Na de storm

Het is stil op kantoor. Op het zachte zoemen van de klimaatbeheersing na. De LED-verlichting laat een koud licht op stapels dossiers schijnen. De dossiers vormen een ondoordringbare scheidingsmuur tussen hen in. Elias staart naar de statistieken op zijn scherm, maar ziet ze niet. Hij voelt alleen de aanwezigheid van Sophie. Twee meter verderop.

“Het klopt nog steeds niet,” zegt ze plotseling. Haar stem snijdt als een vlijmscherp mes door de stilte.

Elias zucht diep. “Het klopt wél. Je bent gewoon te eigenwijs om toe te geven dat mijn strategie efficiënter is… Zoals gewoonlijk…”

Ze staat op, loopt, nee: béént naar zijn bureau en leunt voorover op zijn bureau. De handen op de rand van het beukenhouten blad. Haar ogen fonkelen. Van pure frustratie. Of is het iets anders?

“Efficiënter? Roekeloos!!” bijt ze hem vinnig toe. Ze is zó dichtbij dat hij de lichte geur van haar parfum kan ruiken. Sandelhout en iets dat hem doet denken aan een opkomende regenbui. “Je walst echt óveral overheen, Elias. Overal. Cijfers, regels; over álles.”

Elias staat ook op. Hij is een kop groter, maar ze wijkt geen millimeter terug. De lucht tussen hen is is dik. “Misschien is dat de enige manier om jou te laten bewegen, Sophie. Je zit zo verdomde vastgebonden in je eigen controle dat je vergeet te léven.”

Er brak iets in haar. “Je weet helemaal niets van me,” fluisterde. Haar stem trilde.

De ruzie tussen de twee collega’s speelt al maanden. Een intellectueel steekspel. Het put hen beiden uit. Maar maakt hen ook beiden hyperalert. Maar op één of andere manier is de vermoeidheid deze avond verdwenen. Vervangen door een koortsachtige spanning die niets met werk te maken heeft.

Elias kijkt naar haar opeengeperste lippen. Naar de snelle hartslag in haar hals. De muren die ze zo zorgvuldig had opgebouwd, lijken barstjes te vertonen. Elias meent een traan te ontwaren.

“Echt?” Vraagt hij met lage en schorre stem. Schorder dan hij zelf zou willen, “denk jij écht dat ik niks over jou weet?” en zet een stap, waardoor hij nog dichter bij haar komt staan, “ik denk namelijk dat ik precies weet, waarom je zo hard vecht mevrouw Damen. Je vecht niet tegen mij. Je vecht tegen dít…”

Hij steekt zijn hand uit. Aarzelend. Hij laat zijn vingertoppen boven haar pols zweven. Hij raakt haar niet aan. Maar de hitte is voelbaar. Sophie houdt haar adem in. De vijandigheid breekt. En verandert in een rauwe en breekbare eerlijkheid.

“Zeg dat ik moet stoppen,” zegt Elias, terwijl hij zijn hand naar haar kaaklijn brengt, “zeg het en ik ben weg.”

Sophie zegt niets. Maar ze sluit haar ogen. Waar ze vijf minuten nog vijandig leek, is ze ineens heel kwetsbaar.

Hij legt zijn hand voorzichtig in haar nek. Haar ogen blijven gesloten. Zijn greep wordt steviger. Bijna dwingend, zoals hun discussies altijd zijn… of wáren? Hij trekt haar naar zich toe. Hun lippen botsen, zoals hun ego’s altijd botsen… of botstén? Maar ze trekt zich niet terug. Ze laat het gebeuren. De botsing wordt een aanraking. De aanraking wordt een kus. Een zoen. Haar lippen worden vochtig en de harde opeenpersing wordt zacht en vochtig. Haar lippen gaan langzaam van elkaar. Elias streelt haar hals. De zoen blijft teder. Niet meer. Maar zeker niet minder.

De koude rand van het bureaublad snijdt in haar bovenbenen. De felle LED-verlichting voelt als een schijnwerper op een misdaadscène. Maar dit is geen misdaadscène. Dit is een scène, die Sophie al heel lang, nee waarschijnlijk nog nooit, speelde. ‘Is dit een liefdesscène?” schiet door haar gedachten? ‘Kan dat? Iemand die van mij houdt?’

“Elias, asjeblieft, we móéten hier weg. Weg van dit kantoor, van dit kille bureau, van dit felle LED-licht, weg van die Berlijnse muur die ik voor je bouwde.” En met een armzwaai veegt ze de stapel dossiers van het bureau. Mr. Gorbachev, tear down this Wall denkt Elias, als de archiefmappen met een doffe knal op de grond smakken. “Weg van hier Elias.”

De weg naar zijn auto in de parkeerkelder onder het kantoor is lang. “Mijn huis, ik wijs je de weg,” is het enige dat ze uit kan brengen. In de lift naar de kelder staan ze niet als rivalen, maar dicht tegen elkaar aan, elkaars lichamen voelend. Elias moet zich beheersen om haar niet hier, tegen de spiegelwand te grijpen. Voor het eerst ziet hij in diezelfde spiegelwand, hoe mooi ze is. De kille façade op haar gezicht heeft plaats gemaakt voor een zachtheid die hij nooit in haar zag. Haar haar dat anders altijd stijf opgestoken is, hangt nu krullend over haar schouders. Haar mantelpakje is nog hetzelfde, maar haar blouse die anders tot en met het bovenste knoopje gesloten is, onthult nu nét het bovenste randje van de welving van haar borsten.

Als ze bij zijn auto aankomen, duwt hij haar tegen de bijrijdersportier. “Als we nu instappen, is er geen weg meer terug, naar hoe het morgen op kantoor is, Sophie. Begrijp je dat?” Ze knikt alleen maar. “Rij nu maar. Ik wijs je de weg,” en ze trekt de zijden stropdas die ze tijdens de ruzie nóg strakker om zijn keel zou willen trekken, uit de boord van zijn overhemd. “Morgen bestaat niet, Elias. Alleen dit,” en laat de zijden stof door haar vingers glijden, alsof ze het liefkoost.

De stad is als een waas van voorbij flitsende lantaarnpalen en reflecties van de stromende regen. Als was het per ongeluk, laat Elias zijn hand af en toe tegen haar been gaan, als hij moet schakelen. Het voelt als een elektrische schok door haar hele lichaam. Hij laat zijn hand op haar been rusten en streelt heel even door de stof van haar panty de binnenkant van haar linkerdij. Haar benen wijken iets uit elkaar. Ze zucht bijna onhoorbaar. Elias beseft: zo dicht was hij nooit bij Sophie. Een uur geleden had hij dit niet voor mogelijk gehouden. ‘Ik hou van deze vrouw,’ schiet ineens door zijn gedachten, ‘ik heb het altijd tegengehouden, maar verdomme, ik hóú van Sophie.’

Als hij zijn auto voor haar huis stilzet, lijkt de hel los te barsten buiten. Een felle flits en meteen daarop een enorme knal en regen die werkelijk met bakken tegelijk uit de lucht valt. “Rennen!?” roept hij boven het natuurgeweld uit. Ze knikt. Beiden stappen ze de zondvloed in. Tien meter verder komen ze doorweekt en bibberend bij de voordeur. Sophie zoekt in haar tas en vindt de sleutelbos. Ze trilt over haar hele lichaam. Van kou. Van zenuwen. Van opwinding. Maar ze krijgt de sleutel niet in het slot. Elias neemt de sleutel van haar open en de klik van het openende slot klinkt als een startschot.

De deur slaat achter hen dicht. De razende buitenwereld valt weg en maakt plaats voor een zware, druipende stilte. Ze staan in de kleine, donkere hal. De enige verlichting is die van een lantaarnpaal, hun schaduwen grillig op de muur werpend. Het water stroomt van hen af en vormt plassen op de vloer, maar geen van beiden merkt het.

De kou van de regen lijkt de hitte tussen hen alleen maar aangewakkerd te hebben. Elias drukt haar tegen de gesloten voordeur. Het contrast is overal: de ijzige kou van de regen tegen de koortsachtige warmte van hun huid onder hun kletsnatte kleding.

Hij pakt de onderkant van haar kletsnatte blouse vast. “Je bevriest,” zegt hij. “Dan moet je me maar opwarmen,” is haar antwoord.

Met een ongeduldige beweging trekt hij de stof omhoog. Het kleeft aan haar vast. Een laatste barrière. Zijn koude handen vinden de brandende warmte van haar zij. Sophie slaakt een diepe zucht. De ijskoude dame van de vergadertafel heeft plaats gemaakt naar een hunkerende en geile vrouw. Hunkerend naar de aanraking die de zichzelf zo lang heeft ontzegd.

Zijn handen glijden onder haar blouse. Sophie verstrakt heel even. Een reflex. Een schaduw uit een vorig leven. Elias, die elke nuance van haar gedrag in de afgelopen maanden heeft geanalyseerd, voelt het direct.

Hij trekt zich niet terug. Hij vertraagt. Zijn bewegingen verliezen hun ongeduld en maken plaats voor een bedachtzame voorzichtigheid. Hij schuift haar blouse langzaam over haar schouders. In de schemering van de gang ziet hij haar ogen. Ze staan groot en ietwat glazig. Ze is er wel, maar ook weer niet. Ze wacht op een oordeel, een hard woord, een dwingende hand. Elias weet niets van de man die haar systematisch had gekleineerd, had afgebroken, die haar had doen geloven dat zij er niet toe deed. Maar hij ziet de littekens diep in haar ziel in de manier, waarop ze haar adem inhoudt.

“Sophie,” fluistert hij, zonder de spottende ondertoon die ze zo van hem gewend was en breng zijn hand naar haar gezicht en streelt met zijn duim haar onderlip, “Sophie, kijk naar me.”

Ze dwingt zichzelf om hem aan te kijken. Verwacht een triomf, de blik van een kerel die eindelijk krijgt wat hij verwacht, maar ziet een zachte ernst, die haar ontwapent. “Alles is goed,” zegt hij zacht, bijna fluisterend.

Hij pakt haar hand en leidt haar naar de slaapkamer, waar het zachte licht van de straatlantaarns door de gordijnen valt. Nog steeds drijfnat staan ze daar. Hij begint haar kleren uit te trekken met een tederheid die bijna pijnlijk is.

De koelte van het beddengoed voelt als een contrast met hun gloeiende lichamen. Elias trekt haar behoedzaam tegen zich aan. Hij begint haar zacht en teder te kussen. Op haar voorhoofd. Haar slapen. Op de hoeken van haar mond.

Sophie voelt een brok in haar keel. Ze was gewend aan hardheid. Aan onderwerping. Aan vernedering. Maar dit voelt zo anders. Ze begraaft haar gezicht in de holte van zijn hals. Voor het eerst in jaren durft ze haar hele lichaam tegen iemand te laten rusten.

“Ik dacht dat je me haatte,” fluistert ze tegen zijn huid.

“Ik dacht dat ik dat ook dacht,” glimlacht Elias. “maar ik denk dat ik niet wist, hoe ik anders dichtbij je moest komen.”

Hij begint haar hele lichaam te strelen. Lange, kalmerende halen, die de laatste restjes spanning uit haar mooie lijf verdrijven. Hij kust haar. Haar vingertoppen. De laatste weerstand ebt weg uit haar lichaam. Sophie ligt op haar rug. Ontspannen ademend. Elias ziet haar volle borsten op het ritme van haar adem op en neer bewegen. Hij kust haar polsen. Haar ellebogen. Haar schouders. Haar borsten. Haar tepels verharden. Hij kust ze zacht, wat ze nog harder maakt.

Ze sluit haar ogen. Ze was gewend om zich schrap te zetten, maar nu ontspant ze volkomen. Zijn lippen verkennen haar lichaam verder. Haar borstbeen. Haar zacht buik. Hij likt haar navel. Haar buik. Haar venusheuvel. Dan kijkt hij haar aan, alsof hij vragen wil: mag ik verder gaan? Ze knikt. Hij kust haar schaamlippen zacht. Dan haar clitoris. Ze zucht diep. Kan dit echt zó heerlijk zijn?

“Elias…” zucht ze.

“Sssst,” fluistert hij, “we hebben de tijd, we hebben elkaar. De hele wereld staat stil.”

Hij gaat verder. Millimeter voor millimeter. Een golf van warmte en opwinding gaat door haar heen. Terwijl hij haar intiemste delen kust, likt en knabbelt, streelt hij met zijn vingertoppen de binnenkant van haar dijen. Sophie wacht op de paniek die zich van haar meester zou maken. Maar de paniek komt niet, ze voelt tintelingen in haar hele lichaam. Ze buigt zich naar Elias toe. Zonder woorden vragend naar meer.

Hij dringt voorzichtig bij haar binnen. En er is geen mechanische kilte die ze zo goed kent. Ze voelt dat haar genot het middelpunt is. Diep zuchtend beleeft ze haar eerste orgasme sinds jaren. Een schokgolf van genot die vanuit haar diepste wezen naar buiten straalt. Ze hoort zichzelf de naam van Elias roepen, haar stem vol ongeloof, terwijl ze hem strak tegen zich aan trekt. Het is niet alleen een fysiek orgasme. Het is de eerste keer dat ze zich echt vrij voelt in haar eigen lichaam.

De golven van intens genot ebben langzaam uit hun lichamen, maar ze blijven in elkaar verstrengeld, roerloos liggen. Bezweet en trillend. Niet meer van de kou, maar van liefde. Elias kust de zilte tranen uit haar haar ooghoeken weg.

“Was dat…” vraagt hij haar zachtjes. Ze knikt. Ze kan het nog niet onder woorden brengen, haar gezicht verborgen in zijn hals. De muur was niet alleen gevallen, maar volledig opgelost.

De stilte die volgt is niet leeg. Maar zwaar en verzadigd, zoals na een onweersbui. Elias ligt op zijn zij. Zijn arm als een beschermende wal om haar heen geslagen, zijn vingers draaien gewichtsloze cirkeltje op haar rug.

“Ik wist niet dat het zo kan zijn,” fluistert ze. Haar stem klinkt klein, ontdaan van alle scherpte die ze op kantoor als schild gebruikte.

Elias houdt zijn had stil, als hij haar schouders voelt verstrakken. “Wat bedoel je?”

Sophie haalt diep adem. De laatste barrière is verdwenen. “Dat het… van mij mocht zijn. Mijn plezier. Mijn lichaam.” Ze aarzelt heel even, maar dan komen de woorden: “Mijn vorige partner… hij zorgde ervoor dat ik me heel klein voelde. Niet alleen met wat hij zei, maar ook met hoe hij me aanraakte. Of juist niet. Alles was een instrument om controle te houden. Als ik niet precies deed wat hij wilde, of als ik teveel ruimte innam, werd ik gestraft met stiltes. Of met woorden die gemener waren dan een klap.” Elias zegt niets terug, hij luistert. “Hij zei altijd dat ik ijskoud was,” gaat ze verder, haar stem nu trillend. “Dat ik niet in staat was om echt iets te voelen. En op een gegeven moment geloof je dat. Je bouwt die muren op kantoor niet alleen tegen anderen, Elias. Je bouwt ze tegen jezelf, zodat je niet meer voelt hoe kapot je bent.”

Ze draait zich naar hem toe. Het licht van de straatlantaarn is net voldoende om te zien, hoe haar ogen glinsteren. “Daarom was ik zo fel tegen jou. Jouw passie, jouw manier van doen… het was te veel. Het kwam te dichtbij de plekken die ik zorgvuldig verborgen hield.” Elias legt een hand op haar wang en veegt met zijn duim een traan weg.

“Sophie,” zegt hij, “je bent niet ijskoud. Je bent de warmste vrouw die ik ooit ontmoet heb. En dat besef ik me nu pas.” Hij trekt haar dichter tegen zich aan. Haar hoofd op zijn borst. Ze hoort zijn hart bonzen.

“Dank je, Elias.”

“Niet bedanken, Sophie. Ik ben degene die moet bedanken. Dat jij mij hebt binnengelaten.”

Wat vond je van dit verhaal?

Aantal stemmen: . Gemiddeld cijfer:

Nog geen cijfer, ben jij de eerste ?

Geschreven door Dutchpic

Ik ben een man in de bloei van zijn leven, volop actief. Mijn verhalen zijn mijn fantasieën. Sommige waar gebeurd, sommige deels waar gebeurd, sommige pure fantasie, maar ik probeer het wel realistisch te houden en bovenal hoop ik dat mijn lezers er net zo van genieten als ikzelf. Veel leesplezier geweest.

Dit verhaal is 1590 keer gelezen.
Reageren? Leuk! Houd het aub on topic en netjes, dankjewel!

Plaats een reactie