De jaarlijkse feesttent

Sanne stapte uit de oude fiets van haar vriendin, de wielen knerpten op het gravel. Het tentfeest bruiste al, lampionnen wiegden in de avondwind en gooiden oranje gloed over de wei. Ze rook de zomer: gras, stof en een vleugje bier dat uit de tent kwam. Haar vriendinnen, Lotte en Mara, lachten luid terwijl ze hun jassen op een strobaal gooiden. “Kom op, Sanne, vanavond geen gezeur over Groningen,” zei Lotte, en ze duwde een fles cola in Sanne’s hand. Er zat een scheutje iets sterkers in, dat prikte op haar tong.

Sanne was achttien, net klaar met de havo, en werkte nu in de supermarkt. Kassa draaien, dozen sjouwen – het was oké, maar elke avond staarde ze naar de kaart van Nederland op haar kamer. Groningen lonkte, met zijn universiteit en onbekende straten. Hier in het dorp voelde alles klein, bekend. Ze had nog nooit echt een crush gehad, niet zoals in de films. Wel fantaseerde ze ’s avonds, over handen die haar raakten, over een jongen die haar zag zoals ze zichzelf wilde zien: niet het stille meisje uit de polder, maar iemand met vuur. Nuchter als ze was, duwde ze die gedachten weg. Vanavond zou ze gewoon dansen, drinken en lachen. Geen verwachtingen.

Ze liepen naar de tent, waar de band al speelde. 80’s rockcovers vulden de lucht – een bonkende bas die door de grond trilde. De dansvloer was een chaos van lichamen, meisjes in korte rokjes, jongens met opgerolde hemdsmouwen. Sanne en haar vriendinnen nestelden zich bij de strobalen aan de rand, nippend aan hun drankjes. De cola brandde zacht in haar keel, maakte haar wangen warm. Ze keek rond, ving flarden gesprekken op. “Heb je die nieuwe tractor van de boer gezien?” lachte iemand. Het was vertrouwd, maar vanavond voelde het anders. Alsof de lucht geladen was.

Daar, bij de bar, stond Rik. Sanne herkende hem meteen, al was hij veranderd. Negentien nu, werkte hij op de melkveehouderij van zijn oom. Brede schouders van het tillen van emmers en hooibalen, een zachte blik in zijn ogen die niet paste bij zijn ruwe handen. Hij praatte met zijn neef, een biertje in de hand, maar zijn hoofd draaide even haar kant op. Sanne’s maag draaide om. Vroeger, op de basisschool, hadden ze in dezelfde klas gezeten. Hij was altijd de rustige jongen geweest, nooit de luidruchtige haan. Nu leek hij… sterker. En die oude pick-up truck van hem, waar iedereen over praatte, stond buiten geparkeerd, glimmend onder de lampionnen.

Ze schudde haar hoofd. ‘Waarom kijkt hij?’ Haar hart bonsde een tikje harder dan de muziek. Lotte stootte haar aan. “Hé, dat is Rik, toch? Die met die truck. Hij staart naar je.” Sanne bloosde, nam een slok. “Doe niet zo gek.” Maar ze keek terug. Zijn blik bleef hangen, een seconde te lang, en toen draaide hij weg, lachend om iets wat zijn neef zei. De band speelde door, een cover van “Sweet Child O’ Mine” die de tent liet schudden. Sanne voelde de beat in haar borst, warm en opbouwend.

Ze danste een beetje mee, wiegend op de muziek, haar rok plakkend aan haar benen van de hitte. Het zweet parelde op haar huid, en ze veegde het weg met de rug van haar hand. Haar vriendinnen trokken haar de dansvloer op, draaiden haar rond tot ze lachte, duizelig. Maar haar ogen zochten hem weer. Rik stond nog bij de bar, maar nu liep hij langzaam door de menigte. Sanne excuseerde zich bij Lotte en Mara, mompelde iets over de wc, en baande zich een weg naar de uitgang van de tent. De lucht buiten zou koeler zijn, dacht ze. Weg van de drukte.

Bij de flap van de tent botste ze tegen iemand op. Sterk, warm. Een hand greep haar arm om haar te stabiliseren. “Sorry,” mompelde ze, en keek op. Rik. Zijn gezicht was rood van de hitte, zijn shirt plakte aan zijn borst. “Sanne?” zei hij, zijn stem laag over de muziek heen. Ze knikte, haar huid tintelde waar zijn hand haar arm raakte. Het was ongemakkelijk, warm, en toch… tintelend. Alsof een vonk oversprong. “Ik… eh, sorry,” stamelde ze. Hij liet haar arm los, maar niet meteen. “Geen probleem. Druk hier, hè?”

Ze stonden daar, net buiten de tent, de lampionnen wierpen schaduwen over zijn gezicht. Zijn ogen waren zacht, maar er zat iets nieuws in, iets hongerigs. Sanne’s hart klopte in haar keel. ‘Waarom voelt dit zo?’ Ze kende hem amper, maar zijn aanwezigheid vulde de ruimte. “Ja, warm binnen,” zei ze, zoekend naar woorden. Hij lachte kort, wreef over zijn nek. “Vertel mij wat. Ik ben Rik, trouwens. Al weet je dat vast.” Ze glimlachten allebei, stuntelig. Het gesprek begon haperend – over de band, over het dorp, over hoe de zomer voorbijvloog. Maar al snel werd het vrijer. “Dus, jij werkt in de supermarkt?” vroeg hij. “Ja, tijdelijk. En jij op de boerderij?” Hij knikte. “Melkkoeien. Niet glamorous, maar het bevalt.” Zijn stem was kalm, maar zijn blik dwaalde naar haar lippen, en zij voelde het.

De muziek dreunde nog door, maar buiten was het stiller. Rik keek om zich heen. “Wil je even naar buiten? Echt buiten, bedoel ik. Want binnen is het zo warm.” Sanne aarzelde een seconde, haar vriendinnen zou ze later wel vinden. “Oké,” zei ze, en ze liepen samen weg van de tent. Het veld strekte zich uit, donker en uitnodigend, alleen verlicht door de maan en verre lampionnen. Het gras kietelde aan haar sandalen, de nachtlucht koel op haar bezwete huid. Ze praatten door, over schoolherinneringen, over hoe het dorp soms te klein voelde. “Ik weet niet of ik hier blijf,” gaf ze toe. “Groningen lijkt zo… groot.” Hij knikte. “Ik snap dat. Maar soms is groot niet alles.”

Hun handen raakten elkaar terwijl ze over het gras liepen, per ongeluk eerst. Maar geen van beiden trok weg. Sanne’s vingers sloten zich om de zijne, warm en ruw van het werk. Haar hart ging sneller, een bonzen dat de krekels overstemde. ‘Dit is gek. Maar het voelt goed.’ Ze durfde niet weg te kijken, zijn profiel in het maanlicht, de stoppels op zijn kin. Hij keek terug, en er hing iets in de lucht, een spanning die zacht opbouwde, respectvol, zonder druk.

Ze bereikten de rand van het weiland, waar zijn pick-up truck stond, een beetje afzijdig. “Hier is het stil,” zei hij, en klom op de achterklep. Hij stak een hand uit om haar te helpen. Ze ging naast hem zitten, hun knieën raakten elkaar licht. De muziek uit de tent klonk gedempt, een verre beat die hun hartslag echo’de. De lucht rook naar zomer en vrijheid – hooi, aarde, en iets vaags muskusachtigs van hem. “Weet je,” zei Rik, zijn stem lager nu, “ik vond je vroeger al leuk. Op school. Maar ik durfde nooit iets te zeggen. Te bang om stom te figuren.” Sanne’s adem stokte. ‘Hij?’ Ze draaide haar hoofd, keek hem aan. “Echt? Ik… ik heb je amper opgemerkt. Maar nu…” Ze stopte, bloosde. De spanning groeide, broeierig, maar hij wachtte, gaf haar ruimte.

Ze praatten persoonlijker nu. Over dromen – hij over de boerderij overnemen, maar met eigen ideeën, misschien een paar schapen erbij. Zij over Groningen, maar twijfelend of het echt was wat ze wilde. “Wat als ik hier iets mis?” fluisterde ze. “Iets groters, maar dichterbij.” Zijn hand gleed naar haar knie, een lichte aanraking, vraagend. “Zoals dit?” Ze knikte, haar huid tintelde onder zijn vingers. Geen haast. Hij leunde dichterbij, zijn adem warm tegen haar wang. “Wil je dit?” vroeg hij zacht, zijn ogen zoekend de hare. Sanne’s hart bonsde. ‘Ja.’ Ze knikte nauwelijks merkbaar.

Hun lippen vonden elkaar, warm en langzaam. Het was nieuwsgierig, voorzichtig – zijn mond zacht tegen de hare, een lichte druk die haar deed huiveren. Sanne’s handen gleden naar zijn schouders, voelden de warmte van zijn huid door het shirt heen. Geen druk, geen overhaasting. Gewoon twee jongeren die elkaar eindelijk durven te vinden. Zijn hand lag op haar rug, trok haar dichter, en ze zuchtte zacht in de kus, een golf van hitte die door haar heen trok. Het smaakte naar bier en zomer, naar iets dat lang had gesluimerd. Ze brak even los, ademde zwaar. “Dit voelt… goed.” Hij glimlachte, kuste haar voorhoofd. “Ja. Voor mij ook.”

Ze bleven zo zitten, kussend, pratend in flarden. De nacht koelde af, maar hun lichamen waren warm, lichamen die elkaar ontdekten zonder woorden. Sanne voelde de verwarring van ontluikende verlangens – de veilige wereld van het dorp botste met dit nieuwe, uitdagende gevoel. ‘Ben ik hier klaar voor?’ Maar het was empowering, een eerste stap. Geen kind meer, maar nog niet helemaal volwassen. Rik’s handen gleden lager, over haar zij, maar stopten als ze even aarzelde. Altijd checkend, met een zachte “Oké?” en haar knikje.

Na een tijdje klom hij van de klep, stak zijn hand uit. “Rij je mee? Gewoon een rondje.” Ze lachte, sprong eraf. Ze reden door de nacht, raampjes open, de wind wapperend in haar haar. Zachte muziek uit de radio, een oude 80’s ballad die paste bij het moment. Geen beloftes, geen grote woorden. Alleen het gevoel dat dit het begin kon zijn. Sanne keek naar de sterren boven de akkers, de velden die voorbij flitsten. ‘Misschien hoef ik niet weg om iets nieuws te vinden. Misschien begint het gewoon hier.’

Wat vond je van dit verhaal?

Aantal stemmen: . Gemiddeld cijfer:

Nog geen cijfer, ben jij de eerste ?

Geschreven door Roland_L

Hi, Roland hier. Ik schrijf over hoe het was om jong te zijn in de jaren ’80: muziek, liefde, gedoe en alles daartussen. Soms een serie, soms een los verhaal. Niet alles is waar gebeurd, maar het voelt vaak wel zo

Dit verhaal is 4 keer gelezen.
Reageren? Leuk! Houd het aub on topic en netjes, dankjewel!

Plaats een reactie