Het Archief (Epiloog)

Ik zit nu in de serre van ons nieuwe huis. Het is zondagochtend, vroeg. De wereld buiten is nog stil, gehuld in een dunne laag nevel die boven de weilanden hangt. Sjoerd slaapt nog. Boven me hoor ik het zachte kraken van de vloerplanken als de verwarming aanslaat. Het is een vredig geluid, het geluid van een leven dat op orde is.

Ik heb je meegenomen naar de donkerste en lichtste kamers van mijn verleden. Je hebt me gezien als de onzekere vrouw van in de twintig die zocht naar kleur in een beige bestaan. Je hebt me gezien in de studio van Dick, in het appartement van Bert, en in die kelder in Antwerpen waar ik blind en vastgebonden hing. Je kent mijn geheimen nu beter dan mijn eigen moeder ze ooit zal kennen, beter dan mijn beste vriendinnen ze vermoeden. En nu ik hier zit, met een kop dampende thee in mijn handen en mijn reflectie in het raam, voel ik de behoefte om de balans op te maken. Niet voor Bert, niet voor Sjoerd, maar voor mezelf. En voor jou.

Als ik in het glas kijk, zie ik een vrouw van achtendertig. Er zitten fijne lijntjes bij mijn ogen die er twaalf jaar geleden niet waren. Mijn haar is nog steeds blond, maar ik draag het korter nu, praktischer. De onrustige blik, die hongerige zoektocht in mijn ogen die Dick destijds zo feilloos herkende, is verdwenen. In plaats daarvan zie ik rust. Een diepe rust die je alleen vindt als je je eigen demonen in de ogen hebt gekeken en ze hebt uitgenodigd voor de koffie.

Om mijn pols draag ik de dunne, platina armband met de diamantjes. Ik doe hem nooit af. Voor de buitenwereld is het een mooi sieraad, een cadeau van een liefhebbende echtgenoot misschien. Voor mij is het een anker. Het is het enige fysieke bewijs dat die nacht, en alles wat daaraan voorafging en erop volgde, echt is gebeurd.

Het eindigde twee jaar geleden. Er was geen grote ruzie. Er was geen drama. Er waren geen tranen van spijt. Het eindigde zoals het begon, met een afspraak. Bert werd ouder. Hij naderde de zestig. Zijn ambt bij de rechtbank zat erop en hij en Manon hadden al jaren de droom om naar Andalusië te verhuizen. Het appartement aan de P.C. Hooftstraat werd verkocht.

Ik herinner me onze laatste ontmoeting nog als de dag van gisteren. Het was op een dinsdagmiddag. Toen ik binnenkwam, was de woonkamer leeg. De zware leren meubels waren weg, de Perzische tapijten opgerold, de boekenkasten kaal. Het podium in de hoek was gedemonteerd. De ruimte, die jarenlang had aangevoeld als een kathedraal van verlangen, was nu gewoon een kale kamer met hoge ramen.
Bert stond bij het raam, in een spijkerbroek en een trui. Voor het eerst in tien jaar zag ik hem niet als mijn Meester, maar als een man. Een man die ouder werd, die moe was, die klaar was voor een nieuw hoofdstuk.

“Vicky,” zei hij. Hij gebruikte geen commando’s meer. Zijn stem was zacht.
We hebben uren gepraat. Niet over regels of straffen, maar over het leven. Over wat we bereikt hadden. En aan het eind van de middag pakte hij mijn handen vast.
“Je bent klaar,” zei hij. Die drie woorden raakten me harder dan welke zweepslag ook.
“Ik heb je alles geleerd wat ik je kon leren,” ging hij verder. “Je hebt geen sturing meer nodig om jezelf te zijn. De discipline, de focus, de overgave… die zitten nu in je. Ze zijn onderdeel van je karakter geworden. Je bent geen slavin meer, Vicky. Je bent een meesteres over je eigen leven.” Hij ontsloeg me van mijn plichten. Hij gaf me mijn wil terug.

Toen ik die middag de deur achter me dichttrok voelde ik een immense leegte. Het was alsof ik mijn kompas verloor. Jarenlang had ik gevaren op zijn coördinaten. Wat moest ik nu met die absolute vrijheid?

De eerste weken waren zwaar. Ik voelde fantoompijn. Mijn knieën wilden buigen als ik een man met autoriteit zag spreken. Mijn lichaam wachtte op instructies die niet kwamen. Maar langzaam, heel langzaam, vulde de leegte zich met iets anders. Met dankbaarheid.

Ik heb geen contact meer met de anderen. Dick spreek ik niet meer. Hij is van baan veranderd, verhuisd naar een ander deel van het land. We zijn vreemden geworden die toevallig elkaars naakte ziel hebben gezien. Vanessa is haar eigen weg gegaan, ergens in de kunstwereld van Berlijn geloof ik. En Mariska… die is getrouwd, heeft twee kinderen en woont in een Vinex-wijk. Zo gaat dat. We waren passanten in elkaars fantasie.

Ik weet hoe sommige mensen, misschien jij als lezer ook wel, naar mij kijken. Ze zien een vrouw die gruwelijk egoïstisch was. Een vrouw die op zoek naar haar eigen genot haar echtgenoot reduceerde tot een huisslaaf, een veilige pinautomaat en een warm bed om in bij te komen. Ze zouden zeggen dat ik, als ik echt van Sjoerd hield, hem had moeten loslaten, zodat hij een ‘normaal’ en vervullend leven kon opbouwen met een vrouw die hem wel conventioneel trouw bleef.
Maar die mensen begrijpen niets van Sjoerd. Ze verwarren zijn zachtheid met zwakte.
Sjoerd is nooit een slachtoffer geweest. Die zondagochtend in bed, toen hij mijn volledig geschoren lichaam zag, nam hij een besluit. Die aanblik was voor hem geen kwestie van een ander kapsel. Het was het onomkeerbare, fysieke bewijs dat ik me had aangepast aan de permanente eisen van een andere man. Op dat moment koos Sjoerd ervoor om de arena te verlaten. Niet uit lafheid, maar uit een ongekende, radicale liefde. Hij begreep dat mijn tocht naar de afgrond onvermijdelijk was en hij weigerde me in een kooi te stoppen om zijn eigen ego te beschermen. Hij koos ervoor om mijn anker te zijn, wetende dat ik zonder hem zou wegdrijven in de storm. Er is niets zwaks aan een man die zijn eigen demonen en onzekerheden opzij kan zetten om de vrouw van wie hij houdt volledig te laten zijn wie ze is, zelfs als dat pijn doet.
Onze relatie heeft de stormen doorstaan en is sterker dan ooit. We hebben bewezen dat liefde niet altijd betekent dat je álles deelt; soms is de hoogste vorm van liefde precies weten waar je stopt met vragen stellen.

Het Archief is er nog. De map met de foto’s die Dick maakte. De rauwe beelden die ooit mijn toegangsbewijs vormden tot de wereld van Bert. Ze liggen in een kluisje in de studeerkamer. We kijken er niet meer samen naar. Voor Sjoerd is dat boek gesloten. Hij weet dat het gebeurd is, hij accepteert dat het me gevormd heeft, maar hij hoeft de bewijzen niet te zien.
Maar ik… Soms, op een regenachtige avond als Sjoerd vroeg naar bed is of een avond weg is, pak ik ze erbij. Ik schenk een glas wijn in en open de map. Dan zie ik mezelf weer. Ik zie de blik in mijn ogen, die mengeling van doodsangst en totale extase. Het is mijn privé-museum, een plek waar ik nog even terug kan naar de vrouw die ik toen was.

Sjoerd probeert geen rollenspel meer te spelen. Hij is gewoon Sjoerd. De fijnste man op aarde. Soms pakt hij me stevig vast, drukt me tegen het matras met een kracht die me herinnert aan vroeger. En ik speel mee, ik geef me over. Ik geniet ervan, van zijn stevigheid en zijn mannelijkheid. Maar we weten allebei dat het geen echo is van Bert. Het is onze intimiteit. Een veilig spel in de warmte van ons eigen huis. Hij is geen Meester die me wil breken of bezitten. Hij is de man die van me houdt en die altijd is gebleven. En dat is genoeg.

Misschien vraag je je af waarom een intelligente, onafhankelijke vrouw ervoor zou kiezen om zich zo te laten gebruiken. Was het een gebrek aan eigenwaarde? Was het een trauma of, zoals sommigen zouden zeggen, een neerwaartse spiraal van hypocrisie? Nee.
Het was een vlucht. Een vakantie van mezelf.
In het dagelijks leven moeten we zoveel. De verwachtingen zijn hoog. We moeten succesvol zijn, sociaal, fit, verstandig. We moeten duizend beslissingen per dag nemen. Ik denk dat ik niet de enige vrouw ben die dit zo ervaart.
De aantrekkingskracht van de slavernij, van de totale onderwerping, was de stilte. De absolute stilte in mijn hoofd op het moment dat ik op dat tapijt lag en niets anders hoefde te doen dan te zijn. Bert nam de verantwoordelijkheid over. Hij droeg de last van mijn bestaan voor een paar uur per week. In ruil daarvoor gaf ik hem mijn lichaam en mijn gehoorzaamheid. Het was de eerlijkste transactie van mijn leven.

Ik heb die stilte nu niet meer nodig op die manier. Ik heb geleerd om hem zelf te vinden. Ik wandel veel. Ik lees. Ik geniet van de kleine dingen met Sjoerd. Maar de lessen blijven. Ik loop rechter. Ik ben niet meer bang voor oordelen van anderen, want wie naakt aan kettingen heeft gehangen voor een zaal vol vreemden, lacht om de kritiek van de buitenwereld.

Ik hoor geluid boven. Sjoerd is wakker. Ik hoor zijn voetstappen naar de badkamer gaan. Straks komt hij naar beneden, met zijn warrige haar en zijn bril nog niet op. Hij zal me een kus geven, vragen of ik lekker geslapen heb. We zullen ontbijten, de krant lezen, misschien een stuk gaan fietsen. Het klinkt saai. Beige, zoals ik het twaalf jaar geleden noemde. Maar het is niet beige. Het is goud. Want onder die laag van normaliteit zit een fundament van graniet, gevormd door jaren van extreme ervaringen. Ik weet wie ik ben. Ik weet waar mijn grenzen liggen, en ik weet hoe het voelt om er ver overheen te gaan.

Ik sluit mijn laptop. Mijn verhaal is verteld. Er komen geen nieuwe hoofdstukken meer bij. De huidhonger is gestild, de nieuwsgierigheid bevredigd. Ik kijk nog een keer naar buiten, waar de zon nu door de nevel breekt en de tuin in een zacht licht zet.Ik heb de uitersten van mezelf verkend, maar het boek is nu definitief dichtgeslagen.

Ik ben Vicky. Ik ben achtendertig. En ik heb van geen enkele seconde spijt.

Wat vond je van dit verhaal?

Aantal stemmen: . Gemiddeld cijfer:

Nog geen cijfer, ben jij de eerste ?

Geschreven door Gemini

Hoi! Fijn dat je een kijkje neemt bij mijn verhalen. Ik schrijf graag over de complexe kanten van liefde en connectie. Laat me vooral weten wat je ervan vindt! Liefs.

PS: Wil je persoonlijke feedback geven, me een berichtje sturen of heb je een verzoek voor een verhaal? Mail dan naar pixpoxy12@gmail.com.

Dit verhaal is 256 keer gelezen.
Reageren? Leuk! Houd het aub on topic en netjes, dankjewel!

Plaats een reactie