**De tweede rit**
Donderdagavond, exact 22:47. Dezelfde grauwe straat, dezelfde flat. Mark stond al tien minuten te wachten op de stoep, handen diep in de zakken van zijn colbert, kraag omhoog tegen de motregen. Hij had contant meegenomen – drie briefjes van vijftig, keurig gevouwen – maar diep vanbinnen wist hij dat het niet genoeg zou zijn. Niet voor hem.
De Skoda dook op uit het donker, lampen uit tot het laatste moment. De chauffeur stopte, draaide het raampje omlaag en keek hem aan alsof hij een bestelling was die te laat kwam.
“Instappen. Voorin deze keer, zoals beloofd.”
Mark opende het portier en liet zich op de passagiersstoel zakken. De geur sloeg hem meteen weer in het gezicht: leer, sigaretten, oud zweet en iets zurigs dat hij niet wilde benoemen.
De chauffeur reed meteen weg, zonder iets te zeggen. Pas na twee straten, toen ze de ring opdraaiden richting havengebied, verbrak hij de stilte.
“Laat zien wat je hebt meegenomen.”
Mark haalde het geld tevoorschijn. De chauffeur pakte het aan, telde het zonder te kijken en stopte het in het handschoenenkastje.
“Netjes. Maar je weet dat contant alleen de rit dekt. De rest…” Hij liet de zin hangen en legde zijn rechterhand op Marks dij, hoog, duim naar binnen gericht. “…betaal je zoals vorige week.”
Mark slikte. Zijn keel was droog. “Waar gaan we naartoe?”
“Naar een plek waar niemand je hoort.”
Ze reden het industrieterrein op, langs loodsen en stapels containers. Uiteindelijk stopte de taxi achter een verlaten magazijn, half verlicht door een kapotte lantaarnpaal. De chauffeur zette de motor uit en draaide zich half naar Mark toe.
“Broek uit. Onderbroek ook. Alles tot op je sokken.”
Mark aarzelde drie seconden. Dat was genoeg.
De chauffeur greep hem bij zijn strot, niet hard genoeg om echt pijn te doen, maar hard genoeg om duidelijk te maken dat aarzelen geen optie was. “Ik tel tot drie. Bij drie ga je eruit en loop je naar huis. Naakt. In de regen. En volgende week haal ik je op bij je werk. Begrepen?”
Mark knikte snel. Broek open. Boxer omlaag. Sokken aan gelaten, omdat hij niet durfde te vragen of dat mocht.
De chauffeur stapte uit, liep om de auto heen en opende Marks portier. Hij greep hem bij zijn nek en trok hem half naar buiten, zodat Mark met zijn blote kont op de rand van de zitting zat, benen gespreid.
“Handen op je rug. Vingers in elkaar.”
Mark deed het. Er klikten weer boeien – dezelfde als de vorige keer. Ditmaal strakker.
De chauffeur ritste zichzelf open. Zijn pik was al hard, dikker dan Mark zich herinnerde. Hij spuugde erop, één keer, en duwde Marks hoofd omlaag.
“Zuigen. Diep. Tot ik zeg dat je mag stoppen.”
Mark opende zijn mond. De smaak was zout, bitter, warm. Hij kokhalsde bijna meteen. De chauffeur greep zijn haar vast en duwde door tot Marks neus tegen zijn onderbuik zat. Mark voelde tranen opkomen, maar hij vocht er niet tegen. Hij zoog, slikte, probeerde te ademen door zijn neus.
Na een minuut of drie trok de chauffeur zich terug, nat en glanzend.
“Goed. Nu draai je je om. Kont omhoog, gezicht op de stoel.”
Mark gehoorzaamde, half hangend over de passagiersstoel, knieën op de dorpel, regen tikkend op zijn rug. Hij voelde hoe de chauffeur achter hem ging staan. Geen vingers deze keer. Geen glijmiddel. Alleen spuug, twee keer op Marks opening gesmeerd, en toen de druk.
Het ging er hard in. Mark beet in de bekleding van de stoel om niet te schreeuwen. De chauffeur stootte meteen diep, ritmisch, zonder pauze. Elke stoot duwde Marks heupen tegen de rand van de stoel, schuurde zijn huid rood.
“Tellen,” gromde de chauffeur weer. “Hardop. Elke stoot.”
Mark begon. Stem gebroken, trillend.
“Een… twee… drie…”
Bij veertien begon hij te huilen. Bij zesentwintig voelde hij iets warms langs zijn binnenkant van zijn dij lopen – bloed, voorvocht, hij wist het niet meer. Bij veertig kwam de chauffeur klaar, diep in hem, met een lage grom die meer op een dier leek dan op een mens.
Hij bleef nog even zitten, diep in Mark, en liet hem voelen hoe hij langzaam slap werd. Toen trok hij zich terug. Er droop een mengsel van sperma en bloed op de dorpel.
De chauffeur veegde zichzelf af aan Marks colbert dat nog op de achterbank lag, ritste dicht en stapte weer in.
“Je mag je aankleden. Maar je boxer blijft hier. Souvenir.”
Mark kleedde zich aan met bevende handen. Broek zonder ondergoed voelde vreemd, nat, plakkerig.
De chauffeur startte de motor.
“Ik breng je naar huis. Volgende week donderdag weer. Maar dan neem je iets extra’s mee.”
Mark keek op, ogen rood. “Wat?”
De chauffeur glimlachte voor het eerst echt. Een koude, dunne lach.
“Je beste vriend. Die jongen met wie je altijd op stap gaat. Kevin, toch? Zeg maar dat het een vrijgezellenavond wordt. Of een werkborrel. Maakt niet uit. Zolang hij maar meekomt.”
Mark voelde zijn maag omdraaien.
“En als ik nee zeg?”
De chauffeur haalde zijn schouders op.
“Dan stuur ik de filmpjes door die ik vannacht heb gemaakt. Naar je vrouw. Naar je baas. Naar je LinkedIn-connecties. Je kiest.”
Hij reed de weg weer op, richting de stad.
Mark staarde naar buiten. De regen sloeg tegen de ruit. Hij voelde nog steeds hoe het zaad langzaam uit hem lekte, in zijn broek trok, koud werd.
Hij zei niets meer.
Hij wist alleen dat volgende week donderdag Kevin mee zou moeten.
En dat het daarna nooit meer zou stoppen.
—