De Naakte Keizerin (3/4)

ROEDE RIJDEN

Aryamnae, Kroonprinses van het Grootse en Almachtige Keizerrijk Perzië, kreeg een visioen en daarna besloot zij met instemming van haar vader Xerxes een klein leger van vrouwelijke strijders te gaan vormen. Als zij na de dood van haar vader keizerin wordt, zullen deze Amazones haar gaan vergezellen en beschermen, in haar paleis en tijdens haar reizen door het immens grote land, dat reikt van de Bosporus en de grenzen van Egypte en Griekenland in het westen tot die van India in het verre oosten.

De eerste lichting van veertig meisjes wordt nu opgeleid en Arya benoemde haar jongere halfzusje Xandrynae tot hun generaal, een taak die ze enthousiast en vakkundig op zich heeft genomen. Hun eigen training tot soldaat die de zussen nog maar net afrondden komt hierbij goed van pas.
Wat Xandry betreft is het de bedoeling dat Arya’s visioen volledig wordt uitgevoerd, de Amazones gaan dus naakt te paard en zullen zich tijdens het rijden ook verankeren op een speciaal ontworpen zadel met daarop een korte kunstroede. Dat naakt zijn vindt Arya prima, dat wil ze zelf ook het liefst, ze is niet anders gewend dan grotendeels zonder kleding door het leven te gaan, wat zeker onder de gewone mensen van het perzische rijk ook heel normaal was in die tijd.

Maar een kunstroede tijdens ’n wilde rit in je kwetsbare schede, of dát nuttig en prettig is? Om die reden liet Arya twee zadels preparen met een fallus en gaat ze die nu met Xandry uittesten.

Te paard…

Nu hun uithoudingsvermogen op orde is worden de veertig meisjes dag na dag getraind in zwaardgevechten en speerwerpen. Ze krijgen daarvoor steeds weer de soldaten waarmee Xandry en ik werden opgeleid als ‘vijanden’ tegenover zich. Om de vijftien minuten wordt er gewisseld en gaat een andere jongeman hen te lijf. Het zijn afmattende dagen voor ze.
Het geeft ons tijd het nieuwe zadel te gaan testen, vanochtend kreeg ik een seintje van de opperstalmeester dat ze klaar zijn. In mijn opdracht zijn twee witte volbloeds verworven en als Xandry en ik het paleis verlaten staan op het voorplein de twee werkelijk schitterende gigantische witte strijdrossen al gereed, beiden een hengst. Precies zoals in mijn visioen zijn ze omhangen met een purperen dekkleed, waaruit via een uitsparing een lederen kunstroede omhoogsteekt.

Als ik dichterbij kom maakt het me toch wel wat zenuwachting, dat ik me op dat ding moet gaan spiesen en dan ook nog eens moet gaan rijden, om maar te zwijgen over alle bewegingen die dat paard op die manier in mijn lichaam zal veroorzaken. De fallus is niet te lang, zeg maar anderhalf keer mijn wijsvinger, maar wel extra dik. Gelukkig is hij wel mooi rond afgewerkt en zoals ik opdroeg voor-behandeld met olie, dezelfde die wij voor onze vulvae gebruiken. Xandry en ik kijken elkaar even aan en in haar ogen zie ik ‘twee zielen een gedachte’, hmm, ook voor haar komt nu dus puntje bij paaltje.

Om ons heen staan nogal mensen die nieuwsgierig toekijken en pas nadat we iedereen lieten wegsturen die hier niets te zoeken heeft, bestijgen we de paarden, onder de toeziende blikken van de opperstalmeester en de staljongens die de paarden in bedwang houden. Ze zijn onrustig, voor hen is het allemaal net zo nieuw als voor ons. Het is nog fris, toch zijn Xandry en ik op een schoudermantel na allebei naakt, we zijn dit wel gewend. Onze lange donkere haren hebben we op een hoge staart bij elkaar gebracht en zoals vaker valt het me op wat een schoonheid Xandry aan het worden is. We zijn allebei tamelijk donker van huidskleur, bij haar komt het door haar Indiase achtergrond, waar ze ook haar grote diepbruine ogen aan te danken heeft. Zelf ben ik ook niet ontevreden over hoe mijn lichaam zich ontwikkelt. Bij mij is het meer het Noord- Afrikaanse bloed dat me vormt, wat ik te danken heb aan mijn grootvader, de Moorse koning. Beiden zijn we lang, we hebben slanke afgetrainde lichamen en onze borsten zijn klein en rond van vorm, met donkerbruine meestal stijve tepels. We zijn allebei trots op onze borsten en dagelijks masseren we ze met verstevigende olie, om ze hun fiere naar voren gerichte vorm te laten behouden. De plooien van onze vulvae zijn voor het oog afgeschermd met een klein driehoekig bosje donker haar, regelmatig knippen we die bij elkaar zorgvuldig in model.

Onze vulvae bewerkten we met dezelfde olie als de fallus, ook inwendig, om het binnendringen daarvan te vergemakkelijken. We doen alsof dit de gewoonste zaak van de wereld is en bestijgen onze paarden, terwijl Xandry en ik naadloos van elkaar aanvoelen dat we ons groot moeten houden. Als we eenmaal in de beugels staan gaan we langzaam zitten, tot de opstaande roedes zich tussen plooien van onze schedes dringen, waarna we ons er met een stalen gezicht overheen laten zakken, alsof we nooit anders doen. Ze zijn dus niet te lang maar wel te dik uitgevallen, geen idee wat de opperstalmeester zelf voor maat heeft, ik word nogal uitgerekt door dit ding. Xandry zoekt mijn blik en opnieuw zie ik bij haar eenzelfde reactie, de Goden zijn geprezen dat ze me dit zusje schonken en dat we dit samen doen.

Nu we eenmaal op die knotsen zitten zal het wel wennen daarbinnen. We geven de knechten een seintje, waarop ze de dieren loslaten en stapvoets rijden we het voorplein af. Voordat we dat verlaten voegen zich op enige afstand een viertal begeleidende paleiswachten bij ons als achterhoede. Eenmaal buiten de paleispoort trekken we zoals altijd veel bekijks, de mensen van Babylon zijn wel gewend dat wij uit rijden gaan maar altijd weer vormt zich al snel een haag van mensen die ons toejuichen en ons nakijken. Nadat we de stad hebben verlaten gaan we in een rustige draf. We houden ons fier maar iedere beweging van het paard wordt rechtsreeks via de lederen roede doorgegeven aan mijn schede, en daarmee aan mijn lichaam. Tot nu was het nogal pijnlijk, een iets minder dik exemplaar zou fijn zijn. Maar na een tiental minuten zo in deze draf te hebben gereden voel ik hoe mijn vulva langzaam maar zeker dit brede kromzwaard accepteert en zich ernaar voegt.

Hallucinerend

Tijd voor een galop. Zonder Xandry te waarschuwen geef ik mijn paard de sporen, ze volgt me wel en wat er dan met me gebeurt is niet te beschrijven. Het is altijd al bijzonder om bloot en schrijlings op zo’n groot dier te zitten, met mijn vulva in direct contact met het dekkleed, maar dit keer is die ervaring letterlijk nog indringender. Door de onstuimige bewegingen van de grote witte hengst tussen mijn benen voelt het alsof de roede een eigen leven is gaan leiden, alsof ik bereden worden door een man die tussen mijn ver geopende benen ligt en zich hard en eindeloos lang in me drijft. Het ene moment knijp ik mijn benen tegen de flanken van het voortdenderende dier, dan weer heb ik de neiging om ze nog verder te openen dan de schrijlingse zit op het paard.

Terwijl deze ervaring mijn lichaam in vuur en vlam zet komt Xandry langszij gegaloppeerd, me een korte blik gunnend. Ik ken haar te goed, als haar ogen zo staan, wijd geopend, die lieve pittige grote donkere poelen waarin van alles omgaat, dan weet ik dat ze in de ban van haar schede is. Zonder in te houden stormt ze me voorbij en ik geef mijn paard nog wat extra tikken met mijn hakken, waardoor hij zich in het tempo van de andere hengst voor zich voegt.
Heel in de verte doen de soldaten in ons escort hun best ons bij te houden…

Ik heb wel eens wat meegerookt van de waterpijp van de eunuchen en wat ik nu ervaar komt in de buurt van wat er toen met me gebeurde. Wat er in mijn lichaam wordt losgewoeld is niet de opbouw naar een mij zo bekende bliksemschicht, het is meer alsof zich een immens en alom helder licht aandient dat niet meer dooft, wat ik beleef alsof ik in een andere staat van zijn beland. De permanente beweging van de lederen roede in mijn schede brengt me in een aanhoudende extase, alles wat ik waarneem wordt intenser en ik vloei samen tot een totale eenheid met het dier onder me. Ik kan bijna voelen wat er in hem omgaat, hoe hij geniet van dit galop, hoe hij me toegenegen is en me graag wil dragen, het is als een vereniging van twee universele wezens.

Na een tijdje neem ik tempo terug en gaan we over in een draf, waarbij ik me er nog meer bewust raak dat ik dit keer waarneem vanuit een geheel ander perspectief. We zijn inmiddels ver buiten Babylon en rijden door het dorre landschap dat zich aandient na het groene deel waar ieder jaar de nieuw leven-brengende Eufraat overstroomt. Het zand, de eindeloze rijen opgewaaide duinen, alles komt anders dan anders op me over. Veel meer dan tot nu toe voel ik me verbonden met ook dit deel van het land, waar zo weinigen kunnen overleven en dat toch zo goed voor je is als je ervoor open staat. Ook deze wereld van droogte en zand en verzengende hitte hoort bij het rijk waarin ik geboren werd en waar ik ooit over zal heersen.

Inmiddels staat de zon hoog aan de hemel en als Xandry naast me komt rijden zie ik dat ze drijf- en drijfnat is van het zweet, met als gevolg dat haar lichaam schitterend glanst. Pas nu zie ik dat dat ook voor mij geldt, blijkbaar vraagt dit veel van mijn lichaam, maar het voelt goed, intens goed, alsof ik nu pas voor het eerst er volledig mee verbonden ben. We stoppen even, zonder af te stappen om niet onze roedes te hoeven verlaten, gespen beiden onze mantels af en binden ze in een rol achter ons aan de riem om het dekkleed. Terwijl we wat slokjes nemen uit onze waterzakken bewegen de paarden zich onrustig, met als gevolg dat we ons bewust blijven van de fallus en wat die in ons teweeg brengt. Om de extase niet te verbreken zeggen Xandry en ik geen woord tegen elkaar, wat ook niet nodig is want we voelen elkaar nog meer dan anders haarfijn aan.

Direct nadat we weer vertrekken dient zich opnieuw een visioen bij me aan. Terwijl we in draf op de weg terug naar Babylon rijden, zie voor me hoe ik na de dood van mijn vader Xerxes op de troon plaats neem en tegelijk met de kroon de macht over Perzië ontvang. Wat me beangstigt is dat ik in dit visioen er nog zo jong uitzie, nauwelijks ouder dan ik nu ben. Mogen de Goden mij goedgunstig gezind zijn, moge dit beeld niet kloppen, moge mijn vader nog vele lange jaren leven en bij ons zijn. Xandry ziet mijn onrust en als ik het visioen met mijn zusje deel zijn we beiden een tijdlang stil, we vrezen de voorspellende kracht ervan…

Maagdelijke groepsgalop

Eenmaal terug in het paleis stijgen we af en op het moment dat de fallus mijn lichaam verlaat wordt dat wat ik als een staat van verlichting heb ervaren verbroken. Wat overblijft is een lege schede en een enorme drang van mijn lichaam om die snel opnieuw te vullen, dit keer met een levensechte roede van hard mannenvlees! De stalmeester en de beide paardenknechten staan weer klaar om ons en de dieren op te vangen. De beiden knechten zijn mooie jonge mannen en beiden hebben ze dankzij de aanblik van onze naakte lichamen tussen de lederen stroken van hun wapenrok door hun roedes hard en stevig rechtop staan. Even komen we in de verleiding hen mee te vragen voor onze ‘nazit’ maar dan zegt Xandry ‘kom’, en lopen we naar de binnenplaats van het garnizoen waar onze strijdsters al vele uren trainen.

Daar dient zich een nieuwe schok aan, het is een verbijsterend gezicht, al die naakte meisjes en jonge soldaten, allemaal op soms een wapenrok na naakt, glanzend van de olie en het zweet, met houten wapens strijdend als ware het een gevecht op leven en dood. Op ditzelfde moment besluit mijn zusje dat het tijd is om de meisjes in te wijden in de kunst van het ‘zadelroede rijden’.

Ze vraagt om aandacht, waarop de partijen direct hun strijd staken. Dan spreekt ze als generaal der Amazones de meisjes toe. Ze vertelt dat een belangrijk onderdeel van hun opleiding is te leren hoe ze de optimale verbinding met hun rijdier aan kunnen gaan, om zoals een twee-eenheid te kunnen handelen als het eropaan komt. En dat zij daarvoor dus op een fallus zullen rijden, waar hier en nu voor geoefend gaat worden. Vervolgens wendt ze zich rechtsreeks tot de soldaten en verzoekt ze hen ermee in te stemmen hun roede beschikbaar te stellen, die daarop zonder uitzondering een diepe instemmende buiging maken. Ik had ook niet anders verwacht, bedenk ik me met een binnenpretje…

Het grootste deel van de meisjes trekt echter wat bleekjes weg trek en als Xandry hen vraagt zich te uiten zeggen enkele meisjes heel moedig dat ze nog nooit werden betreden door een man. Xandry reageert met begrip, maar ook dat het eens de eerste keer zal zijn en dat ze het nu helemaal in eigen hand kunnen houden, omdat zíj degenen zijn de roede berijden. Waarna we het voor gaan doen, om de meisjes het goede voorbeeld te geven…

X. Zara

Wat vond je van dit verhaal?

Aantal stemmen: . Gemiddeld cijfer:

Nog geen cijfer, ben jij de eerste ?

Geschreven door Zara

Hi, fijn dat je mijn verhalen leest, ik hoop dat je ze leuk vindt.
En jouw reactie is altijd welkom!
Liefs. Zara

Dit verhaal is 487 keer gelezen.
Reageren? Leuk! Houd het aub on topic en netjes, dankjewel!

Plaats een reactie