Romy (1)

Romy Vuurmond is negentien. Ze heeft rood krullend haar dat tot op haar schouders valt, sproeten die in de zomer donkerder kleuren, en een open gezicht waarin nieuwsgierigheid sneller zichtbaar wordt dan terughoudendheid. Haar volle borsten ‘laten zien hoe ik er later uit zal zien’ en dan wijst ze naar haar moeder die er trouwens net zo prachtig uit ziet. Ze draagt vaak vintage jurken — groen, terracotta, gebroken wit — alsof haar kleding net als zij liever leeft dan mode volgt.
Wie haar tegenkomt langs de A12 ziet haar zelden achter een stuur. Eerder lopend. Demonstrerend. Soms vastberaden, soms koppig. Strijdlustig. Ze is aards, bewust van klimaat, haar eigen kracht en lichaam en eet van jongs af aan overwegend vegetarisch of veganistisch.

Ze groeit op aan de rand van een klein kustdorp waar de wind altijd een beetje ruiger blaast dan elders. Wanneer de zon bloedrood ondergaat alsof de hemel haar vurige naam bevestigt loopt Romy ze graag langs de branding. Het liefst legt ze dan haar jurk, slip en bh of hemdje even in het zand om zich te laven aan de ondergaande zon en de stilte. Ze streelt het kippenvel van het naakt zwemmen en koestert haar lichaam met liefde en aandacht en voelt zich onderdeel van iets groters.

Het gezin waarin ze opgroeit is warm, maar ook een tikje eigenzinnig. Ze komt uit een wereld waar stilte net zoveel zegt als woorden, waar het lichaam spreken mag en lijfelijkheid niet geschuwd maar gekoesterd wordt, en waar intuïtie meer dan regels of conventies een richting of keuze bepalen. Haar moeder, Roos Vuurmond (39), is een kruidendokter met een wilde tuin, een vrouw die met blote voeten door ochtenddauw loopt en zelden een bh draagt. Ze is zacht, standvastig, en heeft Romy geleerd haar cyclus, haar dromen, en haar lichaam als kompas te gebruiken.

Haar vader, Bart Vuurmond (49), is een beeldhouwer. Ruig, zwijgzaam, met handen als stammen en een hart dat hij uit steen lijkt te hakken. Hij praat weinig, maar kijkt diep. Tussen hem en Romy is er een liefde die vooral in blikken en gebaren leeft: zij is zijn vuur, zijn trots. Hij weet als geen ander hoe hij haar vuur kan ontbranden.

Romy heeft één oudere broer, Lars (21), een muzikant die zes bushaltes verderop in de stad woont, en die haar soms meeneemt naar poëzieavonden of technofeestjes waar niemand vraagt waar je vandaan komt, alleen wie je durft te zijn. Tussen hen bestaat een diepe en vrije band. In de stad kunnen ze zomaar hand in hand lopen, tijdens een bezoek aan het museum kan hij zomaar intiem achter haar staan om samen het kunstwerk te bekijken en later in het gras zittend hun indrukken en analyses te delen. Lars is degene die haar de eerste keer een gedicht liet voorlezen waarin het woord kut voorkwam, en haar leerde dat dat woord past bij haar schatkamer en niet vulgair hoeft te zijn. Sinds die tijd schuiven de woorden die haar moeder haar leerde, yoni en lingam, een beetje naar achteren al voelt zij soms een verschil tussen haar yoni en haar kut. Haar kut toont ze aan de ondergaande zon. Haar yoni opent zich als zij naakt of in yogabroek en hemdje in yoga mudra houding zit.

Verder is er nog een jonger zusje, Sterre (16), dat net begint te bloeien, verlegen maar scherp als zilver, die Romy met grote ogen aankijkt en in haar zus een voorbeeld ziet van hoe vrouw-zijn meerstemmig en vrij kan zijn.

Romy’s thuishaven is dus een plek van zintuigen, seizoenen, en overgave. Niet alles krijgt woorden, veel wordt geleefd, gedáán. Haar verlangen naar ontdekking, ook lichamelijk, komt voort uit een bedding van veiligheid en natuurlijke openheid, het vuur in haar is geen rebellie, maar een uitnodiging tot verdieping.
Romy’s moeder, Roos, is jong genoeg om de wereld nog te omarmen met een ongetemde nieuwsgierigheid en oud genoeg om wijsheid te dragen als een zachte mantel over haar schouders.

Haar vader, Bart is de stille kracht van het gezin, een rots van hout en steen waartegen de vurige Romy zich steeds weer aftekent, hij kan haar met een arm optillen en hij schildert, het liefst met Romy als model. Gekleed, nauwelijks verhuld of naakt. Hij ziet de seizoenen in haar lichaam en hij vindt haar op haar mooist tijdens haar eisprong. Zijn stille kracht is dat hij dat nooit benoemt. Dan vlammen haar lippen, staan haar borsten fier, zijn haar wangen vurig als haar rode haren en kan hij haar sproeten op zijn mooist aan het doek toevertrouwen. Zij is zijn muze, ook al raakt hij haar lichaam alleen aan om haar aanwijzingen te geven om in een andere houding of pose te zitten.

Roos kent zijn stille liefde voor haar en in zijn penseel en schildersmes sublimeert hij het vuur dat hij het liefst in haar schoot zou willen laten branden. In zijn aanrakingen voelt Romy dat er meer brandt dan alleen het verlangen om haar te schilderen. Zij ziet wat ook de kopers van de schilderijen zien, dat hij haar intens liefheeft. Ze heeft gemerkt dat haar lichaam heftig reageren kan tijdens de schildersessies in zijn atelier. De keren dat hij zelf naakt in zijn atelier werkt ziet zij aan zijn geslacht in welke staat hij naar haar kijkt en het ontgaat haar niet dat hij met een glanzende vochtige eikel in zijn atelier rondloopt als hij haar schildert.

Heimelijk overweegt zij tijdens het poseren om die aan te raken waardoor zijn geslacht tot metafysische omvang in haar dromen verschijnt en zij haar benen omklemt om een gigantische fallus en die berijdt als was het een eenhoorn. ‘s Morgens is zij dan kletsnat tussen haar benen en voelt ze dat haar kut die nacht geleefd heeft. Zij is zich bewust dat zij in deze zin een speciale seksuele relatie met elkaar hebben en ze koestert die, ook als zijn handen niet haar billen, haar rug, haar wangen of haar voeten aanraken. Soms toucheert hij haar Vuurmond, maar echt aanraken doet hij niet.

In het gezin is een vrije omgang. De meisjes lagen regelmatig bij elkaar in bed, en ook als Lars bij een van de meiden in bed kroop of andersom liggen zij daar de volgende morgen nog steeds. In de puberteit werden die momenten spaarzamer maar waren ze nooit helemaal weg. Op een late zomeravond lopen Lars en Romy samen langs het strand en kleden zij zich uit om languit in het zand te liggen en te kijken naar de ondergaande zon. De zee fluistert, de lucht is warm en zwoel. Hier, tussen de schelpen en het zilte gras, ontstaat een intiem moment. Lars schuift haar een vergeeld blaadje toe, met vlekken van wijn en tijd. Zo open en vrij als ze met elkaar omgaan zo schuchter en verlegen is hij als hij, naakt en ontwapenend, haar het briefje geeft.

“Lees dit eens,” zegt hij zacht, zijn stem een warme belofte. Romy’s lippen trillen even, een mix van nieuwsgierigheid en een tinteling van rebellie. Ze ademt de geur van de zoute lucht in, voelt de warmte van zijn aanwezigheid. De zomerlucht hangt zwoel tussen de schelpen, alsof het strand zelf ademt in het ritme van hun stille samenzijn. Romy gaat aandachtig tegenover Lars op het zand zitten, haar rug licht gebogen terwijl ze het vergeelde blaadje vasthoudt. De inkt is wat vervaagd en verraadt dat er al wat tijd ligt tussen schrijven en geven, maar de tekst staat scherp op papier en na het lezen ook in haar hart. Lars’ ogen glinsteren in het schemerlicht, een ondeugende vonk die haar altijd weer verrast. Ze buigt zich over het papier, haar vingers trillen licht en begint met een stem die eerst breekbaar is, maar snel groeit in kracht.

Lieve Romy,
Soms denk ik dat jij gemaakt bent uit dingen waar mensen geen woorden voor hebben. Uit de kleur vlak vóór zonsondergang. Uit de warmte van een trui die nog naar iemand ruikt uren nadat die weg is. Je loopt een kamer binnen en gesprekken vergeten even waar ze heen wilden.
Alsof licht zich anders gedraagt als jij er bent. Ik probeer verstandig over je te denken. Rustig. Normaal. Maar jij verschijnt met je vuur in je ogen, je lach die ergens tussen plagen en redden in hangt, en alles in mij wordt minder logisch. Je ontregelt me en juist daarom verlang ik naar je. Niet op die filmmanier waar liedjes over liegen. Ik verlang naar jouw stem als je moe bent. Naar hoe je kijkt wanneer je iets mooi vindt zonder het zelf te merken. Naar wandelingen die te lang duren.

Ik koester de stiltes die niet leeg voelen. Jouw hand in de mijne alsof die daar zonder haast altijd al hoorde. En ja – ik verlang ook naar nabijheid. Mijn hoofd tussen jouw borsten, mijn vingers die spelen met de haartjes boven je vuurmond. Naar je kussen in mijn nek of borst als we op het strand liggen. Ik wil samen in jouw of mijn bed in slaap vallen. Jouw billen voelen als de bedding voor mijn geslacht.
Ik wil met je zoeken naar het kleine wonder dat afstand verdwijnt. Naar het besef dat jij mij kiest zoals ik jou kies. Want liefde, denk ik, is niet dat je hart sneller gaat. Dat gebeurt vanzelf. Liefde is dat je iemand aankijkt en ineens begrijpt: als de wereld groot en vreemd wordt, wil ik naast jou staan.
Lars

Er onder staat een gedicht. Rauw, rauwer dan de wind die hun haren streelt, maar het voelt voor Romy als thuiskomen. Daar, tussen de woorden, vindt ze de moed om te fluisteren wat ze nooit eerder durfde uit te spreken.

VUURMOND
Ze zeggen dat vuur vernietigt.
Maar ze vergeten
dat vuur ook opent.
Kijk naar haar mond
wanneer ze lacht.
Kijk hoe woorden daarin gloeien
alsof taal zelf
haar wil aanraken.
Vuurmond.
Alsof ze geboren werd
met een zomerstorm
tussen haar lippen.
En daaronder opent zich
die andere mond
waar jongens grappen over maken
omdat ze bang zijn
voor wat verlangen met hen doet.
Haar kut.
Rauw woord.
Warm woord.
Een woord dat niet fluistert
maar een woord dat ademt.
Haar andere vuurmond.
Levend.
Ik denk dat zij dat begrijpt
wanneer ze het uitspreekt.
Kut.
Kijk hoe haar adem verandert.
Hoe haar benen zich onbewust verschuiven
alsof haar eigen lichaam
antwoord geeft.
Alsof ergens diep vanbinnen
een deur opengaat
waarachter hitte woont.
Want sommige meisjes
dragen geen schaamte tussen hun dijen
maar vuur.
En vuur wil geen toestemming
om te branden maar geeft zich aan wie zij wil.

Romy stopte. De branding vulde de stilte tussen hen. Ze voelde warmte in haar gezicht, in haar borstkas, lager ook. Een rusteloze gloed die haar adem trager en dieper maakte. Niet alleen door het woord. Maar doordat Lars háár daarin had gevangen. Haar lichaam. Haar manier van voelen. Alsof hij iets had gezien wat zij zelf nog maar net begon te begrijpen. “Jij bent echt gestoord,” fluisterde ze uiteindelijk, half lachend. “Maar je leest het wel twee keer.” Ze keek op. Hun blikken haakten vast. Ze heeft verwoord wat al een geheim tussen hen gedeeld wordt. Lars’ ogen vonken van trots. Op dit moment zijn ze niet broer en zus, maar twee zielen die de schaduwen durven kussen, samen. In dit zachte uur, tussen de golven en de wind, groeit iets in haar, een moed die diep brandt, onzichtbaar maar onuitwisbaar. Ineens voelde Romy iets gevaarlijks: hoe taal iemand dichterbij kan brengen dan handen soms doen.

“Zeg Prometheus” grapte Romy “… ga jij mijn vuur nog aanwakkeren of ga je het blussen?” Lars keek in haar ondeugende ogen en duwde haar billen in het zand en ging op haar zitten. “Allebei, Romy Vuurmond, allebei”. De branding rolde achter hen uit over het strand. Hij schoof steeds dichter naar het vuur dat allang niet meer alleen van haar was. Eerst gloed, dan vlam, daarna stilte die warmer voelde dan daarvoor.

De avond streelde hun huid als een zacht, geheimzinnig gebaar; de zilte lucht vult haar longen met een zucht van vrijheid en belofte. Romy voelt de koele aanraking van het zand onder haar blote billen terwijl Lars’ geslacht langzaam in haar gleed. De nacht vouwt zich als een fluweelzwarte deken over het stille kustdorp, terwijl het ritme van de golven een heimelijke melodie fluistert die alleen zij kunnen horen. Romy voelt hoe haar hartslag versnelt, een zinderende spanning die zich verspreidt als een warme gloed langs haar ruggengraat. Romy voelt de hitte tussen haar benen groeien, haar lichaam reageert op zijn aanraking als een stem die eindelijk gehoord wordt. Ze sluit haar ogen, haar ademhaling versnelt, en met een kleine, ondeugende glimlach fluistert ze: “ Lars. Ik ben zo nat als de zee bij hoog tij. De branding ligt niet alleen meer achter ons.” Zijn handen gleden onder haar billen zodat hij de golven in haar buik beter voelde deinen.

De avondlucht trilt van spanning terwijl Lars dieper en sneller beweegt, ritmisch, haast speels uitdagend. Romy voelt het vuur in haar, een wild brandend verlangen dat door haar aderen pulseert. Haar billen drukken zacht in het koele zand, elke aanraking wordt een elektrische vonk, een dans van pijn en genot die haar helemaal wakker schudt. Haar ademhaling versnelt, hart bonst als de rollende branding vlakbij. Ze klemt haar vingers in het fijne zand, zoekt houvast in de ruwe aarde terwijl Lars haar meeneemt op een ritme dat haar gelijkmatig meesleept – intens, onstuitbaar, en teder genoeg om haar niet te breken maar verder te openen.

“Harder,” fluistert ze, haar stem rauw van verlangen, terwijl haar heupen zich mee bewegen op de pulserende golf van zijn aanraking. Lars glimlacht, zijn blik donker en beladen, genietend van het spel, van het vuur dat zij samen ontsteken. Elk moment, elke beweging brengt hen dieper in een wereld waar alleen zij bestaan: een wereld van verlangen, ondeugendheid en ongeremde passie. Zij voelen hoe een orgasme nadert, ze kussen als de lichaamssappen zich vermengen en als zij samen stil elkaar in de ogen kijken fluistert ze “Nu is mijn yoni pas echt een kut geworden.”

Wat vond je van dit verhaal?

Aantal stemmen: . Gemiddeld cijfer:

Nog geen cijfer, ben jij de eerste ?

Dit verhaal is 830 keer gelezen.
Reageren? Leuk! Houd het aub on topic en netjes, dankjewel!

2 gedachten over “Romy (1)”

Plaats een reactie