Ik had liggen dromen. De zon brandde loom op mijn huid, elk zandkorreltje tintelde alsof het me kuste. We lagen half op de handdoeken, zacht plakkerig van zonnecrème en zweet. Mijn man had zijn ogen dicht, zijn ademhaling diep en rustig. D zat iets verderop, een boek losjes in de hand, maar zijn blik dwaalde steeds af naar ons… of naar háár. Zijn vrouw.
Zij lag naast me. Onze dijen raakten net niet. Haar lijf was lang en soepel, haar huid goudbruin en glanzend. Haar borsten rustten vrij op haar ribbenkast, de tepels donker, bijna paars in het felle licht. Haar schaamstreek glad, kaal, lichtjes glimmend van zonnebrand olie was net zichtbaar tussen haar licht gespreide benen.
Meer mensen druppelden het strand op. Stellen. Alleenstaanden. Sommige naakt, anderen met kleine stukjes stof die eerder uitnodigden dan bedekten. Een oudere man liep voorbij, zijn penis slap maar groot, zwaar hangend, omringd door een jungle van wit haar. Een vrouw alleen van in de dertig zette haar tas neer vlak bij ons, stevige heupen, gladgeschoren kut, haar schaamlippen licht gezwollen alsof ze zichzelf net had aangeraakt in de duinen.
Een jonge vent, strak lijf, gebruind, pik al half hard van alleen maar deze omgeving, liep de zee in. Een meisje volgde hem. Jong, slank, haar tepels zo stijf dat ze als spelden vooruit staken. Hun ogen zochten elkaars blikken. Je voelde het: niemand kwam hier per ongeluk. Dit strand had zijn eigen wetten.
Ik draaide me iets opzij. Onze huid raakte nu. Mijn dij langs die van haar. De vrouw van D.
Ze keek niet. Maar haar ademhaling veranderde. Haar neusvleugels trilden. Zwijgend contact, geladen en zinderend.
Ze opende haar ogen en keek naar me. “Even afspoelen?”. Haar stem hees, bijna nonchalant.
Ik knikte. Alsof mijn lichaam al ja had gezegd voordat ik begreep wat ze bedoelde.
We liepen samen richting de zee. Blote voeten, zand plakkend aan onze hielen, zweet langs onze ruggen. Het water kwam ons koel tegemoet. We liepen verder tot het water over ons middel reikte.
Ze boog zich naar me toe. Haar hand gleed door het water, raakte mijn zij. “Ik voel het nog,” zei ze zacht. “Zijn zaad. In me.”
Mijn kut trok samen.
Ze keek me aan. Ogen donker, wijd.
“Wil je het wegspoelen voor me?”
Ik slikte. Mijn hart bonkte in mijn keel.
Ze draaide zich een kwartslag. Spreidde haar benen net iets en zakte onder water. Even. Toen kwam ze overeind. Water stroomde van haar lijf, druppels als kristallen op haar huid. Haar benen bleven wijd. Haar hand pakte de mijne, trok me dichterbij.
Mijn vingers gleden als vanzelf naar haar kutje. Warm, nat, zacht. Ik voelde het. Niet alleen water, maar ook het mengsel van hun activiteiten, slijmerig, dikker. Ze kreunde zacht toen ik met mijn vinger haar lippen opende. Haar kutje voelde anders dan het mijne, gladder, smaller, en toch vol, warm en ontvankelijk. Mijn vinger gleed langzaam tussen haar lippen door, veegde zorgvuldig weg wat zich daar had verzameld. Ze trilde.
“Voorzichtig,” fluisterde ze. “Ik ben nog gevoelig.”
Ik voelde mijn eigen kut nat worden, zeewater mengde zich met pure, rauwe lust. Onze lichamen zo dichtbij elkaar, ons geheim onzichtbaar voor de rest van de wereld.
Toen hoorden we de mannen. Ze kwamen het water in, langzaam, loom. Alsof ze het hadden aangevoeld. Alsof ze wisten.
Mijn man keek me aan. Zijn blik gleed naar mijn hand, nog tussen haar benen. Hij glimlachte niet. Hij knikte.
Ze kwamen dichterbij, namen plaats naast ons, wasten zich ook. Hun handen gleden over hun eigen lichamen. Pik in de hand, nonchalant, maar opzettelijk. D draaide zich naar zijn vrouw en fluisterde iets wat ik niet hoorde. Ze knikte.
“Het wordt druk,” zei mijn man.
“Laten we gaan,” zei D.
We knikten allemaal. Geen discussie. Geen uitleg nodig.
We lieten het strand achter ons en liepen via een pad dat slingerde door het bos. De stilte was vol vogels, insecten, zomergeuren. Onze huid dampte nog. We liepen naakt, onze kleren in bundels in de hand. Alsof we iets achter ons hadden gelaten. Iets dat we niet meer nodig hadden.
Toen, tussen de bomen, zagen we het.
Een verlaten gebouw. Een oud strandrestaurant. Half verbouwd, half vergeten. Grote houten balken, gebarsten planken, de geur van olie, verf en stof. We duwden de deur open. Binnen was het schemerig. De zon viel gefilterd door oude vitrage. Stof hing in de zonnestralen. Spiegels aan de muren. Overal. Groot. Klein. Vervormend. Verleidelijk.
Er hing oud touw aan de balken. Ladders tegen de muur. Stofdoeken. Theedoeken. Plots geen rommel meer. Maar decor. Decor voor iets anders.
Mijn hart bonsde.
De spiegels braken onze lichamen in stukken. Ik zag mezelf vanuit hoeken die ik nooit eerder kende: mijn borsten van opzij, mijn billen van onder, mijn kutje vanuit de verte. Haar lichaam vlak naast het mijne, gespiegeld, herhaald, vervormd.
De mannen kwamen achter ons staan.
Mijn man legde een hand op mijn rug. D pakte het touw dat langs een balk hing. Ze zeiden niets. Ze hoefden niets te zeggen.
Mijn ademhaling versnelde.
De ruimte werd kleiner. De spiegels sloten zich als een cocon om ons heen. Vier lichamen. Vier schaduwen. Vier verlangens.
En ik wist:
Dit wordt geen spel meer. Dit wordt overgave.
Volledig.
En dat… is voor later.
Hee. Hier Eline weer. Ga door met je prachtige verhalen. Je schrijf stijl super. Zo stout spannend love it. Dank je. Gr Eline.
Hihi.. leuk! vanmiddag volgende deel?