Moeder en stiekeme zoon

Toen ik nog samenwoonde met mijn toenmalige vriend, droeg ik jarenlang alleen witte slipjes. Niet uit mode, maar uit schaamte. Ik wist precies wat er elke dag in terechtkwam. Mijn lichaam produceerde meer afscheiding dan de meeste vrouwen. Een dikke, wit-gelige laag die zich in de loop van de dag verzamelde in het kruis, soms glanzend en vochtig, soms al een beetje kleverig en droog aan de randen. Mijn arts zei altijd geruststellend dat het normaal was, dat ik me geen zorgen hoefde te maken. Toch wilde ik niet dat hij het zou zien. Witte stof maakte de natte, crèmekleurige vlekken minder opvallend. Minder confronterend.

Die relatie eindigde. Hij vertrok. En pas toen, voor het eerst in mijn eentje, besloot ik dat ik geen witte onderbroeken meer hoefde te dragen om iets te verbergen. Ik kocht zwarte slipjes. Mooi. Zacht. Ze zaten perfect. Vanaf dat moment lag de waarheid elke avond open en bloot in de wasmand: een dikke, wit-gelige laag die zich had opgehoopt in het kruis, soms nog vochtig en glanzend, soms al opgedroogd tot een korrelige, bijna grijswitte rand. Ik vond het lastig om ernaar te kijken. Het herinnerde me eraan hoe mijn lichaam zichzelf bleef produceren, zonder zich iets aan te trekken van mijn onzekerheid.

Tot ik op een zaterdag, toen de wasmachine weer gevuld moest worden, iets vreemds ontdekte. Alle onderbroeken waren schoon. Niet gewoon gewassen-schoon, maar écht schoon. De kruisjes voelden droog en zacht aan, alsof er nooit iets in had gezeten. De wit-gelige laag was spoorloos verdwenen. Ik stond er een moment perplex bij, de stof tussen mijn vingers.

Pas later begreep ik het. Ik herinnerde me hoe mijn puberende zoon steeds wanneer ik net uit de douche kwam, zelf “even snel” de badkamer in dook. Hoe hij soms langer bleef dan nodig. Hoe hij, als ik al in bed lag, nog even de badkamer passeerde. Toen viel het kwartje, stil en onvermijdelijk. Het was mijn zoon. Hij likte mijn afscheiding uit de stof. Hij haalde die dikke, wit-gelige laag eruit met zijn tong, terwijl hij zichzelf aftrok. Misschien al dagenlang, wekenlang, maandenlang. Jarenlang? Door mijn jaren lang witte onderbroeken dragen is het mij nooit eerder opgevallen.

In het begin probeerde ik het te stoppen. Ik gooide mijn gedragen onderbroeken meteen in de wasmachine, of spoelde de ergste exemplaren eerst zelf uit onder de kraan. Die momenten stelde ik me onwillekeurig voor hoe zijn tong en tanden over de natte, kleverige stof gleden, hoe hij de smaak van mijn vagina in zijn mond nam. Het gaf me een vreemde rilling. Maar het was onhoudbaar. Elke dag direct wassen was praktisch onmogelijk. En wanneer ik wél spoelde, voelde ik bijna fysiek zijn teleurstelling in huis hangen.

Toen kwam die ene avond. Ik was net terug van een lange reis: vliegtuig, treinen, urenlang zitten in dezelfde onderbroek. Twee volle dagen. Uitgeput, met een zware, dikke laag wit-gelige afscheiding die zich had opgehoopt — bijna ondraaglijk van geur, dik en kleverig — liet ik de onderbroek in de wasmand vallen en stapte de douche in. De volgende ochtend was er niets meer van over. Het kruis was weer volkomen schoon, de stof wel nat maar neutraal. Alsof ik het bijna niet gedragen had.

Vanaf dat moment gaf ik het op. Ik liet het gebeuren. Ik zei niets. Het was te intiem, te beschamend om uit te spreken, zeker tegen mijn zoon. Maar ergens veranderde er iets in mij. De onzekerheid over mijn lichaam, over die constante, stil producerende vochtigheid tussen mijn benen, werd milder. Hij had er blijkbaar geen afkeer van. Integendeel. Hij zocht het op. Hij wilde het, iedere dag.

Hij was vierentwintig toen hij het huis uit ging. Voor het eerst in meer dan tien jaar gingen er onderbroeken de wasmachine in die nog écht vuil waren, met die bekende wit-gelige laag nog intact. Hij heeft tot op de dag van vandaag geen idee dat ik het wist. Dat ik al die jaren op de hoogte was van wat hij deed met mijn meest intieme restanten.

Soms vraag ik me af of ik iets anders had moeten doen. Of ik hem had moeten confronteren, of het had moeten verbieden. Maar niemand is erdoor beschadigd. Hij kreeg wat hij wilde, in stilte. En ik leerde, op een vreemde, stille manier, iets minder hard te oordelen over mijn eigen lichaam. Over de geur en smaak die ik voor hem achterliet. Over het feit dat iemand ze juist opzocht.

Wat vond je van dit verhaal?

Aantal stemmen: . Gemiddeld cijfer:

Nog geen cijfer, ben jij de eerste ?

Geschreven door Anoniem

De schrijf(st)er van dit verhaal heeft er voor gekozen anoniem te blijven. Derhalve is er geen verdere informatie bekend over deze auteur.

Dit verhaal is 3443 keer gelezen.
Reageren? Leuk! Houd het aub on topic en netjes, dankjewel!

Plaats een reactie