De ochtend begon met regen die zacht tegen de ramen tikte, een monotoon geruis dat de wereld buiten klein en de wereld binnen nog knusser maakte. De keuken was gevuld met een weldadige warmte; de houtkachel brandde laag en de oven gloeide nog na van de ochtendproductie. Op het aanrecht stonden twee broden af te koelen, de korst goudbruin en knapperig, naast een schaal kruidige havermoutkoekjes en een taart met peren en honing die zoet rook.
Sanne stond met haar heupen tegen het aanrecht geleund en bekeek haar werk. Ze bakte langzamer dan vroeger, bedachtzamer, alsof elk recept hier in Lindenvoorde vanzelf een eigen tempo kreeg. Haar blik gleed naar de rieten mand op de vensterbank. Die zat tot de rand toe vol met dieppaarse pruimen, hun velletjes nog dof van de dauw. Ze wachtten op haar.
“Ik moet vanmiddag alleen de curd nog maken,” mompelde Sanne, terwijl ze met haar vingertoppen wat bloem van haar schort veegde. “Die pruimen kijken me al de hele ochtend aan.”
Lotte zat aan de keukentafel, het prentenboek voor zich uitgespreid, schetsen op de vellen papier ernaast. De illustraties waren licht verkleurd door de vele bladeren en kindervingers die er al overheen waren gegaan. Ze keek op, haar potlood even stil boven het papier.
“Curd?” vroeg ze, met een opgetrokken wenkbrauw. “Is dat niet dat spul waar je de vorige keer zo mee zat te vloeken omdat het ging schiften?”
Sanne grinnikte en pakte een pruim uit de mand. Ze woog het fruit in haar hand, de textuur koel en stevig.
“Precies die,” zei ze. “Het is geen lastig recept, maar je moet goed op de verdeling van de temperatuur blijven letten. Het vraagt om… volledige aandacht. En een beetje geduld.” Ze legde de pruim terug en keek Lotte aan, een ondeugende fonkeling in haar ogen. “Maar als het lukt, is het vloeibaar fluweel. En plakkerig als de hel.”
“Klinkt als een recept voor chaos,” plaagde Lotte.
“Misschien,” zei Sanne zacht. “Maar soms is een beetje rommel in de keuken precies wat je nodig hebt.”
De opmerking bleef even hangen, warm en dubbelzinnig, voordat Lotte haar aandacht weer op het boek richtte. Het verhaal was nog steeds hetzelfde: een klein dorp, dieren die elkaar ruimte gaven, een plek waar niemand hoefde uit te leggen waarom hij bleef. Ze had niets veranderd aan de tekst, alleen een paar illustraties verfijnd voor de nieuwe druk. Meer bladeren aan de lindeboom. Zachtere gezichten.
“Neem je er straks een paar mee?” vroeg Sanne, terwijl ze de taart inpakte voor de wandeling. Lotte knikte.
“Meneer Van Ginkel vroeg of ik er vandaag weer een paar wilde signeren. Hij zei dat mensen het fijn vinden om te weten wie het gemaakt heeft.” Sanne glimlachte en liep naar haar toe. Ze legde een hand op Lottes schouder, kneep zachtjes.
“Dat snap ik wel. Wie wil er nou niet weten wie zulke mooie dingen maakt?”
Later die ochtend liepen ze samen het dorp in. Sanne droeg de mand met gebak, Lotte haar tas met boeken. Het pad langs het bos was vochtig en rook naar mos en natte aarde. Zodra de eerste huizen verschenen, werd de stilte doorbroken door alledaagse geluiden. Een deur die openging, een hond die blafte, een kind wat aan het voetballen was.
“Goedemorgen,” riep Truus van de bloemenkraam al van ver. Ze was bezig haar emmers met herfstasters neer te zetten. “Jullie zijn laat vandaag.”
“De oven werkte niet mee,” loog Sanne glimlachend; in werkelijkheid hadden ze gewoon te lang koffie gedronken en naar de regen gekeken. Truus keek in de mand.
“Die perentaart weer?”
“En koekjes.”
“Zet maar neer. Ik zorg dat iedereen het ziet.”
Bij de bakker bleven ze even staan. De deur stond open, de geur van vers gistdeeg kwam hen tegemoet en mengde zich met de regen.
“Jullie wonen nu echt hier, hè,” zei de bakker, leunend over zijn toonbank terwijl hij hen aankeek. Zijn blik was niet meer nieuwsgierig, maar kennend. “Ik zie jullie overal.”
“Dat is de bedoeling,” zei Lotte met een kleine, trotse lach. Hij knikte goedkeurend.
“Mooi. Het dorp kan wel mensen gebruiken die blijven.”
Verderop, bij de boekhandel, stond meneer Van Ginkel, gereserveerd als altijd, al buiten onder de luifel.
“Daar zijn jullie,” zei hij. “Ik heb er nog twee verkocht gisteren. Een moeder vroeg of het verhaal echt zo bedoeld was.”
“Hoe bedoelt u?” vroeg Lotte, even op haar hoede.
“Nou,” zei hij, terwijl hij even nadacht en zijn bril rechtzette, “gewoon zoals het is. Zonder uitleg. Twee hoofdpersonen die gewoon… samen zijn.”
“Ja,” zei Lotte zacht, en ze voelde Sanne’s arm even tegen de hare strijken. “Zo is het bedoeld.” Hij glimlachte breed.
“Dat dacht ik al. Het is een goed verhaal.”
Op het plein bleef een oudere vrouw staan bij de koekjes die Sanne had neergezet. Ze wees met een gehandschoende vinger naar Lotte.
“Bent u van dat boek?” Lotte knikte.
“Mijn kleinzoon wil het elke avond lezen,” zei de vrouw. “Hij zegt dat hij later ook zo wil wonen. Gewoon ergens waar niemand raar doet.”
Sanne voelde Lottes hand even haar arm zoeken, een snelle, stevige greep. Ze zei niets, maar het was genoeg.
Ze liepen verder. Kinderen fietsten langs, spetterend door de plassen. Een man met een hond groette hen alsof het de normaalste zaak van de wereld was dat ze daar liepen, hand in hand. Bij het bankje onder de grote lindeboom gingen ze even zitten, beschut door de dikke takken. Sanne zette de inmiddels lege mand neer, Lotte bladerde door een boek voor een meisje dat nieuwsgierig dichterbij was gekomen.
“Lees je voor?” vroeg het meisje.
“Een stukje,” zei Lotte.
Ze las rustig, zonder haast. Sanne keek toe, naar de manier waarop Lotte’s stem het plein veranderde, zachter maakte. Mensen bleven even staan, luisterden half, glimlachten en liepen weer door. Sanne dacht aan de middag die voor hen lag. De regen, de warme keuken, de pruimen die wachtten om verwerkt te worden tot iets zoets en kleverigs.
Toen ze later terugliepen naar huis leek het dorp stiller, maar niet leeg.
“Denk je dat ze ons echt kennen?” vroeg Lotte, terwijl ze de boerderij in de verte zag liggen.
“Misschien niet,” zei Sanne. “Maar ze weten dat we er zijn. Dat is genoeg.” Ze opende het hek en keek naar het keukenraam. “En nu… nu is het tijd voor die curd.”
De regen tikte opnieuw ritmisch tegen het keukenraam, een grijs contrast met de warmte binnen. De keuken rook naar gestoofde pruimen en vanille. Sanne stond over het granieten aanrecht gebogen, haar aandacht volledig opgeëist door de koperen pan voor haar. Pruimencurd. Ze voelde een druppel zweet langs haar slaap glijden en veegde die met haar bovenarm weg. In haar hoofd was ze bezig met de logistiek van de komende week. Heb ik genoeg potjes? Zal mevrouw de Vries weer zeuren over de suikerverhouding? Misschien moet ik er dit keer steranijs bij doen, gewoon om ze te prikkelen. Haar pols deed zeer van het kloppen, maar ze ging door in een strak, monotoon ritme. Dit was haar domein. Hier had ze controle.
De deur zwiepte open en een tochtvlaag bracht de geur van terpentine en regen mee naar binnen. Lotte.
“San, je moet echt even kijken,” begon ze meteen, terwijl ze met haar schetsblok wapperde. Ze leunde tegen de deurpost, haar sokken half afgezakt. “Die tekening van Floris… de schaduwval klopt niet. Als hij onder de eik staat, moet het licht toch van links komen? Wat vind jij?” Sanne hield haar blik strak op de paarse massa in de pan.
“Hm-mm,” bromde ze, terwijl ze de garde sneller bewoog. “Klinkt logisch.”
“Je luistert niet,” zei Lotte, en ze kwam de keuken in. Ze schoof haar schetsblok op het enige vrije plekje op het aanrecht. “Ik heb het over lichtinval, jij hebt het over jam.”
“Curd,” corrigeerde Sanne automatisch, zonder op te kijken. “En als ik nu stop, schift de hele boel. Lieverd, niet nu.”
Lotte zuchtte theatraal, maar er verscheen een ondeugende glinstering in haar ogen. Ze verveelde zich, dat zag Sanne vanuit haar ooghoek. Lotte deed een stap dichterbij, tot ze vlak achter Sanne stond. Ze legde haar kin op Sanne’s schouder en blies zachtjes tegen haar nek.
“Het ruikt hier wel heel lekker,” fluisterde ze. Haar hand kroop ondeugend richting de pan. “Mag ik niet heel even…?” Sanne tikte met de houten lepel tegen Lotte’s vingers.
“Afblijven. Het moet afkoelen.”
“Je bent zo streng als je bakt,” plaagde Lotte. Ze drukte haar heup tegen die van Sanne en begon met haar vinger over de rand van Sannes broekriem te strijken. “Geen tijd voor kunst, geen tijd voor je vriendin… alleen maar pruimen.” Sanne voelde haar irritatie strijden met een opwellende warmte. Die vingers op haar heup leidden af. Haar ritme haperde.
“Lotte, ga tekenen,” waarschuwde ze, maar haar stem miste overtuiging.
“Nee,” zei Lotte, en ze doopte razendsnel een vinger in de pan.
Dat was de druppel. Sanne zette het vuur uit, legde de garde neer en draaide zich in één vloeiende beweging om. Voordat Lotte kon wegduiken, grepen Sanne’s sterke handen haar bij haar middel.
“Oké, jij vroeg erom,” gromde Sanne. Met een kracht die Lotte altijd weer verraste, tilde ze haar van de vloer.
“Hé! Sanne, pas op!” gilde Lotte lachend, terwijl ze spartelde.
Sanne zette haar met een doffe klap op het koele aanrecht, precies tussen de potten en pannen in. “Zo. Nu kun je geen kant meer op. Zit en blijf.”
In haar poging om haar evenwicht te bewaren, maaide Lotte’s hand naar achteren. Er klonk een nat geluid. Haar hand landde vol in een openstaand potje met afgekoelde curd dat daar stond te rusten.
Het werd stil. Ze keken allebei naar Lotte’s hand, die nu droop van de dikke, paars-rode substantie. Het kleverige goedje liep traag tussen haar vingers door en drupte op haar pols.
Toen proestte Lotte het uit.
“Oeps.”
Sanne schudde haar hoofd, maar de strengheid was uit haar ogen verdwenen, vervangen door iets donkerders. Ze deed een stap dichterbij en ging tussen Lotte’s benen staan, die over de rand van het aanrecht bungelden.
“En nu?” vroeg Lotte zacht, haar ademhaling ineens een stuk hoger in haar keel. Ze hield haar besmeurde hand in de lucht, onzeker en uitdagend tegelijk.
Sanne zei niets. Ze pakte Lotte’s pols vast. Haar greep was stevig, haar vingers drukten in de zachte huid aan de binnenkant van Lotte’s arm. Ze bracht de hand naar haar mond.
Lotte hield haar adem in toen ze Sanne’s tong voelde. Warm, ruw en vastberaden. Sanne likte de curd van Lotte’s duim, langzaam, met lange halen, haar ogen geen moment van Lotte afwendend.
Het was geen schoonmaken. het was proeven. Sanne zoog zachtjes aan Lotte’s wijsvinger, haar lippen sloten zich eromheen, en Lotte voelde een schok door haar lijf trekken die niets met de temperatuur in de keuken te maken had.
“Zoet,” mompelde Sanne tegen de huid van Lotte’s handpalm. “Maar ook zuur.”
Toen de hand schoon was, liet Sanne hem niet los. Ze leunde naar achteren en keek naar het omgevallen potje op het aanrecht.
“Die is toch verpest,” zei ze schor. “Zonde om weg te gooien.”
Sanne stak twee vingers diep in het potje. Ze haalde ze eruit, bedekt met een dikke laag van de glanzende, paarse curd. Ze keek Lotte aan, een blik die Lotte’s knieën deed verslappen, en bracht haar vingers naar Lotte’s mond. Met een bijna tergende traagheid smeerde ze de curd uit over Lotte’s onderlip, en toen over haar bovenlip. Lotte’s mond was nu een glanzende, zoete uitnodiging.
“Nu ben je om op te eten,” fluisterde Sanne.
Ze boog voorover en kuste haar. Het was een rommelige, plakkerige kus. Sanne’s tong zocht de zoetigheid op Lotte’s lippen en drong toen dieper, hongerig naar de smaak van Lotte zelf. Lotte kreunde in Sanne’s mond, haar schone hand vond houvast in Sanne’s nek, haar vingers verstrengeld in de haren die uit de clip waren ontsnapt.
Sanne duwde haar lichaam steviger tegen dat van Lotte aan. Het koele graniet onder Lotte’s billen en de hitte van Sanne tussen haar benen vormden een contrast dat haar deed duizelen.
“Vergeet die tekening,” hijgde Sanne tegen Lotte’s mondhoek, terwijl ze een restje curd van Lotte’s kin likte. Haar handen gleden van Lotte’s middel naar haar bovenbenen, duwden ze verder uit elkaar zodat ze er nog dichter tegenaan kon staan. “Volgens mij hebben we hier nog wel even werk.”
Lotte sloeg haar benen om Sanne’s middel, trok haar dichterbij tot er geen ruimte meer tussen hen was.
“Ik denk het ook,” fluisterde ze terug. De geur van pruimen en suiker was overal, maar het enige dat ze echt kon proeven, was Sanne.
De keuken was stil, op het zachte, vochtige geluid van hun zoenen na. Sanne’s handen, warm en dwingend, gleden van Lotte’s heupen naar de knoop van haar spijkerbroek. Lotte leunde achterover op haar ellebogen, haar ademhaling schokkerig, en keek toe hoe Sanne met een geconcentreerde blik de knoop losmaakte.
“Je broek,” mompelde Sanne, haar stem hees. “Die zit in de weg.”
Lotte tilde haar heupen op, een reflex van pure volgzaamheid, en hielp Sanne om de stof over haar billen en benen naar beneden te stropen, tot de broek samen met haar slipje op haar enkels bleef hangen. De kou van het granieten aanrechtblad tegen haar blote billen en bovenbenen liet haar huiveren, maar de hitte die van Sanne afstraalde, maakte dat ze die kou juist wilde voelen. Het contrast zette haar zintuigen op scherp.
Sanne deed een stapje terug, maar haar ogen lieten Lotte niet los. Ze keek naar Lotte zoals ze naar haar deeg keek voordat het de oven in ging: met kennis, waardering en een stille honger. Ze legde haar handen op Lotte’s knieën en duwde ze zachtjes maar beslist verder uit elkaar, tot Lotte volledig voor haar open lag.
“Nog steeds zoet,” zei Sanne zachtjes, verwijzend naar de curd, maar haar blik was nu gericht op het zachte, blonde haar tussen Lotte’s benen.
Zonder haar ogen af te wenden, zakte Sanne langzaam door haar knieën. Lotte voelde haar hart in haar keel kloppen. De spanning was bijna ondraaglijk. Ze voelde Sanne’s warme adem tegen de gevoelige huid van haar binnenbenen, een belofte van wat komen ging.
Toen Sanne’s tong haar voor het eerst raakte, schoot er een schok door Lotte heen die haar rug deed krommen. Sanne was niet voorzichtig, niet aarzelend. Ze proefde Lotte met dezelfde gretigheid en zelfverzekerdheid waarmee ze in de keuken werkte. Haar tong was breed, warm en nat, en ze maakte lange, trage halen, precies over de plek waar Lotte het het meeste nodig had.
Lotte’s handen zochten houvast en vonden Sanne’s haren. Ze woelde haar vingers erin, trok Sanne dichterbij, hoewel dat nauwelijks mogelijk was.
“Sanne…” hijgde ze, haar hoofd achterover vallend, haar ogen gericht op het plafond waar een kleine barst in het stucwerk zat die ze nooit eerder had gezien.
Sanne luisterde niet naar woorden, maar naar Lotte’s lichaam. Ze voelde hoe Lotte’s dijen trilden tegen haar wangen. Ze wisselde het tempo af, eerst langzaam en plagend, de zijkanten verkennend, en dan, toen ze voelde dat Lotte’s heupen haar ritme begonnen te zoeken, sneller en directer op haar klit. Het geluid van Sanne’s mond, nat en gulzig, vermengde zich met Lotte’s onregelmatige ademhaling.
Het was rommelig en perfect. Lotte’s hakken bonkten zachtjes tegen de keukenkastjes bij elke beweging. Een vergeten lepel kletterde van het aanrecht op de grond, maar niemand reageerde.
Sanne voegde haar vingers toe aan het spel. Sanne maakte een krullende beweging, precies zoals ze wist dat Lotte het lekker vond. Het dubbele gevoel, de tong die van buitenaf stimuleerde en de vingers die van binnenuit druk gaven, was teveel om stil bij te blijven.
Lotte klemde haar benen om Sanne’s hoofd, een instinctieve reactie om de bron van dit genot gevangen te houden. Sanne gromde zachtjes, een trilling die Lotte tegen haar gevoelige plek voelde, en versnelde haar bewegingen.
De opbouw was als een golf die niet te stoppen was. Lotte voelde de spanning zich samentrekken in haar onderbuik, een strakke bal van hitte die op knappen stond.
“Ja… zo… ga door,” smeekte ze, haar stem gebroken.
Sanne ging door. Ze stopte niet, vertraagde niet, zelfs niet toen Lotte’s lichaam begon te schokken. Ze bleef haar tong stevig tegen Lotte’s gevoelige plek drukken, de pulsaties van Lotte’s orgasme opvangend met haar mond, drinkend van haar vocht en haar genot.
Toen de golven eindelijk wegebden en Lotte slap en hijgend op het koele aanrecht terugzakte, bleef Sanne nog even met haar gezicht tussen Lotte’s benen rusten. Ze kuste zachtjes de binnenkant van Lotte’s dij, een teder gebaar na de storm.
Toen Sanne naar Lotte boven haar keek, was haar mond rood en glanzend. Ze veegde een lok haar uit haar ogen en keek Lotte aan met een voldane, bijna triomfantelijke glimlach.
“Dat smaakte naar meer,” fluisterde ze schor.
Lotte kon alleen maar lachen, een bevrijdend, gelukkig geluid, en trok Sanne aan haar shirt omhoog voor een kus die smaakte naar hen allebei.
Het was Sanne die als eerste bewoog. Ze zuchtte diep, haar voorhoofd nog tegen dat van Lotte, en liet haar handen langzaam van Lotte’s heupen glijden.
“We hebben er een zooitje van gemaakt,” zei ze met een zachte lach, terwijl ze naar het aanrecht keek. Het omgevallen potje, de paarse vegen op het graniet, en de vlekken op Lotte’s dijbeen vertelden het verhaal van de afgelopen minuten. Lotte volgde haar blik en grinnikte.
“Mevrouw De Vries zou een hartverzakking krijgen.”
“Mevrouw De Vries komt er niet in,” zei Sanne beslist.
Ze hielp Lotte van het aanrecht af. Haar benen voelden nog slap toen ze de grond raakten. Sanne draaide de kraan open en liet warm water in de gootsteen stromen. Ze pakte een zachte doek, maakte hem nat en wreef voorzichtig de plakkerige resten van Lotte’s bovenbenen en buik. Het water was warm, de doek ruw, en de handeling was zo teder dat Lotte een brok in haar keel kreeg. Het was een ander soort intimiteit dan zojuist; stiller, zorgzamer.
“Die curd is mislukt,” constateerde Sanne droogjes, terwijl ze het lege potje in de vaatwasser zette. Lotte trok haar broek op en sloeg haar armen van achteren om Sanne heen, haar wang tegen de stevige rug van haar vriendin.
“Misschien,” zei ze zacht. “Maar het was wel de beste die ik ooit geproefd heb.” Buiten begon de regen weer te tikken, harder nu, alsof de avond definitief gevallen was.
Binnen was het een puinhoop, maar het was hun puinhoop. En voor vandaag was dat perfect.