IZABELLA
Andreasz is ondertussen bevorderd tot luitenant en overgeplaatst van de pakket- naar de koeriersdienst. De reden daarvan is dat zijn vader adviseur is in de Keizerlijke Raad en het hof heeft geadviseerd dat zijn zoon met zowel zijn adellijke als zijn Hongaarse achtergrond goed inzetbaar is voor het berichtenverkeer tussen de gouverneur van Boedapest en het Keizerlijke hof. Het is duidelijk dat de spanning tussen de opstandige rebellen en Oostenrijk toeneemt en dat er binnenkort ingegrepen moet gaan worden, waardoor er grote behoefte is aan een gedegen koeriersdienst.
Andreasz is er blij mee, dit betekent dat er meer avontuur komt in zijn leven. Hij hernieuwt zijn eed om de keizer trouw te dienen en zweert vervolgens vertrouwelijk met alle geheime berichten om te gaan, waarna hij in directe dienst van de Keizerlijke regering treedt. Vanaf die tijd galoppeert hij twee of soms zelfs drie keer per week met een tas vol brieven op en neer tussen Wenen en Budapest, waarbij hij altijd een gewapend escorte van vier soldaten meekrijgt vanwege de onveilige situatie.
Een treurig maar beeldschoon meisje
Tijdens éen van die tochten, als hij al vanuit Boedapest op de terugweg is en nog maar enkele kilometers verwijderd is van de grens met Oostenrijk, ziet hij na een bocht in de weg, op een paar honderd meter afstand een koets op zijn kant in een greppel liggen. Er omheen staan minstens drie gewapende mannen, waarschijnlijk opstandelingen, die gericht op de inzittenden van de koets schieten. Andreasz vuurt zijn escorte aan om zo hard mogelijk in galop te gaan en terwijl hij een waarschuwingsschot lost denderen de vijf in het Oostenrijkse uniform gestoken mannen met de bajonetten op hun geweren in de aanslag op het groepje af. Die kiezen eieren voor hun geld en gaan er snel vandoor.
Bij de koets aangekomen blijkt die van de machtige en invloedrijke graaf Esterházy te zijn, gezien het wapen van die familie dat op de glanzend-zwarte deur is gegrafeerd. Helaas wordt direct duidelijk dat zowel de koetsier, de palfrenier als de beide achterop-zittende lakeien dood zijn. De vier paarden zitten nog vast aan de dissel en staan zenuwachtig op een kluitje te briesen en te hinniken. Een van de soldaten uit het escorte bekommert zich om hen, maakt ze een voor een los en bindt ze iets verderop bij een groepje bomen vast. Ondertussen gaat Andreasz op onderzoek uit.
In de gekantelde koets liggen een man en een vrouw, en ook zij blijken vermoord te zijn. Andreasz vermoedt dat zij graaf en gravin Esterházy zijn. Pas als Andreasz alweer uit de koets wil klauteren hoort hij een gesmoord geluid dat vanuit de voorste zitbank lijkt te komen. Als hij de zitting daarvan optilt komt er een meisje tevoorschijn. En hoewel ze in tranen is en er verschrikt uitziet is duidelijk dat ze met haar lange roodbruine haren en bleke gezichtje met daarin een paar grote angstige grijsgroene ogen beeldschoon is. Gewoontegetrouw bij de aanblik van een mooi meisje beweegt Andreasz zijn Latte zich onrustig in zijn broek, maar dat is nu natuurlijk totaal niet aan de orde. Hij helpt het meisje uit de koets te klauteren en daar blijkt, als ze huilend en met horten en stoten haar verhaal vertelt, dat ze al een tijdje door de opstandelingen werden achtervolgd en dat haar vader en moeder haar daarom opdroegen zich te verstoppen in de voorste bank.
Het is een treurig verhaal maar helaas komt dit soort incidenten steeds vaker voor. Andreasz besluit dat het meisje in ieder geval in Wenen in veiligheid moet worden gebracht. Hij neemt haar voor zich in het zadel, tussen zijn benen gezeten en trekt haar beschermend tegen zich aan. En zo maakt Andreasz kennis met Izabella Esterházy. Hij is geïmponeerd door haar fragiele schoonheid, ze maakt alle beschermende instincten in hem wakker, en niet alleen dat.
Even later vertrekt de kleine kolonne, het meisje tussen Andreasz zijn benen gezeten, zijn arm om haar heen geslagen. Bij de nabijgelegen grenspost waarschuwt hij het daar gelegerde garnizoen om de overledenen en de koets op de gaan halen. Als de commandant van de grenspost aanbiedt om het meisje per koets naar wenen te brengen begint ze opnieuw te huilen. Ze wil in de veilige armen van Andreasz blijven, die daar geen enkel bezwaar tegen heeft…
Zelden heb ik zo’n mooi meisje gezien als Izabella, die nu als een treurig bang vogeltje tegen me aanhangt. Ik heb een arm om haar heen geslagen en druk haar stevig tegen me aan, om haar voor vallen te behoeden, maar ook, ik zal eerlijk zijn, om haar lichaam intiem tegen me aan te voelen. Ze maakt veel meer in me wakker dan alleen maar het instinct om haar te beschermen…
Die bescherming heeft ze hard nodig, want opstandelingen hebben het op haar familie gemunt.
De eerste maanden woont Izabella Esterházy bij ons in, waar ze langzaam weer wat tot zichzelf komt dankzij de goede zorgen van mijn moeder. Mijn ouders, net als Izabella’s ouders ook graaf en gravin, zijn al enkele jaren geleden als ballingen uit Hongarije gevlucht en weten daardoor als geen ander wat het meisje doormaakt. Ondertussen gaat mijn leven als koerier in dienst van zijne majesteit keizer Franz-Jozef gewoon door. Als ik niet met berichten onderweg ben naar Boedapest verblijf ik in de kazerne van de koeriers- en pakketdienst, net buiten Wenen. Maar iedere keer als ik enkele dagen vrij heb ga ik naar huis, naar mijn ouders.
Toen Izabella nog niet bij ons woonde ik bracht mijn tijd grotendeels elders door, met welke beschikbaar meisjes dan ook. Maar nu is dat dus veranderd, liefst wil ik in haar nabijheid zijn. Natuurlijk viel dat ook mijn moeder op, die me als geen ander kent en me al gauw een keer apart nam om me te waarschuwen dat ik me niet aan dit meisje mocht vergrijpen. Dat zal ik zeker niet doen maar toch, het is alsof ik niet genoeg kan krijgen van het kijken naar de jonge gravin Esterházy, die meteen na de dood van haar ouders die titel erfde. Haar lange donkerrode haar dat glanzend en golvend tot op haar billen hangt, haar grijsgroene ogen die me zo intens aan kunnen kijken, haar tengere figuur met de prille boezem. Echt álles is even mooi aan dat meisje, dat per keer dat ik thuiskom er meer ontspannen en mooier uitziet. Steeds vaker ook is haar vrolijke giecheltje te horen als papa of ik grapjes maken.
Wachten op een kans
Op een dag kom ik thuis en is Izabella er niet meer. Het blijkt dat Keizerin Elizabeth haar oog op haar heeft laten vallen als een van haar hofdames, en van de ene op de andere dag moest ze ons huis verlaten. Aanvankelijk reageer ik er een beetje nonchalant op. Omdat ze onbereikbaar voor me is geworden ga ik maar weer terug naar de andere meisjes. Maar hoewel met mijn vaardigheid om ze onder hun rokken en tussen hun benen te mogen komen nog steeds niks mis is, weet ik al na een paar keer zielloos bumsen dat dit het niet meer is. Mijn hart is door Izabella overgenomen en er zit niks anders op dan een kans af te wachten om weer dichter bij haar te komen.
Een half jaar gaat voorbij en tot het grote geluk van mijn ouders is er in dat half jaar veel verbeterd in de relatie tussen de Hongaren en Oostenrijkers, met dank aan onze jonge enthousiaste Keizerin Elizabeth, of Keizerin Sissi zoals we haar steeds vaker noemen. Zij bood zowel de opstandige als de Oostenrijk getrouwe adel van Hongarije een welwillend oor voor hun belangen en problemen. En uiteindelijk kwam zíj met de oplossing om Hongarije los te maken van het keizerrijk en om te vormen tot een zelfstandig koninkrijk, wat het in feite altijd was tot het land door Oostenrijk werd ingelijfd. Met Franz-Jozef en haar op de troon zal het een dubbelmonarchie gaan vormen met het Keizerrijk Oostenrijk, met daarin meer rechten en vooral meer zelfbeschikking van de Hongaren in hun eigen land.
Via mijn vader die de Keizer adviseerde werd ik hier nauw bij betrokken en het kostte eindeloos veel overleg voordat iedereen instemde, zowel in Wenen als in Boedapest. Ik weet niet meer hoe vaak ik op en neer heb gependeld met staatsgeheime berichten naar en van Hongarije, maar uiteindelijk breekt dan toch de dag aan dat de kroning zou plaatsvinden.
Tot mijn genoegen ben ik onderdeel van de volgstoet, als lid van de koeriersdienst van de Keizerlijke regering, en natuurlijk om beschikbaar te zijn voor het geval er behoefte is aan een snelle vertrouwelijke berichtenwisseling met het hof in Wenen. Ik heb voor de reis van Wenen naar Boedapest mijn mooiste gala-uniform aangetrokken, en omdat ik zoon en opvolger van de graaf van Varsány-Zécsény ben mag ik vooraan in de stoet meerijden. En wat ik al hoopte gebeurt ook, net als ik maakt Izabella Esterházy deel uit van de entourage van de Keizerin en voor mij staat vast dat dit dé kans is die ik moet benutten om haar in Boedapest voor mij te gaan winnen. Er zullen ongetwijfeld momenten komen waarop het mogelijk moet zijn haar te spreken.
De kroningsdag is een spannende, er zijn onnoemelijk veel veiligheidsmaatregelen genomen om aanslagen te voorkomen en het feest goed te laten verlopen. Tot ieders geluk blijft alles rustig en verloopt de kroning zonder incidenten en helemaal volgens plan. Die avond zie ik eindelijk mijn kans schoon om Izabella te spreken, tijdens het Kroningsbal in het Koninklijk paleis.
Nadat het nieuwe koninklijke echtpaar Franz-Jozef en Sissi het bal hebben geopend stroomt de dansvloer vol. Izabella is in trek als danspartner en pas bij de zevende dans lukt het me haar mee de dansvloer op te krijgen. Ze ziet er schitterend uit, ze draagt haar haar in de stijl van de koningin met tal van pareltjes erin verwerkt, met op haar hoofd als bekroning een betoverende tiara van rood goud met kleine schitterende edelsteentjes. Haar grijsgroene baljurk kleurt prachtig bij haar ogen en waaiert wijd uit vanaf het lijfje, waarin haar borsten verleidelijk opbollen.
Een tijdlang zwieren we zonder iets tegen elkaar te zeggen rond op de door het orkest ingezette Weense wals, elkaar alleen maar constant aankijkend, waardoor we al gauw in onze eigen cocon terecht komen. Het is alsof ik dwars door haar heldere grijsgroene ogen heen tot in de diepten van haar ziel kan kijken. Hoewel ik al talloze meisjes wist te verleiden voel ik me weer als die jongen die voor het eerst zoentjes probeerde te ontfutselen aan de keukenmeisjes. Verlegenheid met de situatie en de behoefte om Izabella voor me te winnen strijden om voorrang. Maar pas tegen het einde van de dans durf ik het aan mijn hart bloot te leggen.
‘Ik heb je gemist,’ is alles wat ik uit weet te brengen. Izabella lacht me lief toe en antwoordt spontaan ‘ik jou ook.’ Mijn hart springt zowat uit mijn borstkas, dít is wat ik wilde horen. Na de wals weet ik haar mee te krijgen naar de naast de balzaal gelegen antichambre, waar we in de drukte een vrije sofa weten te vinden.
X. Zara