DE SCHILDKNAAP
Mijn kamermeisje sprak met me over de ‘gemeenschap’ die mannen en vrouwen kunnen hebben, en eerlijk gezegd, ik ben zo langzamerhand wel benieuwd naar wat die ‘gemeenschap’ inhoudt. Het kriebelt al heel vaak in mijn buik en ik zou het wel eens willen meemaken. Ik weet alleen niet zeker of ik dat wel wil bij een gelegenheid als deze. Ik had een beetje gerekend op een onderonsje met de Hertog, maar dat lijkt er niet van te komen, hij heeft al oogcontact met enkele andere dames en ziet mij helemaal niet zitten.
En trouwens, is hij vooral in gesprek met die Graaf Floris, het lijkt wel of ze een wedstrijd bierdrinken zijn begonnen, terwijl ze steeds harder tegen elkaar en tegen de mannen om hen heen praten. Het gaat over dingen die ik niet begrijp, de gevechten natuurlijk, maar ook hoor ik ze van alles zeggen over andere steden en hoe ze die hun wil zullen opleggen. Mama zei het al ooit, mannen willen altijd steeds maar méer, volgens haar zijn ze nooit tevreden.
Als het feest op een gegeven moment echt heel rumoerig wordt voel ik me er steeds minder op mijn gemak. Er wordt gedanst en als ik enkele keren achter elkaar door ‘n ridder wordt verzocht om deel te nemen word ik bejegend op een wijze die me niet erg aanstaat. Ik begin te begrijpen waarom vader liever niet had dat ik hier kwam, het is niet heel erg beschaafd wat hier gebeurt. Tijdens de reidansen word ik veel te stevig beet genomen. Van vrijwel iedere ridder die me in zijn handen krijgt belanden zijn handen op mijn lijfje en zelfs op mijn borsten…
Gelukkig komt op een gegeven moment die leuke schildknaap van Hertog Jan naar me toe en verzoekt hij me met hem mee te komen. Ik verwacht min of meer dat hij me naar het hoofd van de grote tafel zal begeleiden, voor een onderonsje met de Hertog, maar niets is minder waar. Hij brengt me naar de plaats waar alle voedsel wordt bereid, onder een enorme overkapping die speciaal voor deze gelegenheid is gebouwd. Terzijde van de kookvuren zitten aan lange tafels de schildknapen van de ridders, vergezeld door veel van de meisjes die hebben geholpen bij het bereiden en wegdragen van de gerechten en die nu even tijd hebben om uit te rusten.
Als ik de jongen vraag waarom ik hier ben stelt hij zich eerst voor als Tristan. Dan vertelt hij dat het feest van de ridders een beetje uit de hand zal gaan lopen en dat hij me daarom hier naartoe heeft gebracht. Ik weet niet of ik daar blij mee moet zijn, of ik nu niet van de regen in de drup kom. Maar eerlijk is eerlijk, ik vind Tristan wel heel leuk en besluit het aan te zien en voorlopig te blijven.
Zodra ik naast hem ben gezeten vertelt hij dat hij de zoon is van een Graaf met landgoederen tussen Leuven en Antwerpen, en dat hij aan het hof van Hertog Jan in opleiding is voor het ridderschap.
Ik zou ook wel zo’n leven willen leiden, wat is het toch onrechtvaardig dat wij meisjes altijd maar thuis moeten blijven en ons vooral moeten bekwamen in het borduren…
Ontstoken vuur
Het wordt heel genoeglijk, al deze knapen zijn een stuk beleefder dat de ridders in de tenten iets verderop. Ik denk dat dat komt omdat ze geen bier of wijn drinken, ze moeten natuurlijk het hoofd koel houden om straks hun aangeschoten meesters bij te staan. Uit de tent komt ondertussen steeds meer lawaai, ik hoor zelfs af en toe hoe daar een dame een gilletje slaakt. Ik kan me nu wel inbeelden wat ze daar zoal beleeft, ik voel nog de opdringerige handen op mijn lichaam.
Het feest van de ridders is nog lang niet afgelopen als onze koetsier op me toe komt lopen en hij me duidelijk maakt dat mijn ouders hem stuurden om mij op te halen. Dat begrijp ik wel, zij weten waarschijnlijk al langer hoe dit soort feesten uit de hand kan lopen en gehoorzaam ga ik met hem mee. Tristan neemt met een handkus afscheid van me en zegt dat ik morgen rond het middaguur weer aanwezig moet zijn. Als ik hem vragend aankijk grijnst hij breed en zegt hij: ‘dacht u dat het alleen voor vandaag zou zijn, vrouwe? De Hertog heeft u uitgenodigd voor alle dagen, u wordt hier elke dag dat het toernooi duurt verwacht.’
Ik knik, als het zo ligt zal ik er zijn, maar in de koets moet ik dit even verwerken. Hoe doorsta ik de komende dagen? Moet ik mij iedere avond tussen al die grijpgrage ridders bewegen? Thuis blijkt dat moeder hier ook niet blij mee is en ze besluit mijn kamenier Mariken de nog resterende dagen als chaperonne mee te sturen. Ik kan niet veel anders doen dan me daarbij neer te leggen, want bij nader inzien wil ik toch wel graag het hele toernooi bijwonen. De gevechten vind ik saai maar de feestelijkheden zijn toch wel erg spannend en opwindend, vooral als Tristan bij me is.
Die nacht kan ik nauwelijks slapen, een voor een komen alle belevenissen weer langs. Het gedrag van de ridders tijdens het feest beleef ik helemaal opnieuw. Het schokt me wederom hoe vrijpostig ze zich gedroegen, hoe ze tijdens de reidansen mijn lichaam betastten, steeds als een van hen me in zijn handen kreeg. Maar ik kan niet ontkennen dat het me ook opwond en ook nu veroorzaakt het denken daaraan weer de inmiddels zo bekende kriebels in mijn buik.
Mariken leerde me hoe ik daar wat aan kan doen. Ik schort mijn nachthemd op en breng mijn hand tussen mijn benen, terwijl ik met de andere hand mijn nog niet volgroeide maar al wel heel gevoelige borsten beroer. Tussen mijn benen bevindt zich het gleufje waar het volgens Marike alle mannen om te doen is. Ieder moment van de dag denken zij er volgens haar alleen maar aan hoe ze het voor elkaar kunnen krijgen om hun mannenstaf daarin te steken. Terwijl ik me dit bedenk knijpt ik zachtjes in mijn tepels, ondertussen ook mijn gleufje beroerend. Vooral het bultje dat de schepper er bovenin plaatste is heel gevoelig en genietend wrijf ik er steeds maar weer overheen, tot zich de al min of meer vertrouwde extase in mijn lichaam aandient.
Tot mijn verrassing denk ik daarbij niet meer aan de opdringerige ridders, noch aan Hertog Jan, nee, wie er voor mij verschijnt is Tristan. De schildknaap van de Hertog vond ik meteen al leuk toen hij op me toeliep om mijn omslagdoek weer aan te geven en nu pas dringt goed tot me door hoe fijn we het vanavond hadden aan de schildknapentafel, hoe galant en voorkomend hij was. Met zijn leuke gezicht voor ogen leid ik mijn lichaam naar de zo gewenste extase en als die zich eenmaal aandient is het in mijn hoofd Tristan die daarbij toekijkt.
De volgende ochtend herhaalt zich het ritueel van de vorige dag, met dat verschil dat ik dit keer als enige van onze familie in de koets zit, vergezeld door Mariken. Ze is zo mogelijk nog meer opgewonden dan ik en ik realiseer me dat dit voor haar ook een bijzondere gebeurtenis moet zijn. Ze komt meestal nauwelijks verder dan ons kasteeltje, waar ze op zolder een kleine kamer bewoont.
Opgewonden bekijkt ze het tafereel van al die koetsen, karren, ruiters en lopende mensen die zich naar het toernooiveld bewegen. Ondertussen ben ik zelf vooral met Tristan bezig. Zo meteen zal ik hem weer zien en ik kan niet langer ontkennen dat hij een vuurtje in me ontstak, met vlammen die zich misschien alleen nog maar door hem laten blussen…
Precies zoals ik al hoopte vangt de schildknaap van Hertog Jan me bij aankomst op. Tristan begroet me hoffelijk, waarna hij me begeleidt naar de eretribune. Dit keer zit ik zelfs in het mídden van de voorste rij voor eregasten. Ik begrijp niet helemaal waar ik dat aan te danken heb, want gisteren heeft de Hertog niet of nauwelijks oog voor mij gehad. Waarom ben ik dan toch een van zijn eregasten?
Heksenketel
Als ik het Tristan vraag trekt hij weer die brede grijns, die ik zo grappig vind aan hem. Dit keer zie ik zijn lachende bruine ogen in het echt voor me, dezelfde ogen als die ik afgelopen nacht voor me zag toen ik mijn extase beleefde. Opnieuw voel ik de kriebels in mijn buik en opnieuw vraag ik me af hoe het zou zijn als hij zijn roede in me zou steken. Ik voel hoe het bloed naar mijn hoofd stijgt terwijl Tristan me aandachtig aankijkt. Dan vraagt hij: ‘is er iets, bent u niet in orde, vrouwe?’ Ik haal mijn schouders op, weet het even niet, maar antwoord dan, zachtjes: ‘het is de opwinding van dit alles, denk ik…’
Maar ondertussen kreeg ik nog geen antwoord en als ik Tristan vragend aankijk zegt hij, zachtjes, alleen voor mijn oor bestemd: ‘U heeft zijn interesse gewekt, vrouwe, en nu moet u maar gewoon afwachten wat er gebeurt,’ waarna hij vertrekt. Daar zal ik het dus mee moeten doen, en ineens weet ik niet meer of ik dit nou nog wel zo leuk vind. Helaas heeft mijn kamenier Mariken op de bovenste rij plaats moeten nemen, waar de zitplaatsen voor bedienden zijn. Daar had ik niet op gerekend, ik zou graag wat met haar willen doorpraten over mijn gevoel voor Tristan. In plaats daarvan zitten er nu links en rechts van mij mensen die ik niet ken en die zich ook niet veel van mij aantrekken.
De middag duurt eindeloos lang, het is een komen en gaan van ridders die elkaar bestrijden en er soms best wel lang over doen om de ander te verslaan. Ik ben dan ook blij als trompetgeschal het einde van deze toernooi-dag aankondigt. Direct daarna duikt Tristan weer op en hij begeleidt me naar de grote tent waar de maaltijd staat opgediend, op een afstand gevolgd door Marike.
Tristan is zo elegant, hij heft zijn arm zodat ik mijn hand erop kan leggen en samen wandelen we vervolgens in alle rust langs het toernooiveld richting de grote tent. Waar mijn hand het bloot van zijn arm raakt voelt het gelijk mijn vingers worden verschroeid en ik heb de indruk dat Tristan dat ook zo voelt. We zeggen niet veel tegen elkaar, maar des te vaker kijkt hij me even aan, waarbij er iedere keer een lachje zichtbaar wordt. Op een gegeven moment moet ik het weten, wat er in hem omgaat: ‘kunt u mij vertellen wat er met mij is dat u zo vrolijk maakt, heer?’ Nu is het zijn beurt om te blozen, hij verontschuldigt zich maar als ik hem een tikje dwingend aankijk antwoordt hij, onverwacht eerlijk: ‘…het is uw schoonheid, Vrouwe. Maar dat niet alleen, u bent ook zo’n charmante verschijning.’
Het raakt me diep, hij vindt me ook leuk! Ik weet even niets te zeggen en hij gaat dan verder: ‘…wat ik zo leuk aan u vindt is dat u te lezen bent als een open boek, ik kan zien dat u dit maar niets vindt…’ Voor zo’n jonge man is hij heel opmerkzaam. Terwijl moeder altijd vertelt dat mannen zo in hun eigen wereld leven, dat ze niets van ons vrouwen begrijpen. ‘Is het zo duidelijk dan?’ reageer ik. Weer is daar die leuke brede lach: ‘nogal, Vrouwe. Zal ik de Hertog mededelen dat u ongesteld bent geworden, zodat u in plaats van aan zijn dis aan te schuiven mij kunt begeleiden naar de maaltijd aan de schildknapentafel?’
Hier hoef ik niet lang over na te denken, de Hertog en zijn toernooi kunnen mij inmiddels gestolen worden, ik snak naar aangenaam gezelschap. Geen idee of ik er verstandig aan doe maar ik knik instemmend, waarna we koers zetten naar de veldkeuken, waar net als gisteren de schildknapen hun verblijf hebben als ze even vrij zijn van de plichten voor hun Heer.
Het is er een heksenketel, de maaltijd van de ridders staat op het punt van beginnen en de tientallen vrouwen, mannen, meisjes en jongens die het voedsel bereiden staan onder hoge druk om alles op tijd klaar te hebben. Net als wij arriveren worden de eerste gerechten weggedragen naar de riddertent en soms gaat het om dermate grote schalen dat die door twee of drie meisjes of jongens tegelijk moeten worden gedragen. Het gaat om complete varkens, maar ook zie ik schalen vol gevogelte en lam. Als dat eenmaal is weggebracht volgen er vele schalen met groenten en fruit, terwijl er af en aan grote kannen wijn en bier worden weggebracht. Ik vermoed dat het opnieuw een flink bacchanaal zal worden en nu al ben ik blij dat ik daar niet tussen hoef te zitten.
X. Zara