Ik stapte uit de auto en ademde diep in. De lucht op het landgoed van de familie Van Rhijn rook naar vers gemaaid gras en rozen die in volle bloei stonden. Het was een van die zomers die je deed verlangen naar rust, maar ik was hier niet voor een vakantie. Ik was Linde, dertig jaar, en ik had net de catering van mijn eigen kleine bedrijfje overgenomen voor een maand. Een tijdelijke opdracht, zei de oude butler Victor, omdat hun vaste team met verlof was. Het landhuis torende voor me op, wit en elegant, met torentjes die deden denken aan een sprookje. Ik schudde mijn hoofd. Geen tijd voor dromen; ik moest professioneel blijven.
Binnen werd ik verwelkomd door Victor, een man van vijfenvijftig met een grijzende snor en ogen die alles leken te zien. “Mevrouw De Vries, wat een genoegen. Ik zal u meteen aan de heer des huizes voorstellen.” Hij leidde me door de gang, waar portretten van generaties Van Rhijns aan de muren hingen. Mijn hakken tikten op de marmeren vloer, en ik voelde een lichte zenuw in mijn maag. Dit was geen doorsnee klus; dit was luxe, en ik wilde het goed doen.
Daar was hij dan, in de studeerkamer. Max van Rhijn, de nieuwe eigenaar, leunde tegen zijn bureau, armen over elkaar geslagen. Hij was langer dan ik had verwacht, met donker haar dat netjes gekamd was en ogen die een warme bruine tint hadden, als pure chocolade. Hij stak zijn hand uit, en toen onze vingers elkaar raakten, hield hij vast. Iets te lang. Zijn greep was stevig, maar niet overheersend, en ik voelde een lichte tinteling langs mijn arm trekken. “Welkom, Linde,” zei hij met een stem die laag en ontspannen klonk, alsof hij altijd de touwtjes in handen had. “Ik hoop dat je je hier thuis voelt. Het landgoed kan… overweldigend zijn.”
Ik glimlachte, trok mijn hand langzaam terug en hoopte dat hij de blos op mijn wangen niet zag. “Dank u, meneer Van Rhijn. Ik zorg wel voor de rest.” Hij knikte, maar zijn blik bleef hangen, warm en onderzoekend, alsof hij iets zocht in mijn ogen. Victor stond discreet in de deuropening, met een glimlach die te veel wist.
De eerste dagen vlogen voorbij in een waas van voorbereidingen. Julia, mijn beste vriendin en collega, arriveerde de tweede dag met een kar vol verse ingrediënten. Ze was zesentwintig, altijd vol energie, met een knotje dat nooit helemaal zat en een lach die de hele keuken vulde. “Linde, dit huis is waanzinnig! En die eigenaar… heb je hem al gezien? Die blik van hem, zeg. Alsof hij je uitkleedt met zijn ogen.” Ik rolde met mijn ogen en sneed tomaten voor de salade. “Hou op, Juul. Het is werk. Ik ben hier om te koken, niet om te flirten.” Maar diep vanbinnen wist ik dat ze gelijk had. Elke keer dat Max langskwam in de keuken – om te vragen naar het menu of gewoon een kop koffie te halen – was er die spanning. Woorden die onschuldig begonnen, maar dubbelzinnig eindigden. “De wijn die je hebt gekozen, smaakt naar belofte,” zei hij eens, terwijl hij een fles oppakte en me aankeek. Ik lachte het weg, maar mijn hart bonsde.
Het was op de derde dag dat het eerste sensuele moment kwam, onverwacht en intens. Ik stond in de grote keuken, reikte naar een hoge plank voor de kruidenpotten. Mijn vingers konden er nét niet bij, en ik vloekte zachtjes. Plotseling voelde ik hem achter me. Max. “Laat mij,” mompelde hij, zijn stem dichtbij mijn oor. Hij reikte over me heen, zijn borst bijna tegen mijn rug drukkend. Ik rook zijn aftershave, een mengeling van sandelhout en iets warms, en zijn adem streek langs mijn nek – voorzichtig, maar warm genoeg om kippenvel te veroorzaken. De pot kwam omlaag, maar ik bewoog niet. Mijn adem stokte, en voor een seconde hing de tijd stil. Toen stapte hij terug, met een glimlach die zei: ik weet wat ik doe. “Dank je,” wist ik uit te brengen, mijn stem een tikje schor. Hij knikte alleen, maar die blik… die bleef hangen.
Julia zag het allemaal. Later, terwijl we de groenten schoonmaakten, porde ze me in mijn ribben. “Zag je dat? Hij stond daar als een bodyguard, maar dan… sexy. Die man wil iets met je, Linde. En jij met hem, geef het toe.” Ik schudde mijn hoofd, maar mijn wangen brandden. Ik was zelfstandig, had mijn eigen leven opgebouwd na een saaie relatie die nergens heen ging. Dit was niet het plan. Maar ’s avonds, in mijn tijdelijke kamer op zolder, kon ik niet stoppen met denken aan die nabijheid. Hoe zijn aanwezigheid de lucht geladen maakte, warm en beladen met iets onuitgesprokens.
Het tuinfeest was het hoogtepunt van de week. Gasten in lichte jurken en pakken dwaalden over het gazon, lachend bij fonteinen en onder lantaarns die ’s avonds zouden oplichten. Ik had alles voorbereid: hapjes met verse kruiden, glazen bubbels die koud en sprankelend waren. Max liep rond als een perfecte gastheer, charismatisch en ontspannen, maar zijn ogen vonden steeds weer de mijne. Tijdens een rustmoment, toen ik een schaal bijvulde, kwam hij naast me staan. “Je hebt het perfect gedaan,” zei hij, zijn stem laag. Onze handen raakten elkaar toen hij een glas aanpakte – lichtjes, toevallig. Maar toen kwam het: zijn duim streek één seconde langs de binnenkant van mijn pols, een zachte druk die als een vonk door mijn hele lichaam schoot. Het was genoeg om me in vuur en vlam te zetten; mijn huid tintelde, en ik voelde de hitte opstijgen. Ik keek op, en zijn ogen waren donkerder, intenser. “Max,” fluisterde ik, zonder te weten wat ik wilde zeggen. Hij liet los, maar niet voordat hij zei: “Je maakt dit feest onvergetelijk.” Julia, die aan de andere kant van de tafel stond, wierp me een veelbetekenende blik. “Zei ik het niet? Die blik van hem…”
Die nacht regende het. Het begon zacht, maar algauw goot het, een onverwachte bui die het landgoed in een nevel hulde. Ik was buiten om de laatste tafels af te dekken toen de druppels vielen. Doorweekt rende ik naar de dichtstbijzijnde schuur, een oude tuinschuur vol gereedschap en vergeten potten. De deur kraakte open, en daar was Max al, leunend tegen een balk, zijn overhemd plakkerig tegen zijn borst. “Linde? Kom binnen, voor je verdrinkt.” Ik stapte naar binnen, water druppelde van mijn haar. De regen roffelde op het dak, een ritme dat de stilte vulde. Onze kleding plakte, doorweekt en koud, maar de spanning tussen ons was warm, bijna tastbaar. Hij pakte een handdoek van een haak en reikte hem aan, zijn vingers strijken langs de mijne. “Je rilt,” zei hij zacht, en voor ik het wist, hing hij zijn jasje over mijn schouders. De geur van hem omsloot me – warm, mannelijk. We stonden dichtbij, te dichtbij, de lucht geladen met onuitgesproken woorden. Zijn hand raakte mijn arm, een lichte streling om de kou te verdrijven, en ik voelde mijn hartslag versnellen. “Dit… dit is gevaarlijk,” mompelde hij, zijn adem warm tegen mijn wang. Ik keek op, en voor het eerst zag ik iets in zijn ogen: niet alleen charme, maar kwetsbaarheid. De regen hield aan, en voor een moment leek de wereld buiten te vervagen.
Victor vond ons daar, natuurlijk. De deur ging open met een zachte klik. “Pardon, ik dacht dat dit de wijnschuur was,” zei hij met die eeuwige glimlach, alsof hij precies wist wat hij onderbrak. Max en ik sprongen uiteen, maar niet voordat zijn voorhoofd zacht tegen het mijne rustte – een seconde van pure nabijheid, warm en intiem. “Goedenavond,” mompelde Victor en verdween weer. Max lachte zacht, een geluid dat door me heen trilde. “Hij ziet alles, die man.” We liepen terug naar het huis, nat en lachend, maar de spanning hing nog steeds in de lucht.
De dagen erna werd het moeilijker om afstand te houden. Max was beschermend, altijd in de buurt als ik werkte, maar hij trok zich terug als het te intens werd. Woorden die flirterig begonnen, eindigden abrupt. “Je bent hier te kort,” zei hij eens tijdens het diner voorbereiden. “Of juist precies lang genoeg.” Ik voelde de aantrekkingskracht groeien, een zinderende hitte die ik niet kon negeren. Julia plaagde me er genadeloos mee. “Die blik van hem, Linde. Het is alsof hij je wil verslinden, maar zich inhoudt. Waarom doe je niet een stap?” Ik zuchtte. “Omdat het werk is. En omdat hij… ik weet het niet. Hij houdt iets achter.”
Het was Julia die me de twist onthulde, per ongeluk. We zaten in de keuken na een lange dag, wijn drinkend uit goedkope glazen. “Victor vertelde me iets,” zei ze, haar ogen twinkelen. “Max is weduwnaar. Zijn vrouw overleed drie jaar geleden, plotseling. Hij heeft gezworen zich nooit meer zo te binden, bang dat het te veel pijn doet.” Mijn hart kromp. Dus daarom die afstand, die intense blikken gevolgd door terugtrekken. Hij was niet onverschillig; hij was bang. Bang om zich te verliezen in gevoelens die te snel, te veel, te heftig waren. Ik dacht aan de momenten – zijn adem op mijn nek, de streling op mijn pols, de warmte in de schuur. Het was geen spel; het was echt. En ik? Ik was precies het soort vrouw dat zijn muren kon afbrokkelen, met mijn scherpte en mijn eigen verlangen om gezien te worden.
Die nacht kon ik niet slapen. Ik liep naar beneden, de keuken in, op zoek naar een glas water. Het licht was aan. Max stond daar, leunend tegen het aanrecht, een kop thee in zijn hand. “Linde,” zei hij verrast, maar niet geschrokken. “Kon je ook niet slapen?” Ik schudde mijn hoofd, stapte dichterbij. De spanning was terug, warmer dan ooit. “Ik hoorde over je vrouw,” zei ik zacht. Zijn gezicht betrok, maar hij knikte. “Het was… moeilijk. Ik heb beloofd mezelf te beschermen. Maar jij…” Hij zette de kop neer, keek me aan met die intense ogen. “Jij maakt het onmogelijk om afstand te houden.”
Ik wilde wegschuiven, de professional uithangen, maar hij nam mijn hand. Heel rustig, zijn vingers warm om de mijne. “Misschien is precies dit… waar we niet meer omheen kunnen.” Zijn stem was laag, vol belofte. Ik keek op, voelde de hitte tussen ons oplaaien, niet als een storm, maar als een zacht, onvermijdelijk vuur. Hij boog zich voorover, zijn lippen bijna de mijne rakend – een bijna-kus die de lucht deed trillen. Maar dit keer was er geen onderbreking. We kozen elkaar, warm en vol spanning, zonder haast. Zijn armen sloegen om me heen, en ik leunde in, voelend hoe de muren tussen ons eindelijk vielen.
De rest van de maand was een droom. We praatten uren, lachten om kleine dingen, en de aantrekkingskracht bouwde op tot iets dieps, iets echts. Julia knipoogde als ze ons zag, en Victor’s glimlach was breder dan ooit. Toen mijn opdracht eindigde, vroeg Max me te blijven – niet als cateraar, maar als deel van zijn leven. En ik zei ja, want in zijn armen voelde ik me niet alleen veilig, maar levend. De belofte van alles wat nog kwam hing in de lucht, zoet en vol hoop.