Chloë — Deel 1

Zwarte slip

De wekker was niet afgegaan. Chloë was gewoon wakker geworden, zoals ze dat vaker deed, ergens tussen zeven en half acht, zonder reden. Ze had even naar het plafond gekeken, toen naar Remy naast haar, en was opgestaan.

Hij sliep nog. Of bijna.

Ze pakte haar sportbroek van de stoel bij het raam, waar ze ze altijd haar kleren naar toe gooide als ze te moe was om ze op te vouwen, en trok die aan in het halfduister. Daarna het witte t-shirt. Alledaags. Vertrouwd. Ze liep naar de badkamer, poetste haar tanden, keek zichzelf aan zonder er lang bij stil te staan.
Toen ze terugkwam lag Remy op zijn rug, ogen open.

“Goedemorgen,” zei hij.
“Sliep je nog?”
“Een beetje.” Hij keek naar haar. Niet op een manier die iets wilde, gewoon kijken. “Heb je plannen vandaag?”
“Koffie,” zei ze. “Met een vriendin.”
Het was niet gelogen. Het was gewoon niet compleet.

Remy deed zijn ogen half dicht en keek toe terwijl zij aan de andere kant van de kamer bezig was. Hij was niet het type dat veel zei in de ochtend. Dat waardeerde ze in hem, had ze hem ooit verteld, en hij had gelachen en gezegd dat het puur zelfbehoud was.

Ze liep naar het voeteneind van het bed en trok daar de sportbroek uit. Liet die op de grond vallen. Stond even stil in het witte t-shirt, de roze slip en trok toen ook het shirt over haar hoofd.
Remy keek.

Ze had een kleine, strakke buik en twee kleine, ronde borsten, en ze bewoog zonder zelfbewustzijn, of met een zelfbewustzijn dat er zo lang al was dat het eruitzag als het tegendeel. Ze stak haar duimen in het smalle bandje van de slip en trok die naar beneden, stapte eruit. Even stond ze zo en boog toen voorover over het bed om in haar tas te zoeken.
Remy zag de lijn van haar rug, de kale huid tussen haar benen.
Ze had gevonden wat ze zocht. Ze stond op, stapte in de zwarte slip, een dunne, met het smalle bandje en trok die op. Daarna een bh, ook zwart, de strakke zonder beugel. Ze schoof de bandjes recht en liep toen pas naar de kast, aan de andere kant van de kamer.

Ze had haar telefoon gepakt en even gekeken en daarna naar de kast. Hij zag haar fronsen. Dat kleine frons die ze zelf waarschijnlijk niet voelde.

Hij dacht aan gisteravond. Ze waren vroeg thuisgekomen van het eten bij zijn broer, een beetje aangeschoten, en het was vanzelf gegaan zoals het vaker vanzelf ging. Hij had haar slip, die roze, lichtroze bijna, langzaam naar beneden getrokken terwijl zij haar ogen dichtdeed. Er was niets bijzonders aan geweest, bedacht hij. Gewoon goed. Gewoon zij.

Hij keek naar haar terwijl ze een shirt uit de kast pakte, het voor zich hield, terug hing.

Niet dat shirt.

Chloë wist zelf niet precies waarom ze het had teruggehangen. Het was een goed shirt. Ze droeg het vaak. Maar vandaag voelde het te alledaags.
Ze pakte als eerste een wijdere spijkerbroek, grijs, een model dat ze vaker droeg op luie dagen. Trok die aan, keek in de spiegel. Fronste. Het groene jasje erboven was te veel in dezelfde richting: breed op breed, alles een beetje vaag van vorm. Ze trok de broek weer uit. De zwarte skinny lag gevouwen op de plank eronder. Die had ze eigenlijk meteen al gezien. Ze trok hem aan. Beter. Strakker geheel, het jasje kreeg iets om tegen af te zetten.

Niet te veel moeite. Precies genoeg.

Ze had het van Sofie gehoord, drie weken geleden. Barend was terug. Was veranderd, zei Sofie, ze was zijn nicht. Barend was rustiger geworden van het reizen. Sofie had het gezegd als roddel, niet als aanmoediging, maar Chloë had er langer bij stilgestaan dan ze Sofie had laten merken. En toen had ze, vier dagen later, zijn berichtje gekregen. Kort. Hey. Ik ben terug. Hoe gaat het?
Ze had twee dagen gewacht voor ze antwoordde.

Remy zag haar een jasje pakken, groen, dat ribfluwelen ding dat ze bijna nooit droeg en voor de spiegel houden.

“Die staat je goed,” zei hij.
Ze keek op, even verrast, alsof ze vergeten was dat hij keek.
“Vind je?” zei ze.
“Ja.” Hij meende het.

Vanavond zou hij de ring ophalen. Hij had hem drie weken geleden uitgezocht, samen met zijn zus, en daarna bij de juwelier laten liggen omdat het voelde alsof hij hem nog niet in huis wilde hebben voor de tijd er was. Vanavond was het tijd ervoor. Hij had een plek in gedachten, een avond volgende week, een zin die hij oefende zonder hem hardop te zeggen.

Hij keek naar haar.

Zij weet het niet, dacht hij. En dat vond hij fijn. Dat het van hem was, nog even.
Ze pakte haar tas. Telefoon, sleutels, portemonnee.

“Tot later,” zei ze.
Remy keek haar aan vanuit het kussen. Die blik van hem — rustig, zonder iets te willen.
“Fijne koffie,” zei hij.

Ze glimlachte. Liep de kamer uit. Deed de deur zacht achter zich dicht.
Hij had een adres gestuurd. Niet een café, maar zijn eigen adres. Makkelijker parkeren, had hij erbij gezegd, en ik heb goede koffie. Ze had er even naar gekeken en toen oké getypt, alsof het vanzelfsprekend was.

In de auto dacht ze daar niet aan. Ze dacht aan het groene jasje, of het toch niet te veel was. Ze dacht aan Remy die fijne koffie had gezegd met die rustige blik van hem. Ze dacht aan wat Sofie had gezegd over Barend: rustiger geworden, echt, je zou het merken. En ze dacht aan hoe ze dat had opgeslagen zonder te weten waarvoor.

Ze parkeerde voor een rij rijtjeshuizen. Nummer veertien. Ze bleef even zitten.
Je gaat koffiedrinken. Gewoon kijken hoe het is.

Hij deed de deur open voor ze had aangebeld.

Barend. Twee jaar ouder, iets smaller in het gezicht misschien, of dat verbeeldde ze zich. Hij had altijd al goed uitgezien op een manier die ze zichzelf destijds had verboden te veel te denken. Donker haar, iets te lang, een wit shirt met de mouwen opgerold.

“Chloë,” zei hij.
Niet hey of hoi, gewoon haar naam.
“Hoi,” zei zij.
Hij stapte opzij. Ze liep naar binnen.

Het was een klein appartement, maar hij had er iets van gemaakt. Planten. Een goede bank. Foto’s aan de muur van plaatsen die ze niet herkende. De reis, dacht ze. Ze liep ernaar toe terwijl hij in de keuken bezig was.

“Waar is dit?” riep ze.
“Georgië,” zei hij. “Het tweede is Armenië.”
Hij zette twee koppen op het aanrecht en leunde tegen de deurpost. Keek naar haar zoals hij altijd had gekeken, te lang, te direct.
“Je ziet er goed uit,” zei hij.
“Dank je.”
“Nee, echt.” Zonder glimlach. “Goed.”

Ze draaide zich om naar de foto’s.

Ze dronken koffie aan de kleine tafel bij het raam. Hij vroeg naar haar werk, ze vroeg naar de reis. Het was makkelijker dan ze had verwacht, of het deed alsof. Hij was inderdaad rustiger. Minder van die energie die vroeger soms de kamer vulde op een manier die vermoeiend was, al had ze dat destijds niet zo benoemd.

“Ik heb gehoord dat je iemand hebt,” zei hij op een gegeven moment.
“Ja,” zei ze.
“Remy de Vries.”
Ze keek hem aan. Hij zei het neutraal, maar niet neutraal genoeg.
“Ken je hem?” zei ze, al wist ze het antwoord.
“Van vroeger.” Hij draaide zijn kop om in zijn handen. “Voetbal. Lang geleden.”
Ze zei niets.
“Gaat het goed?” zei hij. “Met jullie?”
“Ja,” zei ze. “Heel goed.”
Hij knikte. Keek naar buiten. En toen, zonder zijn blik te verplaatsen: “Mooi.”
Het klonk niet als een compliment.

Ze had op moeten staan. Dat wist ze. De koffie was op, het gesprek had een natuurlijk einde gevonden, ze had haar jas kunnen pakken en kunnen zeggen fijn om bij te praten en de deur uit kunnen lopen.
In plaats daarvan zei ze: “Heb je nog meer foto’s van de reis?”
Hij keek haar aan.
Even maar. Toen stond hij op.

Ze zaten naast elkaar op de bank met zijn telefoon tussen hen in. Hij scrolde langzaam. Tbilisi, zei hij, en dit is ergens in de bergen, en hier had ik twee dagen niks, geen wifi, bijna geen mensen. Hij had er anders uitgezien op de foto’s, losser, een baard van een week.
Ze voelde zijn arm tegen de hare.
Ze bewoog niet.
Hij scrolde verder en op een gegeven moment stopte hij met scrollen en legde de telefoon weg en keek naar haar, en zij keek terug, en het was twee jaar geleden en het was nu tegelijk, en ze wist wat er ging gebeuren op de manier waarop je dat soms weet zonder dat je er een beslissing over neemt.

“Chloë,” zei hij.
Alleen haar naam, weer.
Ze zei niets. En dat was antwoord genoeg.

Hij kuste haar langzaam, zonder haast, anders dan ze hem herinnerde. Zijn hand tegen haar kaak, zijn duim langs haar kaaklijn. Ze deed mee en ergens in het meedoen dacht ze één keer aan Remy, aan zijn blik die ochtend, rustig, zonder iets te willen. Toen dacht ze niet meer.
Barend trok het groene jasje van haar schouders en legde het over de armleuning. Zijn handen gingen onder het donkerblauwe shirt omhoog, over haar ribben, en ze voelde zijn vingers warm tegen haar huid.

“Laat me je zien,” zei hij.
Ze trok het shirt zelf uit. Hij keek naar haar borsten in de zwarte bh, de strakke buik eronder, en zijn blik was anders dan Remy’s blik die ochtend, minder rustig, meer hongerig. Hij maakte de bh los met één hand en schoof die van haar schouders. Haar borsten kwamen vrij, klein en rond, de tepels stijf in de koele lucht van de kamer.

Hij boog voorover en nam haar linkerborst in zijn mond. Zijn tong over haar tepel, zijn hand om de rechter. Ze legde haar hand in zijn haar en liet haar hoofd achterover zakken.

Ze stonden op. Hij leidde haar naar de slaapkamer en zij liep mee zonder te aarzelen.
Bij het bed knielde hij voor haar en maakte haar jeans los. Zijn vingers aan haar heupen, de knoop, de rits. Hij trok de zwarte skinny naar beneden, langzaam, over haar dijen, haar knieën, tot ze eruit kon stappen. Hij bleef geknield zitten en keek omhoog naar haar: de zwarte slip, haar buik, haar borsten. Toen schoof hij zijn vingers onder het smalle bandje.
Hij trok de slip naar beneden.

Ze stond voor hem. Kaal, glad, niets verborgen. Hij keek, zijn gezicht vlak voor haar, en ze voelde zijn adem tegen de binnenkant van haar dij.

“Mooi,” zei hij.
Hetzelfde woord als eerder aan tafel. Maar nu meende hij het anders.

Hij kuste haar daar, zacht eerst, zijn handen achter op haar billen. Zijn tong vond haar en ze greep de rand van het bed vast. Hij nam zijn tijd, dat verraste haar het meest, de Barend die ze had gekend was altijd te snel geweest. Ze voelde hoe ze nat werd tegen zijn mond, hoe haar benen minder zeker werden.

“Barend …”

Hij stond op en trok haar tegen zich aan. Ze voelde hem hard tegen haar buik door de stof van zijn broek. Ze maakte zijn riem los, de knoop, en hij hielp. Zijn broek viel. Hij was groot, groter dan ze herinnerde, en ze omsloot hem met haar hand en hoorde hem zacht inademen.

Hij legde haar op het bed en ging boven haar. Ze trok haar knieën op en voelde hem bij haar ingang, het eerste duwen, de weerstand en dan het wijken. Ze liet haar adem langzaam gaan terwijl hij verder gleed, vol, tot hij er helemaal in was en even stilhield.

Ze keek naar hem.
Hij keek terug.
En toen begon hij te bewegen.

Ze was hem vergeten. Dat was wat ze dacht, ergens in het midden, terwijl zijn heupen tegen haar sloegen en zijn hand onder haar rug lag om haar omhoog te trekken. Ze had gedacht dat ze hem kende maar ze was hem vergeten, hoe hij aanvoelde, het gewicht van hem, de manier waarop hij haar naam zei terwijl hij bewoog.

“Chloë.”

Ze sloeg haar benen om hem heen. Hij ging harder en zij bewoog mee, haar handen op zijn rug, zijn schouders, haar nagels die in zijn huid drukten zonder dat ze het merkte.
Hij rolde op zijn rug en trok haar met zich mee. Ze ging boven op hem zitten, haar knieën aan weerszijden van zijn heupen, en pakte hem vast om hem te geleiden. Ze liet zich langzaam zakken, voelde hoe hij haar openvouwde, de druk van binnenuit anders dan daarnet. Dieper, voller, helemaal van haar. Ze legde haar handen plat op zijn borst en bleef even stil zitten terwijl ze zich instelde op het gevoel.

Hij keek naar haar van onderen. Haar borsten, haar buik, de lijn van haar heupen. Zijn handen gingen omhoog langs haar dijen, haar zij, en bleven rusten op haar heupen.

Ze begon te bewegen. Eerst langzaam, een rol van haar bekken vooruit en terug, en ze voelde hoe hij langs elke plek streek die er toe deed. Ze richtte zich op, iets meer gewicht naar achteren, en het werd scherper, preciezer. Zijn handen volgden haar beweging, zijn vingers in haar vlees. Ze zag hem naar haar kijken en keek terug, en ze hield zijn blik vast terwijl ze haar tempo opvoerde, haar dijen die werkten, het geluid van hun lichamen zacht in de stille kamer.

Ze voelde hem diep, bij elke neergaande beweging, en ze kreunde zacht bij de diepste stoten.
Hij trok haar voorover, zijn mond op haar borst, zijn tanden licht om haar tepel, en ze bewoog door terwijl hij dat deed, haar heupen die niet stopten.

Ze voelde het opbouwen, laag in haar buik, en ze duwde haar heupen omhoog tegen hem en hij begreep het en zijn hand ging tussen hen in, zijn duim op haar clitoris, en ze kreunde hard en schaamde zich er niet voor.

Ze kwam terwijl hij in haar was, haar rug gebogen, haar adem gebroken, zijn naam niet gezegd maar gedacht.

Even later kwam hij ook, diep in haar, zijn gezicht in haar nek.

Ze lagen naast elkaar. Zijn slaapkamer was donkerder dan die van haar en Remy, de gordijnen dikker. Ze staarde naar het plafond. Tussen haar benen voelde ze hem nog, het natte, het volle gevoel dat langzaam wegtrok.

Hij zei niets. Dat was nieuw.
Na een tijdje zei ze: “Ik moet gaan.”
“Weet ik,” zei hij.

Ze stond op en raapte haar kleren op. De slip. De bh. Het shirt. Het groene jasje van de armleuning in de woonkamer. Ze kleedde zich aan bij de bank, zonder spiegel, zonder te controleren of alles zat zoals het moest zitten.

Bij de deur draaide ze zich om. Barend stond in de deuropening van de slaapkamer, leunend tegen de post. Wit shirt, mouwen nog opgerold. Hij keek naar haar met die blik, te lang, te direct.

“Chloë,” zei hij.
Ze wachtte.
“Remy weet niet wat hij heeft.”

Ze opende de deur en liep naar buiten.

In de auto zat ze even stil. De straat was gewoon een straat. Nummer veertien zag eruit als alle andere huizen. Ze startte de auto.

Wat vond je van dit verhaal?

Aantal stemmen: . Gemiddeld cijfer:

Nog geen cijfer, ben jij de eerste ?

Dit verhaal is 3117 keer gelezen.
Reageren? Leuk! Houd het aub on topic en netjes, dankjewel!

Plaats een reactie