LONG ISLAND
Dit verhaal is een zelfstandig te lezen vervolg op ‘White Line Fever’.
De zomer is net begonnen, het heeft lang geregend maar gelukkig schijnt nu de zon al een paar dagen uitbundig. Ik studeer kindergeneeskunde en morgen is er een belangrijk examen, maat ik ben even helemaal klaar met blokken, ik ga hardlopen. Sinds ik enkele maanden terug hier bij Jimmy op Long Island ben gaan wonen is het net als vroeger in Texas mijn lust en mijn leven om langs het strand te rennen.
Vanuit Manhattan gezien begint het eiland met Brooklyn en Queens en hier, op het achterste deel heet het ‘The Hamptons’. Het is tegelijk ook het mooiste deel en op een afgelegen punt, al behoorlijk ver voorbij Easthampton heeft Jimmy hier een grote houten grijs-geel geverfde villa geërfd van zijn oma en opa Andersson. Zij emigreerden bijna een eeuw terug vanuit Zweden naar Amerika en toen hun constructiebedrijf een succes werd bouwden ze dit huis, qua looks en inrichting volledig in Scandinavische stijl. Omdat het pal aan zee ligt en er ook nog eens een groot stuk privéstrand bij hoort kan je bijna niet mooier wonen.
Ik drink flink wat water, trek een sportbroekje en hardloopbeha aan, strik mijn loopschoenen stevig vast en ga op pad. Hardlopen is altijd al mijn ding geweest. Toen ik nog met mum in Corpus Christi in een stacaravan woonde en we werden gezien als ‘white trash’, als minderwaardige mensen, ben ik begonnen met alles van me af te rennen. Ik werd er goed in om soms wel vijftien mijl of meer achter elkaar hard te lopen. Het gaf me zelfvertrouwen. Daardoor lukte het me beter om alles en iedereen in de buitenwereld van me af te laten glijden en boven soms toch wel heel lullige opmerkingen te gaan staan. Maar die tijd ligt nu gelukkig ver achter me. Mum is inmiddels getrouwd met een rijke Texaan en zelf heb ik ook geluk gehad. Ik wilde weg uit het voor mij wel heel benauwende zuiden en ging in New York kindergeneeskunde studeren, waar ik na een tijdje Jimmy leerde kennen.
Beter te geven dan te nemen
Ik ren richting ‘Montauk Point’, waar Long Island ophoudt en je bij helder weer in de verte de kustlijn van Connecticut kunt zien. Het is al warm voor de tijd van het jaar. Na een tijdje breekt het zweet me behoorlijk uit en zoals altijd is dat een teken dat mijn lijf begint warm te draaien. Als het zo ver is kom ik in een cadans die me uit het hier en nu haalt, mijn hoofd raakt leger en leger, terwijl mijn lijf verder al het werk doet.
Na ongeveer vijf mijl draai ik om, ik moet het vandaag niet overdrijven want vanmiddag komt nog mijn studiemaatje Michael. We gaan samen het practicum ontleding van vorige week doorwerken, daar zullen morgen vast ook diverse vragen over gaan.
Terug bij ons huis trek ik in de tuin m’n kletsnatte kloffie uit, drink flink wat water en ren de zee in voor nog een afkoelend zwempartijtje. Er komt hier nooit iemand, heerlijk dat we daarom zo gemakkelijk bloot kunnen zijn. Ik trek parallel aan het strand een flink aantal baantjes, na het hardlopen is het fijn ook mijn andere spieren even stevig te gebruiken.
Het is bijna opwindend zoals het woelige zeewater langs mijn lichaam wervelt en mijn huid wakker maakt. Alleen al daarom kan ik dit lang volhouden, maar na ruim twintig minuten is het toch wel genoeg. Bekaf plof ik in de tuin neer op een ligbedje en dan is het goed rusten, genietend laat ik mijn natte naakte lijf weer drogen in de warme zon.
Ik ben tevreden met mijn lichaam. Gemiddelde lengte, geen grammetje vet, kleine stevige tieten die godzijdank met een stevige sportbeha niet wiebelen als ik hardloop, een getrimd mini-driehoekje donker haar tussen mijn benen die best wel lang zijn, lange bijna zwarte glanzende haren die ik meestal op een hoge staart draag. Wat ik het mooiste aan mijzelf vind zijn mijn donkerbruine ogen met de gouden spikkeltjes erin. Volgens mum heeft zij van een of andere voorouder een restje Indiaans bloed meegekregen en gaf ze me dat in de kleur van mijn haren en ogen aan mij door.
Nou, mum zelf is een beauty, als ik op haar leeftijd maar de helft van haar schoonheid heb ben ik al tevreden. Maar ik hoop vooral dat ik net zo onafhankelijk blijf als zij, ze trekt zich van niemand iets aan, leidt haar eigen leven en ze ziet eruit zoals zij het wil: kleding in alle kleuren van de regenboog, vaak lange rokken, kraaltjes en veertjes en weet ik wat allemaal gevlochten in tot op d’r billen hangende haren. Misschien nog wel belangrijker is de schoonheid die ze van binnen heeft. Haar motto is dat je beter kan geven dan nemen, altijd staat ze klaar voor mensen die het nodig hebben. Ik mis haar regelmatig maar toch ben ik heel blij dat ik hier mijn lieve Jimmy vond en nu zelfs met hem samenwoon.
Jimmy voelt als mijn grote liefde. We ontmoetten elkaar omdat we allebei vrijwilliger waren in een shelter voor daklozen. Daar leerden we hoe het is om niets te bezitten en toch een gelukkig leven te kunnen leiden en vooral hoe fijn het is om mum’s motto na te leven en meer te kunnen geven dan te nemen. Toch was het in het begin niet gemakkelijk tussen ons, vooral niet toen vorig jaar zijn vader plotseling stierf en hij als enige erfgenaam het miljarden bouwbedrijf ‘Andersson-Calaghan Constructions’ in zijn schoot geworpen kreeg. We hadden daarna een moeilijke tijd en braken zelfs met elkaar, omdat ik er niet op vertrouwde dat hij niet een poenige patser zou worden.
Maar het liep gelukkig anders, hij bleef de leuke spontane skaterboy met het sociale hart die hij altijd was. Toen hij dat immense bedrijf moest gaan besturen, deed hij er enkele maanden over om tot zichzelf te laten doordringen wat hij er mee wilde doen. In de periode dat we uit elkaar waren besloot hij tegen de verdrukking van zijn directeuren om de Zuid-Amerikaanse en Europese divisies van het concern te verkopen. Hij wilde het weer kunnen focussen op waar het altijd goed in was, namelijk de hoogste en beste skyscrapers van Manhattan bouwen. Ook besloot hij met de immense opbrengst van de verkoop van de divisies twee fondsen op te zetten, een voor het stimuleren van sociale woningbouw in New York en een voor hulp aan mensen die het minder goed getroffen hebben in het leven.
Dat sociale fonds beheren we nu samen, en sindsdien bezoeken we regelmatig in de stad initiatieven van mensen die daarvoor een bijdrage hebben aangevraagd. Onze focus ligt daarbij op eigen kracht, want het is verbazingwekkend wat mensen allemaal kunnen als ze maar het juiste duwtje in hun rug krijgen.
Eerste Hulp Bij Orgasmes
Momenteel zit Jimmy ruim een maand in Mexico en daarna nog een tijdje in Buenos Aires, om richting de kopers de overdracht van de divisie in Latijns-Amerika te begeleiden. Dan komt hij een tijdje thuis en moet hij vervolgens nog een maand naar Parijs en Londen, om ook daar de overdracht soepel te laten verlopen. Ik mis hem heel erg. Hij vroeg me mee te gaan, maar dat zit er niet in. Net deze periode heb ik veel examens en die moet ik echt halen om komend najaar in een ziekenhuis aan mijn coschappen te kunnen beginnen.
Het is al flink warm in de zon en daardoor en dankzij het wiegende ruisen van de zee in de verte moet ik een tijdje zijn weggedommeld. Als ik weer wakker schrik ben ik geil, ik mis niet alleen Jimmy maar ook onze seks en daaraan denkend begin ik bijna automatisch mezelf te strelen. Ik transpireer alweer en wrijf het fijne waas van zweetdruppeltjes over mijn gevoelige huid uit. Vooral als ik mijn borsten streel en mijn tepels aanraak slaan de vlammen me uit. Ik trek mijn benen op en spreid ze, waarna ik mijn hand over mijn poesje leg en de middelvinger tussen de lippen doorhaal tot tegen mijn klitje.
Mijn gleufje is al drijfnat en voor ik het goed en wel besef heb ik al twee vingers tegelijk diep in mezelf naar binnen gedreven. Daar zoek ik mijn lekkerste plekje op en door mijn bekken steeds wat tegen te kantelen lukt het op die manier mezelf te neuken. Ik guts nu echt van het zweet, terwijl ik tegelijk mijn tepels en mijn kutje bewerk. Niet veel later spat ik compleet uit elkaar en voelt het alsof ik rechtsreeks als een vuurbal naar de warme zon word gelanceerd. Als ik weer terugkom in mijn lijf en met mijn ogen dicht nog wat nageniet hoor ik: ‘zozóo Doctor Samantha Geffen, heeft u misschien Eerste Hulp Bij uw ehm… Orgasme nodig?’
Damned, Michael is er al, hij zit zelfs naast me, helemaal de tijd vergeten.
Ik vraag me af of hij me all the way bezig zag maar nou ja, eerlijk gezegd kan ik dat me niet zo heel veel schelen. Al zoveel jongens zagen hoe ik klaarkom, ooit zette ik met mijn domme kop zelfs een filmpje van een neukpartijtje op Insta, wat vervolgens door de hele Christi Highschool bekeken werd. Hij kan er dus ook nog wel bij en ik reageer: ‘Nee, dank u doctor Michael Jiminez, het probleem heeft zichzelf gelukkig al opgelost.’ Meteen sta ik op en ren de zee in voor nog een snel afkoelmomentje. Als ik terug uit het water kom doe ik alsof ik nooit anders doe, naakt voor jonge kerels paraderen. Ik loop niks verbergend recht op hem af en dichterbij komend zie ik dat hij een flinke bult heeft staan in zijn shorts.
Tja, jongens, het zal eens niet. Ik weet dat hij al een tijdje een crush op me heeft en ik vind hem met zijn Hispanic looks ook heel leuk, maar ja, ik heb nou eenmaal Jimmy. Michael moet er maar mee zien te dealen, als hij zich aan me wil vergapen moet hij dat zelf weten. Nadat ik me in de tuin onder de tuindouche heb afgespoeld, me heb afgedroogd en shorts en een shirt heb aangedaan gaan we naar binnen, gauw aan de slag. Ondertussen doen we allebei alsof er niets is gebeurd en er zojuist niet die spanning van mogelijke seks tussen ons hing. Eigenlijk trekken we al vanaf het begin van de opleiding naar elkaar toe. Als ik niet iets met Jimmy had gekregen was ik absoluut zeker iets met Michael begonnen. Hij heeft een lekker lijf en zo’n leuk goedlachs hoofd en dan die donkere krullen en bruine ogen…
Michael wil net als ik kinderdokter worden en na de zomer beginnen we met onze coschappen. Het is daarom behoorlijk belangrijk dat we deze periode al onze examens halen, omdat we daar anders niet aan mogen beginnen. De hele middag ploeteren we ons door de foto’s en aantekeningen van het snijpracticum van vorige week door. In het begin vond ik het maar niks, dat gewroet in die lijken maar inmiddels doet het me niks meer, dode mensen horen er gewoon bij en we kunnen veel van ze leren..
Ik had al een plekje veroverd in een hospitaal in Lower Manhattan, toen Michael me enthousiast vertelde dat hij in het ‘Saint Barnabas’ in de Bronx aan de slag gaat. Hij komt zelf uit dat stadsdeel en we hadden het er al vaak over, dat die mensen daar vaak net zo behandeld worden als mum en ik destijds toen we zogenaamd nog white trash waren. Hoewel het voor mij bijna een uur langer reizen wordt, besloot ik dankzij zijn enthousiasme ook een coschap in ’t Barnabas aan te vragen. Ik denk dat je in zo’n wijk als dokter toch wel iets meer voor de mensen kan betekenen dan voor de rijken van de Lower East side.
Die avond skype ik met Jimmy en vertel ik hem hoe ik me zelf klaar vingerde terwijl Michael misschien wel alles stond te bekijken. Hij reageert met een brede grijns: ‘whow Sammy, ik zie jou zo voor me terwijl je bezig bent… hij zal daarna wel last hebben gehad van een flinke tent.’ Tja, jongens dus.
Als hij eindelijk ophoudt met zich te verlekkeren aan mijn verhaal over mijn ‘Eerste Hulp Bij Orgasmes’-actie vertelt hij dat hij over een week klaar is in Mexico-stad. ‘Kom dan deze kant op, liefie, dan gaan we een weekje lekker chillen in Cancún. Ik kan m’n trip naar Argentinië wel even uitstellen.’ Ik word meteen enthousiast, ik zaldan klaar zijn met dit studiejaar en de gedachte om een weekje bij Jimmy te zijn zet me meteen op scherp. Bovendien kan ik dan aansluitend mooi bij mum langs kunnen gaan in Corpus Christi, dat precies tegenover Cancún aan de andere kant van de golf van Mexico ligt.
X. Zara