De Terugkeer deel 1

De banden van Eva’s auto knisperden over het lange grindpad. Ze zette de motor uit en liet haar handen even rusten op het stuur. Het was doodstil. In de stad was er altijd geluid. Sirenes, pratende mensen op straat, de constante zoem van het verkeer. Hier in het buitengebied van Lijenberg hoorde ze alleen het ruisen van de wind door de grote eikenbomen.

Eva stapte uit en keek naar de oude boerderij van tante Hillie. Het rode baksteen was op sommige plekken verweerd en het houtwerk rond de ramen kon wel een flinke lik verf gebruiken. Toch stond het huis er nog net zo trots bij als in haar herinneringen. Tante Hillie was een maand geleden overleden. Tot Eva’s grote verbazing had de notaris haar verteld dat de boerderij en het omliggende erf volledig aan haar waren nagelaten.

Ze trok de rits van haar vest iets verder dicht tegen de frisse voorjaarswind. Ze was eenendertig, maar toen ze de sleutel in het oude slot van de voordeur stak, voelde ze zich weer even het jonge meisje dat hier vroeger haar zomers doorbracht.

De deur klemde. Eva zette haar schouder ertegenaan en duwde. Met een krakend geluid zwaaide de deur naar binnen. De geur van boenwas, oud hout en een vleugje gedroogde lavendel kwam haar direct tegemoet. Het huis was netjes achtergelaten, maar het voelde koud en verlaten.

Terwijl ze door de kleine gang naar de keuken liep, spookten de gedachten door haar hoofd. Tien jaar geleden was ze uit Lijenberg gevlucht. Ze had iedereen verteld dat ze naar de stad moest voor haar studie en een serieuze carrière. Dat was deels waar. Ze had een goede baan bij een ontwerpbureau en een mooi appartement. Maar diep vanbinnen wist ze dat de carrière slechts een excuus was geweest.

Ze was gevlucht voor Mark.

Mark Doldersum, de boerenzoon van de buren. Ze hadden een intense, vurige jeugdliefde gedeeld. Eva herinnerde zich nog precies hoe zijn handen voelden en hoe zijn lippen over haar hals dwaalden als ze zich samen verstopten in de hooiberg. Hij had haar destijds een gevoel gegeven dat zo groot en overweldigend was, dat het haar de adem benam. En precies dat had haar bang gemaakt. Ze was als de dood dat ze zichzelf zou verliezen in hem. Dat ze de rest van haar leven de vrouw van de boer zou zijn en nooit meer iets anders zou ontdekken. Dus had ze een punt achter hun relatie gezet, haar koffers gepakt en was ze vertrokken, hem gebroken en boos achterlatend.

Eva zuchtte en schudde de herinnering van zich af. Ze was hier nu niet voor hem. Ze was hier om het huis van tante Hillie uit te zoeken en een beslissing te maken over de verkoop.

Ze liep terug naar haar auto om de eerste dozen met haar eigen spullen uit de kofferbak te halen. Ze had besloten om in ieder geval twee weken op de boerderij te blijven om alles rustig te kunnen regelen. Ze pakte een zware doos vol boeken en mappen uit de achterbak. Haar laarzen zakten iets weg in de zachte aarde naast het grindpad.

De oude houten schuurdeur stond op een kier. Eva wilde de doos daar tijdelijk neerzetten zodat ze in huis meer ruimte had. Ze liep met de zware last in haar armen naar de schuur en probeerde de deur met haar voet verder open te duwen. De deur zat echter muurvast in de modder.

Ze zette meer kracht, verloor haar evenwicht en stapte in een kuil. De doos glipte uit haar handen en Eva viel pardoes achterover. Ze sloot haar ogen en zette zich schrap voor de harde klap op de grond.

Maar de klap kwam niet.

Twee grote, sterke handen grepen haar stevig bij haar bovenarmen en vingen haar soepel op. Eva viel met haar rug tegen een brede, harde borstkas. De lucht werd uit haar longen geperst, niet door de val, maar door de schrik.

“Nog steeds net zo onhandig als vroeger, Eva.”

De stem was zwaar, donker en klonk gevaarlijk dicht bij haar oor. Een rilling schoot direct over haar rug en trok door naar haar onderbuik. Ze kende die stem uit duizenden.

Eva draaide zich abrupt om in zijn armen. Ze keek recht in de ogen van Mark.

Hij was veranderd, en tegelijkertijd helemaal niet. De jongen van vroeger was een man geworden. Hij was breder, zijn schouders vulden het geruite werkoverhemd moeiteloos op. Zijn gezicht was getekend door het harde werken in de buitenlucht, met een paar fijne lijntjes rond zijn donkere ogen. Er zat een lichte stoppelbaard op zijn kaken. Hij rook naar buitenlucht, vers gemaaid gras en een vleugje zweet. Het was een geur die een onmiddellijke, primitieve reactie in Eva losmaakte.

Hij hield haar nog steeds vast. Zijn grote, ruwe handen lagen warm en zwaar op haar blote onderarmen, net onder de opgerolde mouwen van haar vest. De warmte van zijn huid leek dwars door haar heen te trekken.

“Mark,” bracht ze stamelend uit.

“Welkom thuis,” zei hij. Zijn gezicht was onleesbaar, maar zijn ogen stonden strak. Hij keek naar haar mond, heel even maar, voordat zijn blik weer naar haar ogen gleed.

Eva besefte hoe dicht ze bij elkaar stonden. Ze kon de warmte van zijn lichaam voelen. De vertrouwde aantrekkingskracht die ze tien jaar lang had proberen te negeren, sloeg als een bliksemschicht bij haar naar binnen. Haar hart bonste wild in haar keel. Ze slikte en deed een onhandig stapje naar achteren.

Mark liet haar armen langzaam los. Zijn vingers gleden nog een fractie van een seconde over haar huid voordat hij zijn handen in de zakken van zijn spijkerbroek stak.

“Wat doe je hier?” vroeg Eva. Ze probeerde haar stem neutraal te houden, maar ze klonk buiten adem.

“Ik was het land achter de schuur aan het controleren,” antwoordde hij rustig. “En ik zag je auto de oprit op draaien. Ik dacht, ik loop even langs om te kijken of je hulp nodig hebt. Tante Hillie had me gevraagd om een oogje in het zeil te houden na haar overlijden. Dat heb ik beloofd.”

Het klonk zakelijk, maar Eva hoorde de lichte wrok in zijn stem. Hij sprak over haar tante alsof hij meer familie van haar was dan Eva zelf. En misschien was dat ook wel zo. Eva had zich de laatste jaren weinig in het dorp laten zien.

“Dank je,” zei Eva. Ze streek een pluk haar achter haar oor en keek naar de doos die op de grond was gevallen. Een paar boeken lagen in het gras. “Ik red me wel. Ik ben alleen even wat spullen aan het uitladen.”

Mark bukte zich en raapte de boeken op. Zijn bewegingen waren rustig en beheerst. Hij stopte de boeken terug in de doos, pakte het zware karton moeiteloos op en liep langs haar heen de schuur in. Hij zette de doos op een oude werkbank.

Eva liep hem achterna. Het was donker in de schuur. De lucht was zwaar en stoffig. Toen Mark zich omdraaide, stonden ze weer vlak tegenover elkaar in de beperkte ruimte.

“Hoelang blijf je?” vroeg hij.

“Een week of twee,” antwoordde Eva. “Ik moet alles uitzoeken. De notaris zei dat het huis verkocht kan worden zodra het leeg is.”

Ze zag hoe de spieren in de kaak van Mark zich strak spanden. “Verkopen. Natuurlijk. Snel de boel opruimen en weer terug naar je belangrijke leven in de stad. Je bent niets veranderd, Eva.”

De woorden sneden door de lucht. Het was een directe aanval. Eva voelde de boosheid opkomen, een welkome afleiding van de hitte die hij in haar lichaam veroorzaakte. Ze zette een stap naar voren, waardoor de afstand tussen hen nog kleiner werd.

“Jij weet niets over mijn leven in de stad,” zei ze fel. “En je hebt niet het recht om over mij te oordelen.”

Mark keek op haar neer. Er flitste iets door zijn ogen. Geen woede, maar een diepe, donkere intensiteit. “Ik weet dat je altijd wegrent als het te echt wordt. Dat weet ik wel.”

Eva opende haar mond om iets venijnigs terug te zeggen, maar de woorden stierven op haar lippen. Hij stond zo dichtbij dat ze zijn ademhaling kon zien. Haar blik viel op de sterke lijn van zijn hals. Ze werd overspoeld door een plotseling, hevig verlangen om haar handen over zijn borst te laten glijden, om te voelen of zijn huid nog net zo heet was als vroeger. Het besef dat haar lichaam zo sterk op hem reageerde, maakte haar in de war.

De spanning in de schuur was om te snijden. Het voelde alsof de lucht tussen hen in brand stond. Mark leunde een millimeter naar voren. Eva hield haar adem in.

“Ome Mark!”

Een vrolijke, hoge kinderstem verbrak de betovering in één klap. Mark deinsde onmiddellijk achteruit. Hij schraapte zijn keel en keek naar de deuropening van de schuur.

Eva draaide zich om en zag een klein jongetje in de deuropening staan. Hij was een jaar of zeven, had warrig donker haar en droeg een te grote overal die onder de modder zat. Hij keek met grote, nieuwsgierige ogen van Mark naar Eva.

“Ben je weer stiekem meegelopen, Eelke?” vroeg Mark. Zijn stem was ineens een stuk zachter en warmer. Hij liep naar het jongetje toe en streek even door de donkere haren.

“Ik wilde kijken wie er met de auto was,” zei Eelke. Hij wees naar Eva. “Bent u de mevrouw uit de stad?”

Eva glimlachte verrast. De plotselinge komst van het kind gaf haar de kans om haar hartslag weer onder controle te krijgen. “Ja, ik kom uit de stad. Ik heet Eva. En jij bent Eelke?”

De jongen knikte stevig. “Ik ben de neef van ome Mark. Ik help hem heel vaak op de boerderij. Ik kan al op de kleine tractor rijden.”

“Dat is knap,” zei Eva. Ze keek naar het gezichtje van de jongen. Hij had donkere, sprekende ogen. Er was iets in zijn blik dat haar enorm bekend voorkwam, een bepaalde stand van de wenkbrauwen, maar ze kon er haar vinger niet op leggen. Ze ging ervan uit dat hij gewoon heel erg op Mark of op een van Marks broers en zussen leek.

“Ga je hier wonen in het huis van Hillie?” vroeg Eelke nieuwsgierig.

Eva keek even kort naar Mark, die met gekruiste armen tegen de deurpost van de schuur leunde. “Nee, ik ben hier alleen om het huis op te ruimen, Eelke. Daarna ga ik weer naar huis.”

Eelke trok een teleurgesteld gezicht. “Dat is jammer. Het is hier veel leuker dan in de stad. We hebben koeien.”

Eva moest zachtjes lachen om de nuchtere logica van het kind. “Koeien zijn inderdaad heel leuk.”

Mark legde een hand op de schouder van zijn neefje. “Kom op, kerel. We gaan terug naar huis. Eva heeft genoeg te doen vandaag. Ze moet uitpakken.”

Mark keek Eva nog één keer aan. De vijandigheid leek iets te zijn weggezakt, maar de afstandelijkheid was weer helemaal terug. De muur was opgetrokken. “Als het dak lekt, of als je de hoofdkraan niet kunt vinden, weet je me te vinden,” zei hij vlak.

“Dat lukt me wel,” zei Eva trots. “Maar bedankt voor het tillen van de doos.”

Mark gaf een kort knikje, draaide zich om en liep samen met Eelke het erf af, terug richting zijn eigen landerijen verderop. Eva liep langzaam achter hen aan naar buiten en bleef op het grindpad staan. Ze keek naar de brede rug van Mark tot hij uit het zicht verdween achter de bomenrij.

Het erf was weer stil, maar in Eva stormde het.

Ze liep naar de schuur en leunde tegen de werkbank waar de doos op stond. Ze bracht haar hand naar de plek op haar arm waar Mark haar had vastgegrepen. Haar huid tintelde nog steeds. Het was onzin, vertelde ze zichzelf streng. Ze was moe van de reis. Het was de nostalgie van deze plek die haar parten speelde.

Maar toen ze haar ogen sloot, rook ze niet het oude hout van de schuur. Ze rook Mark. Ze rook de man voor wie ze was weggevlucht, en ze besefte met een schok dat de stad haar al die jaren helemaal niet had genezen. Het verlangen naar hem zat nog net zo diep onder haar huid als tien jaar geleden.

Dit gingen twee hele lange, gevaarlijke weken worden.

Wat vond je van dit verhaal?

Aantal stemmen: . Gemiddeld cijfer:

Nog geen cijfer, ben jij de eerste ?

Geschreven door Vlinder

Hoi, ik ben Linde. Schrijven is mijn manier om gevoelens een plek te geven. Mijn verhalen draaien meer om gevoel en sfeer dan om expliciete erotiek.

Dit verhaal is keer gelezen.
Reageren? Leuk! Houd het aub on topic en netjes, dankjewel!

Plaats een reactie