Kokette Katinka (1/3)

COMING OF AGE

Dit verhaal gaat over het parmantige meisje Katinka. Ik heb het geschreven als eerbetoon aan mijn lieve oma Greetje. Totdat ze overleed kwam ik heel graag iedere week een keertje bij haar. Regelmatig vertelde ze me dan over de jaren zestig, dat dat háar jaren waren. Ze werd aan het begin van de tweede wereldoorlog geboren en groeide op in de jaren vijftig, toen er volgens haar niks kon en niks mocht. Iedereen hield elkaar van achter de gordijntjes of met spionnetjes in de gaten en toen de jaren zestig aanbraken zou dat állemaal gaan veranderen.

Sindsdien is er inderdaad veel veranderd, maar we weten inmiddels ook dat welváart niet hetzelfde is als welzijn. De vrijheid die er is gekomen heeft veel gebracht maar wordt helaas ook niet altijd goed gebruikt, de social media zijn bij elkaar behoorlijk wat giftiger giftiger dan de vroegere sociale controle. Maar goed, eind jaren vijftig begin jaren zestig was er dus die hoopvolle beweging dat alles anders zou worden en in ieder geval was het volgens oma een leuke tijd, toen dat benauwde elkaar in de gaten houden minder werd en de mensen meer vrijheid kregen. Ze konden zich gaan kleden zoals ze wilden, de jeugdcultuur en de popmuziek kwamen op en velen gingen ijverig experimenteren met nieuwe vormen van liefde, seks en samenwonen.

Over die tijd gaat deze story en hoofdpersoon is dus Katinka, dat kittige meisje uit ‘Kleine Kokette Katinka’, het Nederlandse songfestivalliedje uit negentientweeënzestig. Dat liedje was namelijk een ándere liefde van mijn oma, ze was er gek op. Hoe vaak hebben we het op YouTube niet samen zitten bekijken, net zo lang tot ik het ook mooi vond, het maakte me vooral vrolijk. Toen ik dat liedje pas geleden weer eens op de radio hoorde, deed het me dus aan mijn oma denken en inspireerde het mij tot dit verhaal over haar geliefde jaren zestig. Ik heb geprobeerd om het meisje uit dat liedje tot leven te wekken, en ik hoop dat dat is gelukt…

“Elke morgen om half negen,
Komen wij Katinka tegen
Rode muts en blonde lok,
Hel geel truitje, blauwe rok
Maar ze trippelt zwijgend naast haar ma,
Daarom zingen alle jongens haar verlangend na…

Kleine kokette Katinka,
Kijk nou eens een keertje om
Stiekempjes over je schouder,
Je ma ziet het toch niet dus kom
Kleine kokette Katinka,
Ben je verlegen misschien
We willen zo graag nog heel even,
Een glimp van je wipneusje zien!”
(De Spelbrekers)

Geketend aan Ma

Gék word ik van die jongens, ik heb geen idee waarom ze altijd maar weer mij moeten hebben. Het is al erg genoeg dat iedere morgen mijn mama me zo nodig naar de bushalte moet brengen, alsof ik een klein kind ben. Hallo zeg, ik ben vijftien, hoe vaak heb ik al niet gezegd dat ik liever op de fiets zou gaan, samen met al die andere dorpsmeisjes die ook in de stad op de Huishoudschool zitten. Maar ik ben enig kind en volgens mijn moeder erg fragiel en daardoor erg kwetsbaar, ze vertrouwt het echt niet om mij alleen op de fiets te laten gaan. En dus zit ik voorlopig nog aan haar vast als ze iedere morgen naast me loopt naar de bushalte.

Maar eigenlijk denk ik dus dat ze het zo alleen nog maar erger maakt. In plaats van dat ik anoniem in een groep meiden meefiets word ik nu eindeloos nageroepen, nagefloten en nagejouwd door schooljongens en boerenjongens en bakkersjongens en timmermansjongens en metseljongens en tuinjongens en melkboerjongens en ook nog eens alle ándere jongens die zo vroeg al rondlopen, fietsen, werken of niksnutten. Ik heb geleerd me er niks van aan te trekken, ik moet wel. Volgens mama kan ik maar het beste doen of ik het niet hoor en dus steek ik mijn wipneus een beetje in de lucht en loop ik door alsof ik niks zie of hoor. Maar ondertussen voel ik me verlegen en zwaar bekeken.

En eerlijk gezegd heeft de moeder van Katinka wel een beetje gelijk. Katinka is een bijzondere schoonheid aan het worden, met haar frêle figuurtje en haar prille boezem. Het lijkt wel of ze met haar goudblonde haren en felblauwe ogen de aandacht van alle jongens naar zich toe trekt, zoals in het donker motten worden aangetrokken door een felle lamp. Daar komt nog eens bij dat Katinka als een van de eerste meisjes haar rokjes in het geniep steeds nét ietsje korter maakt. Ook is zij een van de eerste meisjes dat niet meer haar haren hoog toupeert om er dan een strik omheen te doen, maar ze juist lang laat groeien en ze licht krullend langs haar gezichtje laat hangen, waardoor ze er nog meer als een engeltje uitziet.

Haar papa en mama hebben elkaar in Wageningen leren kennen. Haar papa werkte daar in de aardappel-veredeling, en toen Katinka dertien was kreeg hij een functie aangeboden kreeg bij een groot bedrijf in een Brabants boerendorp, niet ver van Den Bosch. Maar een landelijk dorp in Brabant is wel even wat anders dan het toch wat meer mondaine Wageningen met al die studenten van de Landbouwuniversiteit en Bakkershogeschool, dus toen Katinka enkele jaren terug haar intrede deed in het dorp werden alle jongens zo ongeveer helemaal gek. En de meiden werden natuurlijk jaloers, als tegenhanger, dat hoort erbij. Kortom, die toch wat mondaine kokette Katinka moest echt spitsroeden lopen in de dorpsgemeenschap en nooit werd ze helemaal geaccepteerd.

Wat ook al niet hielp was dat iedereen in het dorp in een boerderij of een ‘normaal burgerhuis’ woonde, terwijl de ouders van Katinka als een van de eersten in het bos een bungalow bouwden. Ze waren daardoor ‘rijke stinkers’, ook omdat ze als een van de eersten een auto en een telefoon hadden. En wat écht niet hielp was dat Katinka gitaar speelde, want wie deed er nou zo iets nutteloos als gitaar spelen, wat had je daar nou aan in het leven. Kortom, Katinka was in alles anders en dan lag je er in het dorp al sowieso uit. En omdat Katinka ook nog eens een ‘cadeautje’ was, ze kwam pas nadat haar ouders na jaren van proberen de hoop op een kindje al hadden opgegeven, had dit alles tot gevolg dat haar mama over-beschermend werd.

De boerenbus

De ergste van die dagelijkse ritten is wat ik ‘de Boerenbus’ noem. Die rijdt iedere woensdagmorgen, de dag waar ik van alle dagen de meeste hekel aan heb. Het is de dag waarop het veemarkt is in Den Bosch en de bus stampvol met boeren en hun zonen zit, op weg daar naartoe. Ik geloof dat ze het vooral als een soort uitje zien, iets van boeren onder elkaar. Maar zich opdoffen ho maar, volgens mij lopen ze zo ongeveer recht van onder de koeien de bus in, met de stront vaak nog aan hun broekspijpen en klompen. Eenmaal in de bus gaan de petten af, de sigaren aan en groeit de ‘boerenpraot’ al snel uit naar orkaankracht. Zo gaat het altijd, tot ík instapt. Dan vallen de gesprekken stil en zitten alle boeren en al hun boerenzonen totaal verstild en zwijgend alleen maar naar mij te staren, alsof ze nog nooit een meisje met blonde lange haren zagen. En waren het nou maar altijd dezelfde boeren en hun zonen, dan zouden ze ooit wel wennen, maar helaas zijn het iedere week vaak ook ándere boeren en hun zonen, en dus herhaalt het ritueel zich ook iedere week.

De bus is nog zo’n oud model waarvan de motor tot ver in de cabine reikt en die omkleed is met een soort deken van leer, om het lawaai wat tegen te gaan. Daarop staan dan het machientje voor de kaartjes en het bakje met het wisselgeld. Verder is er een kussentje gemonteerd als plekje waar vroeger de conducteur kon zitten, tot die functie werd afgeschaft en de chauffeur de kaartjes ging verkopen. Iedere morgen rijdt dezelfde man de bus en iedere morgen mag ik naast hem op de motor komen zitten. Hij ziet me graag en ik houd hem graag gezelschap. Een paar keer zag hij hoe ik een vrij bankje vond en er dan zo’n man naast me kwam zitten die me vervolgens behoorlijk klem zette, sindsdien mag ik dus bij hem zitten.

Vandaag is het weer zo’n woensdag, en dan ook nog zo een dat het pijpenstelen regent. Alle boeren klimmen dan met natte kleding de bus in, waar ze natuurlijk niks aan kunnen doen, maar het gevolg is wel dat de koeienstank vandaag helemáal niet te harden is. Ik ga haast van mijn stokje als ik de bus instap, maar als de chauffeur me met een verontschuldigende grijns aankijkt moet ik toch even lachen, want hij kan er natuurlijk ook niks aan doen. Om me een pleziert te doen schuift hij het raam naast zich iets verder open, zodat er toch wat frisse lucht binnenkomt.

Als ik naast hem zit kletsen we wat, maar al snel heeft hij alle aandacht nodig voor de natte keitjesweg en ga ik een beetje zitten mijmeren. Want sinds vanmorgen is alles anders geworden, ik ga verhúizen en ik zou daardoor vandaag zelfs al die starende boeren en hun zonen best wel aardig kunnen vinden.

Vrijheid!

Een paar weken terug hielp ik mama door op een oude krant van papa de aardappelen te schillen, toen ik een advertentie zag staan. Het was een oproep om verpleegster te worden in een zwakzinnigeninrichting vlakbij Nijmegen. Ik knipte hem uit want dat leek me wel wat. Eindelijk een kans om hier weg te komen, want je moet voor de opleiding namelijk eerst twee jaren intern wonen. Diezelfde avond vroeg ik mama en papa of ik daar naartoe mag gaan. Mama wil me nog niet missen en zag het dus niet zo zitten maar papa reageerde gelukkig anders, hij weet dat ik het hier in het dorp moeilijk heb en hij beloofde dat ze het er over zouden hebben. Bij het ontbijt vanmorgen was het dan zover, ze waren het eens geworden en hebben me aangemeld, volgende week al kan ik beginnen!

De inrichting stuurde een brief waarin staat dat ik in de verpleegstersflat een kleine eigen kamer krijg en de hele week houd ik me bezig met wat ik allemaal mee kan nemen, of eigenlijk vooral wat ik níet mee kan nemen, want veel ruimte is er niet volgens de brief. Maar het maakt niet uit, het wordt mijn eerste ‘eigen huisje’, als mijn gitaar en mijn kleren maar mee kunnen ga ik er vast gelukkig worden. En eindelijk was het zover, mama en papa brachten me, bij het afscheid moest mama bijna van me worden losgerukt en hier zit ik dan.

Vandaag ben ik samen met een hele groep andere nieuwelingen rondgeleid door een mentrix en het is gróot hier. Het hoofdgebouw ziet er een beetje ouderwets en somber uit maar overal op het terrein staan best wel gezellige kleinere paviljoens, waar dan de zwakzinnigen wonen. Het zal nog wel even wennen worden want sommigen laten wel een heel vreemd gedrag zien, er zijn er zelfs die een helm dragen, omdat ze zich anders verwonden.

Verder blijken er een heleboel regels te zijn waar we ons aan moeten houden. Zo mogen we de eerste drie maanden niet van het terrein af en altijd maar dan ook áltijd is het in onze kamertjes binnenlaten van jongens ten strengste verboden.

Keer op keer waarschuwt de mentrix ons dat vooral de nozems die speciaal uit de stad op hun brommers naar dit ‘meisjesparadijs’ komen heel brutaal zijn en al herhaaldelijk in een meisjesbed zijn betrapt. Volgens de mentrix betekent nozem ‘Nederlandse Onderdanen Zonder Enige Moraal’, ze hangen volgens haar maar een beetje doelloos rond op hun brommers en wie met hen omgaat wordt in dat foute gedrag aangestoken. Kortom, een meisje dat met zo’n jongen omgaat is daarna niet meer geschikt als verpleegster en gaat onherroepelijk naar huis. Nou, dat gaat mij beslist niet overkomen…

X. Zara

Wat vond je van dit verhaal?

Aantal stemmen: . Gemiddeld cijfer:

Nog geen cijfer, ben jij de eerste ?

Geschreven door Zara

Hi, fijn dat je mijn verhalen leest, ik hoop dat je ze leuk vindt.
En jouw reactie is altijd welkom!
Liefs. Zara

Dit verhaal is 1406 keer gelezen.
Reageren? Leuk! Houd het aub on topic en netjes, dankjewel!

2 gedachten over “Kokette Katinka (1/3)”

  1. Dat over de sociale media klopt maar ten dele.
    Mijn grootmoeder ( geboren in 1899, God hebbe haar ziel) was het nieuwsblad van ons dorp. 200 personen, en wat ze niet wist werd er bij verzonnen. Goede mensen werden zwart gemaakt, zelfs goede relaties en huwelijken onder druk gezet en/ of kapot gemaakt door roddels zonder enig gehalte van waarheid.
    Het is beide even achtebaks, die Goede oude tijd was ook niet ideaal.

    Beantwoorden
    • Ja, klopt Bart, terechte opmerking. Maar toch, nu gaat het meteen naar tientallen of honderden of duizenden of nóg meer mensen, dat is wel een verschil. En dan de algoritmen, die alles nog eens extra opkloppen. Maar zeker, vroeger was het echt lang niet altijd beter. Ik ben dan ook best blij dat ik nú leef. X. Zara

Plaats een reactie