Ontdekking van Mirella

Toen Mirella voor het eerst bij Laurens kwam schoonmaken, had hij haar nauwelijks aangekeken. Dat was haar zelfs opgevallen, al kon ze het niet goed duiden. Ze was gewend aan blikken: vluchtig, taxerend, soms vermoeid. Zijn afwezigheid voelde bijna als rust.
Ze dronken koffie aan de keukentafel, zoals elke eerste keer. Zij vertelde — meer dan ze van plan was geweest. Over hoe ze was opgegroeid bij een moeder die altijd werkte. Over haar huwelijk, dat niet slecht was, maar leeg op een manier die moeilijk uit te leggen viel. Over hoe alles draaide, functioneerde, maar niets bleef hangen.
Laurens zei weinig. Hij knikte, soms. Vroeg één keer of ze suiker wilde. Dat was alles.

De weken erna kwam ze terug. De routine nestelde zich snel: stofzuiger, doekjes, het open raam in de woonkamer. En altijd die koffie. Hij wist ineens dingen. Kleine dingen. Dat ze vroeg op was, dat ze haar jas nooit ophing maar over de stoel legde. Dat ze het woord “zwaar” gebruikte wanneer ze eigenlijk “alleen” bedoelde.
“Je zei toen,” zei hij een keer, terwijl hij haar kopje bijvulde, “dat niemand ooit vraagt hoe jij het zelf prettig vindt.”
Ze keek op. “Dat heb ik zo gezegd?”
Hij haalde zijn schouders op. “Zoiets.”
De week daarna vroeg hij haar of ze iets anders wilde aantrekken. Hij formuleerde het bijna verontschuldigend, alsof hij zichzelf hoorde praten en het niet helemaal vertrouwde.
“Niet voor mij,” zei hij meteen. “Voor jezelf. Je zei toch dat je altijd functioneel kiest. Misschien eens iets wat je normaal niet aantrekt.”
Ze lachte ongemakkelijk. Het was een vreemd verzoek. Niet ongepast — althans, dat zei ze zichzelf — maar onverwacht. Toch knikte ze. Ze wist niet goed waarom. Misschien omdat hij het niet als eis bracht. Misschien omdat hij luisterde.

Toen ze de volgende keer binnenkwam, voelde ze zich al anders voordat hij iets zei. Haar kleding was zorgvuldiger gekozen. Zachter. Minder praktisch. Ze voelde zich zichtbaar, en dat maakte haar onrustig.
Laurens zei niets. Dat was het ergste. Of het beste.
De verzoeken veranderden niet van toon, maar wel van richting. Altijd omfloerst, altijd ingebed in haar eigen woorden van weken geleden.
“Je zei dat je nooit iemand hebt die écht kijkt.”
“Je zei dat je soms vergeet dat je ook meer bent dan wat je doet.”
Ze had kunnen weigeren. Dat wist ze. En toch bleef ze komen. Bleef ze luisteren. Bleef ze zichzelf uitleggen dat dit niets was. Dat er niets gebeurde.
Maar er gebeurde wel iets. Niet tussen hun lichamen — nog niet — maar in haar hoofd. In de manier waarop ze zich voorbereidde. In hoe ze zijn blik begon te zoeken, al bleef die beheerst, afgemeten.

De ochtend dat ze weer kwam, bleef Mirella langer dan normaal voor de spiegel staan. Ze had iets uitgezocht wat ze al maanden niet meer had gedragen. Geen werkkleding. Geen jeans met een wijde trui.
Ze droeg een dunne, licht getailleerde jurk die tot net boven haar knieën viel. De stof was soepel, zacht, en bewoog mee wanneer ze liep. Er zat niets uitdagends aan, hield ze zichzelf voor — alleen aandacht. Onder de jurk droeg ze iets dat niet zichtbaar was, maar dat ze wel voelde: gladder, lichter dan ze gewend was tijdens het werk. Niet praktisch. Bewust gekozen.
Toen ze binnenkwam, merkte ze het meteen aan zichzelf. Aan hoe ze haar tas neerzette. Aan hoe ze haar jas niet meteen ophing, maar even vasthield, alsof ze tijd nodig had om te landen.
Laurens keek op. Zijn blik bleef niet hangen op een specifiek punt, maar op het geheel. Alsof hij haar registreerde, niet taxeerde.
Hij zei niets.
Tijdens het schoonmaken werd ze zich voortdurend bewust van haar lichaam in de ruimte. Van hoe de stof langs haar benen streek wanneer ze bukte. Van hoe haar bewegingen minder automatisch waren dan anders. Ze werkte trager, bedachtzamer, alsof ze haar eigen aanwezigheid niet meer kon negeren.

Bij de koffie zei hij:
“Je lijkt minder haast te hebben vandaag.”
Het was geen vraag. Geen compliment. Gewoon een constatering.
Ze haalde haar schouders op. “Misschien.”
Hij knikte, alsof dat voldoende verklaring was.
De weken erna zei Laurens nog steeds niets over haar kleding.
Dat was erger dan een afkeurende blik zou zijn geweest. Er was geen correctie, geen bevestiging, geen grens. Alleen dezelfde aandachtige aanwezigheid, dezelfde rustige manier van kijken die haar het gevoel gaf dat alles werd opgemerkt, maar nergens werd vastgelegd.
Ze merkte dat ze daarop begon te wachten.
Niet op woorden, maar op het moment dat hij misschien iets zou zeggen. Een nuance. Een bijzin. Iets dat haar keuze zou bevestigen of ontkennen. Maar hij liet haar hangen in die ruimte, en juist daar begon ze zelf te bewegen.

De volgende keer droeg ze geen jurk meer, maar een combinatie die minder onschuldig voelde. Een top die dunner was dan praktisch nodig, een rok die hoger viel wanneer ze bukte. Nog steeds niets dat ze niet op straat had kunnen dragen, maar het verschil zat in de intentie. Ze wist dat ze het aantrok omdat hij niets zei.
Tijdens het werk was ze zich voortdurend bewust van zijn aanwezigheid, ook wanneer hij niet in dezelfde ruimte was. Ze vroeg zich af of hij het had gezien. Of hij al iets had gedacht. Of hij het verschil had geregistreerd.
Bij de koffie bleef het stil.
Hij luisterde zoals altijd. Reageerde op wat ze vertelde. Vroeg door op haar dag, haar vermoeidheid, haar thuissituatie. Nooit op haar uiterlijk. Nooit op haar keuzes. En toch voelde ze dat dit alles daarover ging.
Toen hij zei:
“Je lijkt de laatste tijd anders binnen te komen,”
schrok ze van hoe snel haar hartslag versnelde.
“Hoe bedoel je?” vroeg ze, te snel.

Hij keek haar aan, even, en haalde toen zijn schouders op. “Alsof je al iets besloten hebt voordat je aanbelt.”
Ze wist niet wat ze moest antwoorden. Ze wist niet eens of hij gelijk had. Maar ze wist wel dat ze die avond thuis langer dan normaal voor haar kledingkast stond.
De keer daarna ging ze verder. Niet omdat hij dat had gevraagd — integendeel. Juist omdat hij het níet deed. Haar kleding was nu onmiskenbaar gekozen met aandacht. Minder bedekkend, minder functioneel. Ze voelde het verschil zodra ze bewoog. Het maakte haar werk ongemakkelijker, bewuster.
En nog steeds zei hij niets.
Pas toen ze langs hem liep, met een doek in haar hand, en hij even zijn zin afbrak midden in een gesprek, wist ze dat hij het zag. Dat ene fractie van stilte was genoeg. Het was geen compliment. Geen goedkeuring. Maar het was erkenning.
Later, toen ze haar tas pakte, zei hij zacht:
“Je weet dat je hier niets hoeft te bewijzen.”
Ze bleef staan. Haar hand om de hengsels geklemd.
“Ik weet het,” zei ze.
Maar terwijl ze naar huis reed, wist ze ook dat ze dat niet geloofde. Want als dit niet voor hem was, waarom voelde zijn zwijgen dan als een opdracht? En als het wél voor haar was, waarom wachtte ze dan zo wanhopig op één enkele opmerking van hem?
De volgende keer dat ze zou komen, wist ze, zou ze niet meer kunnen doen alsof haar kleding toevallig was gekozen.
En hij zou dat ook weten.

De volgende keer dat Mirella aanbelde, wist ze het al voordat de deur openging.
Niet omdat ze iets zag, maar omdat ze zichzelf voelde. De manier waarop haar adem hoger zat. De lichte spanning in haar schouders, alsof ze zich onbewust oprichtte. Haar kleding was geen compromis meer. Geen stapje verder, geen experiment. Het was een keuze.
Ze droeg iets dat nooit bedoeld was geweest om in te werken. De lijnen waren zachter, vrouwelijker. De stof viel langs haar lichaam zonder zich te verbergen achter functie of gemak. Alles aan haar aanwezigheid zei: dit is geen toeval meer.
Laurens deed open en bleef een fractie langer staan dan anders. Niet zichtbaar. Niet onbeleefd. Maar het was er.
“Goedemorgen,” zei hij.
Zijn stem was hetzelfde. Dat maakte het bijna ondraaglijk.
Tijdens het schoonmaken voelde ze dat ze werd gezien, maar nog steeds niet benoemd. Elke beweging was bewuster dan ooit. Niet uitdagend — dat woord wees ze af — maar onvermijdelijk. Alsof haar lichaam zelf had besloten dat het niet langer onzichtbaar wilde zijn.
Toen ze samen koffie dronken, zat ze rechter dan normaal. Haar handen stil om het kopje. Ze wist dat dit moment zou komen. Of niet. En dat beide mogelijkheden alles zouden veranderen.

Laurens keek haar aan, aandachtig zoals altijd. Toen zei hij, bedachtzaam:
“Mag ik je iets zeggen, zonder dat het een oordeel is?”
Haar hart sloeg zo hard dat ze even bang was dat hij het zou horen. Ze knikte.
“Ik heb de afgelopen weken iets zien gebeuren,” zei hij. “Niet ineens. Geleidelijk. Alsof ik het pas achteraf goed kan benoemen.”
Hij zocht even naar woorden. Dat was nieuw. Dat hij zocht.
“Je kwam hier altijd binnen als iemand die vooral deed wat nodig was. Zorgvuldig, toegewijd. Alsof je jezelf had teruggebracht tot wat functioneerde.”
Ze voelde warmte achter haar borstbeen opkomen. Een druk die ze niet kende.
“En nu,” vervolgde hij, rustig, “zie ik iets anders. Alsof je langzaam uit iets bent gekropen wat je lang heeft beschermd, maar ook verborgen.”
Hij glimlachte bijna verontschuldigend. “Het doet me denken aan een rups. Niet omdat die minder is — integendeel — maar omdat niemand ziet wat er al in zit, tot het moment dat het zich laat zien.”

Hij liet een korte stilte vallen.

“Onder die werkkleding van eerst,” zei hij toen, zacht maar helder, “zat altijd al een mooie vrouw. Ik zie haar nu.”
Het was geen compliment zoals ze die kende. Geen vluchtige goedkeuring. Geen verlangen dat iets van haar wilde. Het was erkenning. Volledig. Onontkoombaar.
Het gevoel dat door haar heen trok was niet lichamelijk in de gebruikelijke zin. Het was dieper. Alsof iets in haar loskwam wat jarenlang strak had gezeten. Een warmte die zich verspreidde, niet naar buiten, maar naar binnen. Een sensatie van bestaan.
Ze kon niets zeggen. Elk woord zou te klein zijn geweest.
Laurens zei niets meer. Hij hoefde niets meer te zeggen.
En Mirella wist, terwijl ze daar zat, dat wat ze de afgelopen weken had gezocht — of het nu voor hem was geweest of voor haar — nu geen vraag meer was.
Ze was gezien.

Ze bleven een tijd zwijgend tegenover elkaar zitten nadat hij had uitgesproken wat hij zag. Mirella voelde nog steeds die vreemde, warme druk in haar borst, alsof haar lichaam iets had ingehaald waar haar hoofd geen woorden voor had.
Laurens verbrak de stilte niet meteen. Toen hij sprak, was het langzaam, afgewogen.
“Wat ik net zei,” begon hij, “verplicht je tot niets.”
Ze keek hem aan. Zijn blik was open, niet vragend, niet sturend.
“Ik wil je niets opleggen,” vervolgde hij. “Maar ik wil ook niet doen alsof ik niets merk. Dat zou oneerlijk zijn — tegenover jou.”
Ze slikte. “Wat bedoel je?”
Hij leunde iets achterover, alsof hij zichzelf ruimte gaf om zorgvuldig te blijven.
“Ik vraag me af,” zei hij, “of jij verder wíl. Of je dat kúnt. En of je het dúrft.”
Die drie woorden bleven hangen.
“Verder… waarheen?” vroeg ze zacht.
Hij glimlachte nauwelijks. “Dat is precies de vraag.”
Ze aarzelde, maar haar stem was steady toen ze zei: “Waar denk jij aan?”

Hij keek even naar haar handen, alsof hij zich nog één keer vergewiste van wat hij ging zeggen.
“Je vertelde me,” zei hij, “hoe je altijd functioneel hebt moeten zijn. Hoe je geleerd hebt om jezelf klein te maken. Onzichtbaar bijna. Ook in je huwelijk.”
Ze knikte. Dat had ze gezegd. Vaker dan ze besefte.
“Je zei ook,” vervolgde hij, “dat je soms niet meer weet hoe het is om jezelf te ervaren als vrouw, los van alles wat je doet voor anderen.”
Haar ademhaling was langzaam, bewust.
“Wat ik me afvraag,” zei hij toen, rustig maar helder, “is of je hier — bij mij — iets zou willen proberen wat niets met presteren te maken heeft.”
Ze voelde haar hart bonzen.
“Ik zou je willen vragen,” ging hij verder, “of je, als je hier bent, zou willen schoonmaken in lingerie.”
Hij zei het zonder lading, zonder nadruk. Het woord viel niet hard, maar precies.
“Niet voor mij,” voegde hij er direct aan toe. “Maar omdat ik denk dat jij dan kunt ervaren wat ik nu al zie. Dat je niet alleen degene bent die zorgt en opruimt, maar een mooie vrouw die ruimte inneemt.”

Ze voelde het door haar heen trekken. Niet schaamte. Niet opwinding zoals ze die kende. Iets anders. Iets wat dieper lag. Een sensatie van erkenning die haar bijna deed duizelen.
“Ik zal niets doen,” zei hij zacht. “Ik zal niets vragen behalve wat jij zelf kiest. En als je nee zegt, is dat een volledig antwoord.”
Ze wist dat hij de waarheid sprak. Dat maakte het zo moeilijk.
Ze keek naar haar handen. Toen weer naar hem.
En terwijl ze daar zat, wist Mirella dat het antwoord dat ze zou geven — ja of nee — niet alleen over dit huis zou gaan, maar over alles wat ze tot nu toe had weggestopt.
Ze opende haar mond om te spreken.
Ze knikte.
Het was geen duidelijke beweging, meer een minimale buiging van haar hoofd, alsof haar lichaam het antwoord al had gegeven voordat haar gedachten het konden inhalen. Meteen daarna begon alles in haar te tollen. Niet paniek, maar iets dat erop leek — een mengeling van spanning, helderheid en een vreemd soort rust.

“Ik… ja,” zei ze zacht. Het woord klonk steviger dan ze zich voelde.
Laurens zei niets. Hij veranderde niets aan zijn houding. Geen bevestiging, geen haast. Alleen aanwezigheid.
Dat was genoeg.
Ze wist dat als ze nu bleef zitten, als ze nog één vraag zou stellen, ze zichzelf tijd zou geven om te twijfelen. Om een week lang alles kapot te denken, om dit moment terug te duwen in iets abstracts, iets onwerkelijks. Dat mocht niet gebeuren. Niet nu.
Ze stond op.
De beweging was abrupt, bijna beslist. Haar stoel schoof iets naar achteren. Ze voelde haar hartslag in haar keel, haar handen licht trillen, maar haar voeten waren vast op de grond.
“Als ik het doe,” zei ze, meer tegen zichzelf dan tegen hem, “dan nu.”
Laurens knikte langzaam. “Dat begrijp ik.”

Ze liep richting de hal. Elke stap voelde als een keuze. Niet tegen iemand anders, maar tegen alles wat haar altijd had afgeremd. In haar hoofd herhaalde zich één gedachte, helder en onontkoombaar:
Als ik dit niet doe, blijf ik wie ik was.
Bij de deuropening bleef ze even staan. Niet uit twijfel, maar uit besef. Ze draaide zich nog één keer om. Hij keek haar aan zoals hij dat altijd had gedaan — aandachtig, zonder bezit, zonder verwachting.
Dat maakte het onmogelijk om te doen alsof dit iets kleins was.
Ze haalde adem.
En terwijl ze de volgende beweging inzette, wist Mirella dat dit geen spel meer was, geen experiment, geen gedachte. Dit was het moment waarop ze zichzelf niet langer alleen zou begrijpen, maar zou ervaren.
Wat er hierna zou gebeuren, kon niet meer ongedaan worden gemaakt.

Mirella liep de hal in, deed de deur achter zich dicht en bleef daar even staan, met haar rug tegen het koele hout.
Het huis voelde plotseling groter. Of zij kleiner. Of allebei tegelijk.
Ze keek naar haar tas die nog bij de kapstok stond, naar haar schoenen die ze netjes naast elkaar had gezet zoals ze altijd deed. Normale handelingen. Veilige handelingen. Ze merkte dat ze ze bewust nog even liet staan, alsof ze zichzelf een laatste uitweg gunde.
Toen tilde ze haar jurk op, heel langzaam, alsof ze bang was dat te snelle bewegingen dit moment zouden breken.
De stof gleed over haar heupen, langs haar ribben, over haar schouders. Ze hield de jurk even voor haar borst, een reflex, voordat ze hem over de leuning van de kapstok hing. Netjes. Alsof ze nog steeds de schoonmaakster was die orde houdt.
Daaronder droeg ze wat ze die ochtend in een opwelling had aangetrokken, bijna als een talisman: een setje dat ze jaren geleden eens had gekocht tijdens een vakantie met vriendinnen, toen ze nog deden alsof ze avontuurlijk waren. Zwart, met fijne kant langs de randen. Niet overdreven opzichtig, maar ook beslist geen doorsnee ondergoed. Het voelde als een leugen en als een waarheid tegelijk.

Ze keek naar beneden. Naar de manier waarop de bh haar borsten iets hoger tilde dan een gewone beha dat deed. Naar de rand van het slipje dat net iets lager op haar heupen zat dan praktisch zou zijn geweest. Naar haar eigen huid die ineens veel meer ruimte leek in te nemen.
Haar tepels trokken samen, niet alleen van de temperatuur in de hal, maar van het besef dat ze gezien zouden worden. Niet later. Niet misschien. Nu.
Ze ademde diep in.
Toen liep ze terug naar de woonkamer.
Laurens zat nog steeds aan tafel. Hij had zijn stoel een klein stukje gedraaid, zodat hij haar kant op keek toen ze binnenkwam. Geen overdreven houding. Geen wellustige grijns. Gewoon… aanwezig.
Ze bleef in de deuropening staan. Armen langs haar lichaam. Geen poging om zich te bedekken. Ook geen pose. Gewoon daar.
Het was stil. Een echte stilte, niet het soort stilte dat gevuld wordt met verwachting. Meer een stilte die ruimte maakt.
Zijn blik ging over haar heen. Niet gehaast. Niet gulzig. Hij keek zoals hij altijd keek: aandachtig, alsof hij elk detail in zich opnam om het later nog eens rustig te kunnen overdenken.

Ze voelde dat haar ademhaling oppervlakkiger werd. Haar buik trok een beetje samen. Ze wist niet of het schaamte was, of spanning, of iets wat ze nog geen naam durfde geven.
Toen zei hij, heel zacht:
“Je bent mooier dan je denkt dat je bent.”
Het was geen nieuwe mededeling. Hij had het in feite al eerder gezegd, maar nu klonken de woorden anders. Nu waren ze naakt. Net zo naakt als zij.
Mirella voelde tranen prikken. Niet van verdriet. Van iets wat te groot was om in één emotie te passen.
Ze knipperde een paar keer snel.
“Mag ik… verdergaan met schoonmaken?” vroeg ze. Haar stem klonk heser dan ze wilde.
Laurens knikte. “Natuurlijk.”
En dat deed ze.

Ze liep naar de kast, pakte de plumeau, de spray, de doekjes. Normale handelingen. Maar alles voelde anders.
Elke keer dat ze zich vooroverboog voelde ze de lucht langs de binnenkant van haar dijen strijken.
Elke keer dat ze haar armen hief om een bovenkastje af te nemen, voelde ze haar borsten bewegen in het kant, voelde ze de stof over haar tepels glijden.
Elke keer dat ze zich omdraaide, wist ze dat hij keek. Niet opdringerig. Niet eisend. Maar hij keek wél.
En het gekke was: hoe langer ze bezig was, hoe minder ze het gevoel had dat ze zich moest verstoppen.
Het was niet dat de schaamte verdween. Die bleef. Maar er kwam iets naast te staan. Iets wat warmer was. Iets wat zei: dit ben ik ook. Dit mag er ook zijn.

Op een gegeven moment stond ze met haar rug naar hem toe, op haar tenen, om een bovenste plank af te stoffen. Ze voelde de stof van het slipje iets strakker trekken tussen haar billen. Ze voelde dat haar lichaam transpireerde, een heel dun laagje glans op haar onderrug.
Toen ze zich omdraaide, zag ze dat Laurens zijn koffiekopje had neergezet.
Hij zat met zijn onderarmen op tafel, handen losjes in elkaar gevouwen.
Hij keek niet weg toen hun ogen elkaar ontmoetten.
“Gaat het?” vroeg hij.
Echt een vraag. Geen versluierde opmerking.
Ze knikte.
Toen, na een paar seconden:
“Het voelt… raar. En goed. Tegelijk.”
Hij glimlachte heel klein. “Dat mag allebei.”

Ze liep naar de salontafel om daar overheen te buigen en de glazen plaat schoon te maken.
Ze voelde hoe haar billen zich spanden toen ze vooroverboog. Voelde hoe de stof tussen haar benen iets verschoof. Voelde dat ze vochtig begon te worden, niet alleen van het werk, maar van het besef dat hij dit allemaal zag. Dat hij zag hoe haar lichaam reageerde. Dat hij zag dat zij het voelde.
Ze bleef even zo staan, met haar handen plat op het glas, armen gestrekt.
Niet omdat het schoonmaken zo moeilijk was.
Maar omdat ze zichzelf de tijd gunde om te voelen wat er gebeurde in haar lichaam.
Om het niet weg te duwen.
Om het niet te rationaliseren.
Achter zich hoorde ze zijn stoel heel zacht over de vloer schuiven.
Hij stond op.
Ze verstijfde.
Niet van angst.
Maar van de plotselinge wetenschap dat het nu niet meer alleen in haar hoofd zat.
Dat het echt ging gebeuren. Wat er dan ook ging gebeuren.
Laurens liep niet naar haar toe.
Hij bleef een meter of twee achter haar staan.

“Als je wilt dat ik terug ga zitten,” zei hij kalm, “zeg je het maar.”

Mirella sloot haar ogen.
Haar hart bonsde zo hard dat ze het in haar oren hoorde.
Ze zei niets.
Ze bleef staan, voorovergebogen, handen op het glas, billen iets naar achteren, benen licht uit elkaar.
En ze wachtte.
Niet op wat hij zou doen.
Maar op wat zíj zou toelaten.
En op dat moment wist ze: wat er ook ging gebeuren, het zou niet meer alleen zijn keuze zijn.
Het zou ook de hare zijn.
En juist dat besef maakte haar, voor het eerst in jaren, echt ademloos.

Laurens bleef waar hij was, op nog geen twee meter afstand. Hij bewoog niet verder naar voren. Hij zei ook niets. Dat zwijgen voelde zwaarder dan woorden ooit hadden kunnen wegen.
Mirella richtte zich langzaam op. Haar handen liet ze van het glas glijden. Ze voelde hoe haar vingers een beetje plakkerig waren van het schoonmaakmiddel en haar eigen zweet. Ze draaide zich niet helemaal om, bleef half zijwaarts staan, alsof ze zichzelf nog een laatste restje afstand gunde.
Toch keek ze hem aan.
Zijn ogen waren donkerder geworden, maar niet op een hongerige manier. Meer alsof er iets in hem wakker was geworden dat hij zelf ook nog niet helemaal vertrouwde. Hij ademde rustig, beheerst, maar zijn borst ging net iets dieper op en neer dan daarvoor.

“Mag ik dichterbij komen?” vroeg hij.
De vraag was zo eenvoudig. Zo beleefd. En toch voelde hij als een deur die op een kier stond en waarachter alles lag wat ze nooit had durven vragen.
Ze knikte. Een keer. Kort.
Hij zette één stap. Toen nog één. Tot hij vlak voor haar stond. Niet zo dicht dat hun lichamen elkaar raakten, maar dicht genoeg dat ze zijn warmte kon voelen, de geur van zijn aftershave en iets wat alleen van hem was: een lichte, droge geur van koffie en papier.
Hij tilde zijn hand op. Niet om haar aan te raken. Nog niet. Hij liet zijn vingers vlak boven haar schouder zweven, alsof hij haar toestemming afwachtte zonder het te vragen.
Mirella sloot even haar ogen.
Haar eigen adem klonk haar te luid in de oren.
Toen zei ze, bijna fluisterend: “Je mag.”

Zijn hand landde. Licht. Zo licht dat ze eerst alleen de warmte voelde, niet echt druk. Zijn vingertoppen gleden over de bovenkant van haar schouder, naar de holte bij haar sleutelbeen. Daar bleef hij even hangen. Ze voelde hoe haar huid kippenvel kreeg onder die aanraking, hoe haar adem stokte.
Hij boog zich voorover. Niet om haar te kussen. Niet op haar mond. Zijn lippen kwamen vlak bij haar oor terecht.
“Ik ga niets overhaasten,” mompelde hij. “Als je ook maar één keer wilt dat ik stop, zeg je het. Dan stop ik. Meteen.”
Ze knikte weer. Haar keel zat dicht.
Zijn mond verplaatste zich. Langzaam. Heel langzaam. Over haar kaaklijn. Niet echt een kus, meer een streling met zijn lippen. Ze voelde de lichte stoppels op zijn kin langs haar huid gaan, een zacht schrapen dat haar deed huiveren.

Toen daalde hij verder. Naar haar hals. Daar bleef hij hangen. Zijn adem warm tegen haar slagader. Ze voelde haar eigen hartslag daar razen, en ze wist dat hij het ook voelde.
Zijn tong raakte haar huid. Eén keer. Kort. Plat. Alsof hij proefde.
Ze maakte een geluidje. Geen kreun. Meer een zachte, verraste zucht.
Hij herhaalde het. Deze keer langzamer. Zijn tong gleed van de basis van haar hals omhoog, naar de plek vlak onder haar oorlel. Daar bleef hij cirkelen. Klein. Nauwkeurig. Ze voelde hoe de natte warmte zich verspreidde, hoe haar huid daar strak trok van sensatie.
Haar handen hingen slap langs haar lichaam. Ze wist niet wat ze ermee moest doen. Ze durfde hem niet vast te pakken. Bang dat ze dan te veel zou laten zien. Bang dat ze zichzelf niet meer in de hand zou hebben.
Laurens zakte verder. Zijn mond volgde de lijn van haar schouder. Hij kuste niet echt, hij proefde. Likte. Zachte, natte halen die haar deden sidderen. Toen hij bij de band van haar bh kwam, haakte hij zijn vinger er niet onder. Hij liet alleen zijn tong langs de rand glijden, daar waar kant overging in huid.

Mirella’s ademhaling werd onregelmatig. Ze voelde hoe haar tepels hard werden tegen het kant, hoe ze bijna pijnlijk strak stonden. Ze voelde ook iets anders: een warme, kloppende druk tussen haar benen die ze niet meer kon negeren.
Hij zakte door zijn knieën. Niet abrupt. Geleidelijk. Tot zijn gezicht ter hoogte van haar borsten kwam.
Hij keek omhoog. Vond haar ogen.
“Mag ik hier ook?”
Ze kon geen woord uitbrengen. Alleen maar knikken. Haar lippen trilden.
Zijn mond sloot zich over de stof van haar bh. Niet hard. Hij zoog zachtjes, liet zijn tong door het kant heen tegen haar tepel drukken. Rondjes. Langzame, natte rondjes. Ze voelde hoe de stof vochtig werd, hoe haar tepel nog harder werd, hoe elke beweging van zijn tong een lijn van vuur trok naar beneden, recht naar haar onderbuik.
Ze greep nu toch in zijn haar. Niet om hem te sturen. Gewoon om iets vast te houden. Haar vingers trilden.
Laurens liet haar tepel los met een zacht, nat geluid. Hij keek weer omhoog.

“Ga liggen,” zei hij zacht. Geen bevel. Een vraag die als een bevel klonk omdat ze allebei wisten dat ze ja zou zeggen.
Ze liet zich op de bank zakken. Niet sierlijk. Haar benen trilden te hard. Ze ging half zitten, half liggen, rug tegen de leuning, benen nog op de grond.
Laurens knielde tussen haar voeten.
Hij pakte haar enkels. Teder. Duwde ze zachtjes uit elkaar.
Ze voelde de koele lucht tussen haar dijen. Voelde hoe het slipje nat was geworden, hoe de stof tegen haar schaamlippen plakte.
Hij boog zich voorover. Zijn handen gleden over de buitenkant van haar dijen omhoog. Warm. Vast. Maar niet dwingend.
Zijn mond begon bij de binnenkant van haar knie. Een kus. Toen zijn tong. Een lange, trage haal omhoog. Ze voelde elke millimeter van die beweging. Hoe zijn tong breed en plat over haar huid gleed, hoe hij even stopte bij de gevoelige plooi waar dij overging in lies, hoe hij daar kleine cirkeltjes maakte.
Haar heupen bewogen onwillekeurig. Een klein schokje. Ze schaamde zich er meteen voor, maar kon het niet tegenhouden.
Laurens glimlachte tegen haar huid. Ze voelde het.

Zijn handen schoven nu onder haar billen. Niet om haar op te tillen, maar om haar iets dichter naar zijn mond te brengen. Hij haakte zijn vingers in de rand van haar slipje. Wachtte.
“Wil je dat ik het uittrek?” vroeg hij.
Ze knikte. Haar stem was weg.
Hij trok het slipje langzaam omlaag. Over haar heupen. Over haar billen. Langs haar dijen. Tot het op haar enkels hing.
Ze tilde haar voeten even op zodat hij het helemaal weg kon doen.
Nu lag ze open voor hem. Helemaal.
Ze voelde de drang om haar benen te sluiten, maar ze deed het niet. Ze dwong zichzelf ze open te laten.
Laurens keek. Echt keek. Niet alleen haar geslacht, maar haar hele lichaam. Alsof hij het in zich opnam.
Toen boog hij zich voorover.
De eerste aanraking van zijn tong was zo zacht dat ze het bijna niet geloofde.
Een lichte, droge kus op haar schaamheuvel. Toen zijn lippen. Toen de punt van zijn tong die tussen haar schaamlippen gleed. Niet diep. Alleen maar langs de buitenkant. Een zachte, natte streling die haar deed happen naar adem.

Hij likte haar langzaam. Van onder naar boven. Plat. Breed. Ze voelde hoe hij haar vocht opnam, hoe hij haar proefde. Hoe hij bij haar clitoris kwam en daar even bleef hangen, zonder druk, alleen maar een lichte cirkel met de punt van zijn tong.
Haar handen grepen in de kussens. Haar rug kromde zich.
Hij deed het opnieuw. Deze keer iets steviger. Tong plat tegen haar clitoris, dan een langzame, trage beweging omhoog, dan weer omlaag. Ze voelde hoe haar heupen mee bewogen, hoe ze zich tegen zijn mond aandrukte zonder dat ze het wilde.
En toen deed hij iets wat nog nooit iemand had gedaan.
Hij zoog haar clitoris zachtjes tussen zijn lippen. Niet hard. Alleen genoeg om de druk te voelen. Tegelijkertijd liet hij zijn tong er kleine, snelle tikjes tegenaan geven.
Mirella maakte een geluid dat ze zelf niet herkende. Half kreun, half snik.
Haar benen trilden. Haar buik trok samen. Ze voelde hoe ze natter werd, hoe haar vocht over zijn kin liep.
Hij liet haar niet los. Hij bleef haar likken. Langzaam. Geduldig. Alsof hij alle tijd van de wereld had. Alsof hij wist dat dit het eerste was dat écht telde.
En terwijl zijn tong haar bleef strelen, terwijl hij haar proefde, terwijl hij haar langzaam, onherroepelijk naar een rand bracht die ze nog nooit had bereikt, wist Mirella één ding heel zeker:
Dit had ze nog nooit gevoeld.
En ze wilde niet dat het ophield.
Nog niet.

Laurens liet zijn tong nog een keer langzaam over haar hele lengte glijden, van de ingang van haar vagina tot helemaal boven aan haar clitoris, en toen weer terug. Hij deed het expres traag, zodat ze elke natte streling kon voelen, elke keer dat zijn tong iets meer druk uitoefende.
Haar heupen schokten licht, een reflex die ze niet kon stoppen. Ze voelde hoe haar binnenste samentrok, hoe er iets in haar begon te pulseren dat ze niet kende.
Hij zoog opnieuw zachtjes aan haar clitoris, liet de kleine knop tussen zijn lippen glijden en hield hem daar even vast terwijl zijn tong er met korte, lichte tikjes tegenaan bleef komen. Het was geen harde zuigbeweging, geen gulzigheid. Het was precies genoeg om haar zenuwen te laten zingen zonder dat het pijn ging doen.

Mirella’s handen grepen nu echt in zijn haar. Niet om hem dichter te trekken, maar om zichzelf ergens aan vast te houden. Haar nagels drukten in zijn hoofdhuid, niet hard, maar genoeg dat hij het voelde. Hij gromde zachtjes tegen haar, een laag geluid dat door haar hele bekken trilde.
Ze voelde dat ze natter werd. Niet een beetje. Echt. Ze hoorde het zelfs: het zachte, natte geluid elke keer dat zijn tong over haar gleed, het lichte smakkende geluid als hij haar vocht opzoog. Ze schaamde zich er even voor, een felle steek van schaamte die door haar heen schoot, maar het verdween bijna meteen weer omdat het gevoel te groot werd om ruimte te laten voor schaamte.
Laurens liet zijn handen onder haar billen glijden. Hij tilde haar iets op, niet veel, net genoeg om haar bekken iets meer naar zijn mond te brengen. Nu kon hij dieper. Zijn tong gleed nu echt naar binnen, niet ver, maar wel voelbaar. Hij duwde de punt naar binnen, trok hem weer terug, herhaalde dat een paar keer terwijl zijn bovenlip steeds over haar clitoris bleef strijken.
Ze maakte een geluid dat ze nooit eerder had gemaakt. Een soort gesmoorde kreet die halverwege bleef steken. Haar benen trilden nu echt. Ze probeerde ze stil te houden, maar het lukte niet. Elke spier in haar dijen spande zich aan en ontspande weer in een ritme dat ze niet kon sturen.
Toen deed hij iets wat haar bijna over de rand duwde.

Hij trok zijn tong terug, drukte zijn hele mond plat tegen haar en zoog haar clitoris en de hele bovenkant van haar schaamlippen tegelijk naar binnen. Tegelijkertijd liet hij zijn tong plat en breed over haar heen glijden, heen en weer, in een gelijkmatig, onverbiddelijk ritme.
Mirella’s rug kromde zich van de bank af. Haar tenen krulden. Ze voelde hoe haar hele onderlijf begon te samentrekken, hoe er iets in haar opbouwde dat te groot was om tegen te houden.
“Niet… niet stoppen,” hoorde ze zichzelf fluisteren. Haar stem klonk rauw, bijna vreemd.
Hij stopte niet.
Hij hield hetzelfde ritme aan. Precies hetzelfde. Alsof hij wist dat ze nu op dat punt was gekomen waarop elke verandering haar weer terug zou gooien.
Haar ademhaling werd kort, scherp. Ze voelde hoe de spanning in haar buik steeds hoger klom, hoe haar binnenste zich steeds strakker samentrok rond niets, hoe haar clitoris zwol onder zijn tong.
En toen gebeurde het.

Het kwam niet als een explosie. Het kwam als een golf die begon in haar tenen, door haar benen omhoog trok, haar bekken liet schokken en toen pas echt losbarstte in haar buik en borst. Ze voelde hoe haar vagina samentrok, keer op keer, hoe er een golf vocht uit haar kwam die ze niet kon tegenhouden. Ze hoorde zichzelf kreunen, echt kreunen, een geluid dat diep uit haar keel kwam en dat ze niet eens probeerde te dempen.
Laurens hield haar vast. Zijn handen knepen zachtjes in haar billen terwijl hij haar bleef likken, maar nu zachter, langer, begeleidend. Hij zoog niet meer, hij streelde alleen nog met zijn tong, ving het vocht op dat uit haar kwam, liet haar nagenieten in lange, trage halen.
Mirella’s lichaam schokte nog een paar keer na. Kleine naschokken die haar heupen lieten bewegen. Haar handen lieten zijn haar los. Ze vielen slap naast haar neer. Haar borst ging heftig op en neer. Tranen liepen uit haar ooghoeken, niet omdat ze verdrietig was, maar omdat haar lichaam gewoon te veel voelde tegelijk.

Laurens trok zich langzaam terug. Hij kuste haar schaamheuvel nog één keer, zacht, bijna teder. Toen keek hij omhoog.
Zijn kin glansde. Zijn lippen waren rood en vochtig. Hij veegde met de rug van zijn hand over zijn mond, niet gehaast, niet beschaamd.
“Gaat het?” vroeg hij zacht.
Ze kon niet meteen antwoorden. Haar keel zat vol. Ze knikte alleen maar, een paar keer achter elkaar.
Hij kwam overeind, ging naast haar op de bank zitten. Niet te dichtbij. Hij gaf haar ruimte.
Toch voelde ze zijn warmte, zijn aanwezigheid.
Ze bleef liggen, benen nog een beetje uit elkaar, lichaam open en nat en uitgeput. Ze voelde hoe haar hartslag langzaam weer kalmeerde, hoe haar ademhaling dieper werd.
En terwijl ze daar lag, met zijn smaak nog steeds op haar huid en haar eigen vocht nog tussen haar dijen, drong één gedachte zich aan haar op, helder en onontkoombaar:
Dit was nog maar het begin.
Ze wist niet wat er daarna zou komen.
Maar ze wist wél dat ze niet meer terug kon naar hoe het was.
En dat maakte haar, vreemd genoeg, niet bang.
Het maakte haar nieuwsgierig.

Wat vond je van dit verhaal?

Aantal stemmen: . Gemiddeld cijfer:

Nog geen cijfer, ben jij de eerste ?

Geschreven door Henk

Hi, Ik schrijf verhalen met zoveel mogelijk details. Ik ben altijd nieuwsgierig naar feedback. En omdat ik meestal met een open einde schrijf, zou een vervolg altijd wel kunnen als je die zou willen

Dit verhaal is 7937 keer gelezen.
Reageren? Leuk! Houd het aub on topic en netjes, dankjewel!

9 gedachten over “Ontdekking van Mirella”

  1. Het meeste gevoelige, opbouwende verhaal ooit grschreven geduldig opbouwend met oog op detail, en gevoel geschreven hoe men het onzichtbaar nauwelijks merkt dat de man deze poetsvrouw beweeht om iets te doen, wat ze normaal nooit zou doen, net door zijn gedrag gewoon geduldig elke keer een stap verder te gaan zonder druk. Hopende op een vervolg, wznt het is meer dan prima gescheven en zo te lezen aan de comments zijn meerderen die vragen voor een vervolg van dit verhaal, wie weet met meerdere delen
    Groeten, Piet

    Beantwoorden
  2. Met zorg en veel gevoel geschreven, chapeau!
    Mooi van opbouw en een sublieme taalkeuze.
    Voor mij beter dan de meeste verhalen die ik hier lees, die zijn doorgaans veel direkter, dit verhaal is veel subtieler.
    Ben héél benieuwd naar het vervolg.

    Beantwoorden
  3. Schitterend een pracht verhaal Henk. Ben benieuwd of je er een vervolg op gaat schrijven. Nieuwsgierigheid is een mooie basis om iets verder te gaan verkennen.

    Beantwoorden
  4. Wauw! Echt wauw, dit is heel erg goed geschreven en het bouwt zo fijn subtiel op naar niet alleen een hoogtepunt, maar ook naar iets wat ik nu ook heel graag wil ervaren

    Beantwoorden
    • Dank voor dit mooie en (als ik het goed lees) gevoelige antwoord. Las jouw verhaal net. Dat was toch een flink contrast…

Laat een antwoord achter aan Borrborr28 Reactie annuleren