spanning groeien. De regen tikte op de stof boven hun hoofd. Hun schouders raakten elkaar. Elke stap liet een nieuwe tinteling achter. In het atelier hingen zijn foto’s. Zwart-wit beelden van lege straten en stille figuren. Elin staarde naar een portret van een vrouw in de regen. “Dat lijk jij,” zei Kai. Hij stond dichtbij. Zijn adem warm tegen haar nek.
Elin draaide zich om. Hun gezichten waren vlakbij. “Die leegte van jou… het is alsof je je afsluit,” zei ze. Kai’s pas vertraagde. Nee, ze stonden stil. “Misschien wel. Ik heb dingen verloren. Mensen die te fel waren. Nu zoek ik rust.” Maar toen hij lachte om een van haar opmerkingen, flitste oranje op. Bij een onbedoelde aanraking van hun armen tintelde roze aan de randen. Elin voelde het in zichzelf. Een hitte die opsteeg. Een verlangen dat haar grijs liet trillen. Ze stapte dichterbij. Haar hand beroerde zijn arm. De tinteling werd sterker. Als een stroom die door haar liep.
Kai keek haar aan. Zijn ogen donkerder nu. “Wat zie je bij mij?” vroeg hij zacht. Elin slikte. “Kleuren die opkomen. Oranje. En een beetje roze.” Hij knikte langzaam. “Bij jou zie ik het ook. Jouw aura verandert als je bij mij bent. Het wordt warmer.” Ze voelde haar wangen rood worden. Niet door de aura, maar door de hitte in zijn blik. Hij reikte uit. Zijn vingers streken over haar wang. De aanraking was elektrisch. Elin’s adem stokte. Ze leunde in. Hun lippen raakten elkaar bijna. Maar hij trok zich terug. “Ik kan dit niet,” mompelde hij. “Niet weer verliezen.”
De spanning hing in de lucht. Elin wilde niet weggaan. “Vertel me meer,” zei ze. Kai zuchtte. Hij ging op een kruk zitten. Elin naast hem. Hij vertelde over zijn zus. Een auto-ongeluk twee jaar geleden. “Ze was de kleur in mijn leven. Sindsdien blokkeer ik alles. Geen emoties. Geen pijn.” Zijn woorden raakten haar. En toen gebeurde het. Zijn aura explodeerde. Rood voor de pijn. Doorspekt met roze draden. Elin pakte zijn hand. “Je bent niet leeg. Je wacht gewoon.”
Ze stonden op. De kamer voelde kleiner. Kai trok haar naar zich toe. Deze keer aarzelde hij niet. Hun lippen vonden elkaar. De kus was zacht. Maar het escaleerde snel. Zijn handen gleden over haar rug. Elin drukte zich tegen hem aan. De hitte tussen hen bouwde op. Haar hart bonsde. Aura’s vermengden zich. Haar roze met zijn opflakkerende rood en oranje. Ze voelde het in haar hele lichaam. Een tinteling die van haar lippen naar haar buik trok. Zijn vingers gleden onder haar shirt. Warm op haar huid. Elin hijgde zacht. Ze trok hem mee naar de trap. Naar boven. Zijn slaapkamer.
De maan scheen door het raam. Zilveren licht op de vloer. Kai sloot de deur. Elin ging op de rand van het bed zitten. Hij knielde voor haar. Zijn handen op haar knieën. “Ik wil je zien,” fluisterde hij. Elin knikte. Ze trok haar shirt uit. Haar huid glansde in het maanlicht. Kai’s aura pulseerde nu. Oranje hitte. Hij boog voorover. Zijn lippen kusten haar schouder. Langzaam. Elin sloot haar ogen. De sensatie was intens. Zijn mond gleed lager. Over haar borst. Een zachte beet liet haar rillen. Ze greep zijn haar. Trok hem omhoog voor een diepere kus. Hun tongen dansten. De hitte verspreidde zich. Elins handen gleden over zijn borst. Voelde zijn de spieren aanspannen.
Kai tilde haar op. Legde haar neer op het bed. Hij trok zijn shirt uit. Zijn donkere huid contrasteerde met het lichte laken. Elin reikte uit. Streek over zijn borst. De tinteling werd sterker. Als een vuur dat laaide. Hij hing boven haar. Hun lichamen raakten elkaar. De wrijving zond golven door haar heen. Aura’s gloeiden op. Roze en oranje vermengd tot een warme gloed. Kai kuste haar nek. Zijn handen verkenden haar zij. Elin boog zich naar hem toe. Haar benen sloegen om zijn middel. De druk tussen hen bouwde op. Ademloos. Ze voelden elkaars hitte. De wereld buiten vervaagde. Alleen zij twee. En de kleuren die hen verbonden.
Maar toen ging Kai’s telefoon. Het geluid sneed door de kamer. Hij verstijfde. Keek op het scherm. “Lara,” mompelde hij. Elin voelde een koude golf. Kai nam op. Zijn stem was kort. “Wat wil je?” Aan de andere kant klonk een boze stem. Elin zag het meteen. Zelfs door de telefoon leek Lara’s aura te lekken. Groen, kronkelend als jaloezie. “Je kunt niet zomaar verdwijnen,” snauwde Lara. “Na alles wat we hadden?” Kai zuchtte. “Dat is voorbij. Laat me met rust.” Hij hing op. Maar de spanning bleef hangen.
Elin ging rechtop zitten. “Wie was dat?” vroeg ze. Kai wreef over zijn gezicht. “Mijn ex. Ze kan het niet loslaten. Altijd jaloers. Haar aura was altijd groen. Kronkelend. Giftig.” Elin knikte. Ze kende dat type. Mensen met aura’s die anderen opslokten. “Ze belt nog steeds,” zei Kai. De telefoon trilde weer. Dit keer een bericht. Elin ving een glimp op. Woorden vol haat. “Je bent leeg. Niemand wil je zo.” Kai’s gezicht verstrakte. Zijn aura flakkerde. Rood woede mengde met blauw verdriet.
Elin pakte de telefoon. “Blokkeer haar.” Kai aarzelde. Maar hij deed het. De kamer voelde lichter. Maar de interruptie had de hitte gedoofd. Elin voelde een steek. Wat als Lara kwam opdagen? Wat als die groene jaloezie alles verpestte? Kai trok haar terug. “Ze betekent niets meer,” zei hij. Zijn lippen vonden de hare weer. De kus was feller nu. Alsof hij de onderbreking weg wilde kussen. Elin reageerde. Haar handen gleden lager. Over zijn buik. De tinteling kwam terug. Sterker. Ze duwde hem op zijn rug. Ging bovenop hem zitten. Haar haar viel over zijn gezicht. Kai’s handen grepen haar heupen. De wrijving liet hen beiden hijgen.
Buiten hoorde ze een auto stoppen. Stappen op de stoep. Elin verstijfde. “Is dat…?” Kai schudde zijn hoofd. “Nee.” Maar de bel ging. Hard. Meerdere keren. Kai vloekte zacht. Hij stond op. Elin volgde. Beneden bonkte iemand op de deur. “Kai! Doe open!” Lara’s stem. Groen jaloezie vulde de gang bijna. Elin voelde het als een wolk. Drukkend. Kai opende de deur een kiertje. “Ga weg, Lara. Het is voorbij.” Lara duwde tegen de deur. Haar aura kronkelde. “Met haar? Die kleurloze trut? Ze past niet bij je!” Elin stapte naar voren. “Laat hem met rust.” Lara’s ogen vernauwden. “Jij ziet het niet. Hij is leeg. Door mij.” Maar Kai sloot de deur en meteen op slot.
Lara bonkte nog een keer. Toen stilte. De spanning knapte. Kai draaide zich om naar Elin. “Sorry.” Ze schudde haar hoofd. “Ze is groen. Giftig.” Kai lachte bitter. “Altijd geweest.” Hij trok haar tegen zich aan. De kus was ruwer nu. Vol behoefte. Elins handen gleden onder zijn broekband. Ze voelde de warmte daar. Kai gromde zacht. Hij tilde haar op. Terug naar het bed. Deze keer geen interrupties. Hun lichamen bewogen samen. De hitte laaide op. Aura’s dansten wild. Roze verlangen. Oranje passie. Elin voelde het diep in zich. Een golf die haar liet sidderen. Kai’s handen verkenden elk stukje. Zijn mond op haar huid. Elin boog zich. Haar nagels in zijn rug. De sensatie bouwde. Tot ze allebei hijgden. Climax nabij. Aura’s vulden de kamer. Warm en vol.
Daarna lagen ze stil. Ademend. Kai’s arm om haar heen. Elin keek naar het plafond. “Die groene wolk… ze komt terug.” Kai knikte. “Misschien. Maar nu ben ik hier. Met jou.” Elin draaide zich om. Kuste zijn schouder. De tinteling bleef. Sterk.
De nacht rekte zich uit. Ze praatten. Over aura’s. Over verlies. Elin deelde haar eigen grijs. Hoe ze zich altijd afvroeg of ze wel voelde. Kai luisterde. Zijn aura stabiel nu. Roze doorspekt. De volgende ochtend deelden ze koffie in het atelier. Elin pakte haar schetsboek. Tekende hem. Met kleuren die ze eindelijk begreep. Buiten regende het niet meer. De zon brak door. Elin voelde het in zich. Haar aura was niet grijs. Het was levend. Pulserend.
Ze zagen elkaar. Niet alleen de buitenkant. Maar de echo’s eronder. De kleuren die wachtend waren. En in die ontdekking vonden ze rust. Samen. Maar Elin wist het. Lara’s groen zou niet verdwijnen. Niet meteen. Maar met Kai aan haar zij voelde het draaglijk. De spanning was er nog. Maar nu deelde ze het.