De zon brandde al fel op de balkonvloer van mijn penthouse in Julianadorp, maar de airconditioning hield de werkruimte ijskoud. Toen ik voor mijn studie vanuit Amsterdam naar Curaçao vertrok had ik niet verwacht zo verknocht aan het eiland te raken. Ik miste soms nog de regenachtige ochtenden in mijn grachtenappartement in de Jordaan, maar mijn leven was nu hier. Stapels dossiers lagen naast mijn laptop, hun gewicht een fysieke manifestatie van de $500 miljoen omzet die CuraTech Innovations N.V. dit jaar moest bereiken.
Ik veegde een blonde lok uit mijn gezicht en mijn blik gleed over de planning voor de “Dutch-Caribbean Tech Bridge Summit” in Rotterdam. Drie dagen van non-stop onderhandelen, van AI-modellen voor klimaatbestendige logistiek tot zonne-energie-integratie. Dit was mijn domein, de fusie van Nederlandse efficiëntie en Curaçaose veerkracht, verpakt in een onwrikbare ambitie.
“Elena,” klonk de stem van mijn secretaresse, Lisette, via de intercom, “ik heb de laatste details van het Summit-programma verwerkt. Alles is klaar, behalve de diners. Kan ik je daarvoor even storen?”
“Diners?” Ik zuchtte. De informele avonden. Nodig voor de deal-closing sessions, maar een tijdrovende sociale verplichting. “Ja, kom maar.” Lisette kwam binnen en zei direct, maar voorzichtig: “De galadiners. Dag één en dag twee. Marcus van der Linden, Erik Jansen, professor Ruben Hoekstra… zij nemen allemaal hun partners mee. Het is een strategische setting om persoonlijke banden te bevorderen.” Ik leunde achterover.
“Lisette, ik heb nooit een partner meegenomen. Ik sta mijn mannetje in een mannenwereld. Mijn AI-platform verkoopt zichzelf.”
“Met alle respect, Elena,” reageerde ze met haar gebruikelijke diplomatieke directheid, “investeringsrondes van €20 miljoen beslissen zich niet alleen op basis van algoritmes. Het is een sociaal spel. Je bent de enige single CEO op dat niveau. Een partner… het geeft je een subtiel strategisch voordeel. Het straalt balans uit. Ik heb het eerder geregeld, ik weet waar ik moet zoeken.”
Haar woorden troffen me. Niet omdat ik haar ongelijk gaf, in de beursvloer telde imago net zo zwaar als data, maar omdat het me confronteerde met mijn chronische single zijn. Ik, de CEO die complexe problemen oploste en Curaçao wilde transformeren tot ‘Silicon Island’, struikelde over de simpelste sociale conventie: een partner. Veel mannen die ik ontmoette, waren niet op mijn niveau qua scherpzinnigheid en visie.
“Goed,” zei ik na een moment van reflectie, mijn stem nu ijzig kalm. “Regel het. Twee avonden. Maar hij moet capabel zijn. Welbespraakt. Intellectueel… gelijkwaardig.”
“Hij is al geregeld,” zei Lisette triomfantelijk. “Ik heb de contactgegevens van ‘Diamonds&Him’ gebruikt. Exclusive Dining-pakket, €350 per uur. Discretie en uitstraling gegarandeerd. Zijn naam is Rik. Ik stuur je de sheet.” Mijn wenkbrauw trok omhoog en ik moest licht gniffelen. Lisette, de onverstoorbare, had het al geregeld, nog voordat ik de vraag had gesteld. De pure, onberispelijke efficiëntie, een spiegel van mijn eigen strategische inzicht. Ze was mijn gelijke in daadkracht, en dat was geruststellend, maar die triomf in haar stem greep me ook naar de keel. Zonder iets te zeggen liep Lisette weer naar haar werkplek, mij alleen achterlatend.
Rik. Diamonds&Him. De naam klonk als iets uit een andere, verboden dimensie, zo ver verwijderd van mijn wereld en de analytische blik die ik dagelijks op CuraTech hield. Ik dacht aan de mannen die ik kende: scherpzinnig, ja, maar emotioneel gesloten of sociaal onhandig. Rik was ingehuurd om een emotionele en sociale leegte te vullen, om de façade van balans te spelen die ik blijkbaar nodig had om mijn AI-platform te verkopen. Maar wat moest ik verwachten? Wat voor een man verhuurt zichzelf voor driehonderdvijftig euro per uur om “uitstraling” te garanderen, en hoe ver ging die dienst? Is het pure, zakelijke simulatie, of is er een ander randje aan deze transactie? Ik voelde de adrenaline van het onbekende, vermengd met een lichte walging om mijn eigen kwetsbaarheid, de onzekerheid die me nu confronteerde. Dit was niet mijn terrein. De gedachte aan een vreemde man die mijn partner zou spelen. Het stuurde een onverwachte, prikkelende schok door mijn buik. Ik, dr. Elena de Vries, de onafhankelijke CEO, huurde nu een man in om mij de meest basale sociale en affectieve zekerheid te geven. Ik kon de sheet niet snel genoeg krijgen.
Het was 18:43 uur in mijn suite in het Hotel Lumière. Vanaf de 28e verdieping glinsterden de Erasmusbrug en de havenlichten in de schemering, een vertrouwd panorama dat me altijd weer met beide benen op Nederlandse bodem zette. De suite, vernoemd naar een Nederlandse meester, was een oase van rust in de grijze, zakelijke drukte van de stad. Onder mijn voeten voelde ik de zachte vloerbedekking, een welkome streling na een dag op hakken over de harde, gepolijste marmeren vloeren van het World Trade Center. De keynote was succesvol verlopen, de paneldiscussie had me met professor Ruben Hoekstra aan tafel gebracht, maar nu, met nog iets meer dan een kwartier tot de ontmoeting met de man die voor mij was ingehuurd, voelde ik mijn gebruikelijke, ijzige professionaliteit afbrokkelen.
Ik stond voor de grote spiegel met goudkleurige rand in de kleedruimte en was bezig met de laatste rituelen van transformatie van business-look naar mijn avondkleding. Mijn hand zocht de rits in de nek van mijn strakke donkerblauwe avondjurk, een ontwerp dat mijn rondingen subtiel accentueerde. Terwijl de stof zich om mijn heupen en borsten nestelde, koos ik bewust voor kleine, heldere pareloorbellen. Een beetje braaf, maar de zachte glans paste perfect bij mijn blonde haar dat ik losjes over mijn schouders had laten vallen. Mijn ooglid trilde zachtjes. Als ik alleen was voelde ik mij op mijn gemak, maar nu voelde ik me nerveus. Ik had dit nog nooit gedaan, een vreemdeling inhuren om mijn relatie te spelen. Een professional in intimiteit, dacht ik met een mengeling van afschuw en een onweerstaanbare nieuwsgierigheid. Ik, de vrouw die altijd de touwtjes in handen had, wiens leven was opgebouwd uit data en strategische visie, voelde zich een klein meisje, onzeker over een simpel sociaal contact dat met geld was gekocht. Die onzekerheid was mijn zwakke plek, een gevaarlijk zacht punt in het pantser van de CEO.
Ik dwong mezelf te ademen terwijl mijn blik op de sheet op het bureau viel. Ik las de beschrijving opnieuw, alsof de details een formule waren die ik moest onthouden.
Naam: Rik. Dienst: Exclusive Dining. Achtergrond: Master Bedrijfseconomie & Filosofie.
Ik veegde een lok haar achter mijn oor en concentreerde me op de beschrijving van zijn uiterlijk: Blond, 193 lang, sportief atletisch lichaam. Zwemmen, kitesurfen en karate/boksen houdt hem fit en krachtig.
Ik liet mijn handen van mijn jurk zakken. Ik stelde me hem voor, een blonde reus met zijn krachtige, fitte lichaam. Mijn gedachten gleden onwillekeurig naar de atletische lijnen van zijn armen en schouders. Zijn spieren moesten strak en hard zijn, de huid zacht en zilt van de zee. Mijn wangen gloeiden.
Ik las verder: Empathisch en emotioneel. Vaak is er bij zijn klanten sprake van geestelijke en/of lichamelijke verwaarlozing door de eigen partner. Rik is er daarom op alle vlakken voor jou en voor jou alleen. Hij was ingehuurd voor mijn intellectuele en sociale façade, maar de gedachte aan zijn zorgzaamheid en fysieke aanwezigheid raakte me. Ik, het werkpaard, zocht onbewust naar de zachtheid en de aandacht die ik in mijn carrière en mijn privéleven had genegeerd. Nu huurde ik het in.
Ik trok mijn jurk helemaal glad, de stof voelde koel tegen mijn oververhitte huid. Ik dacht aan zijn opleiding, Bedrijfseconomie en Filosofie. Een man die zowel data als de betekenis daarvan begreep. Hij zou mij intellectueel evenaren. Ik ademde diep in en herpakte mijn rol: ik ben Elena de Vries, CEO, en dit is een zakelijke transactie.
Met nog twee minuten te gaan, stapte ik de marmeren lobby van het hotel in. De ruimte was gevuld met het gedempte geroezemoes van zakenlui en het zachte tinkelen van de bar. Daar zat hij, precies zoals beschreven. Een torenhoge figuur, atletisch, met blond haar dat in een lichte slag over zijn voorhoofd viel. Rik. Hij was bezig met zijn telefoon, maar zijn houding was alert, maar toch straalde hij een zekere kalmte uit.
Ik liep naar hem toe, elke stap voelde als een publieke blootstelling van mijn onzekerheid. Hij keek op, en zijn ogen, helder en intelligent, vonden de mijne. Hij stond met een soepele beweging op. Zijn lengte overweldigde me subtiel.
“Rik?” zei ik, mijn stem zachter dan ik wilde. Zijn glimlach was ontwapenend, precies de welbespraakte, spontane verschijning die Lisette had beloofd.
“Elena. Fijn dat je er bent.” Hij stak zijn hand uit. Mijn hand verdween in de zijne. Zijn greep was stevig en warm. Die warmte trok als een elektrische stroom door mijn arm. Ik voelde me onmiddellijk op mijn gemak door de zekerheid die zijn hand uitstraalde.
“Rik, ik ben… ik ben eerlijk gezegd behoorlijk nerveus, “ zei ik, mijn ademhaling versnelde. “Ik heb dit nog nooit gedaan. Ik weet niet goed hoe dit gaat.” Mijn woorden waren eruit geflapt, de dijk brak al voordat de avond was begonnen. Shit. Rik’s ogen werden zacht van begrip. Hij wist meteen wat hij moest doen. Hij behield de greep op mijn hand, leidde me weg van de drukte, naar een stille hoek van de bar.
“Kom, laten we even ademhalen,” zei hij, zijn stem was kalmerend. “Dit is een zakelijke afspraak en ik ben jouw consultant voor vanavond. Ik neem de leiding. Jou enige taak is ontspannen en op mij vertrouwen.” Zonder te vragen, gebaarde hij de ober naar zich toe. “Twee glazen Brut, alsjeblieft. De koudste die u heeft.” De bediening reageerde onmiddellijk, met een respectvolle afstand die suggereerde dat ze het spel begrepen. Rik had duidelijk ervaring en ging joviaal maar in stijl met de bediening om. Hij hield mijn blik vast terwijl de glazen werden gebracht. “Ik heb mij ingelezen,” begon hij. “Ik ben Rik, jouw partner. Ik ben de relatief nieuwe partner dus als we iets niet van elkaar weten is dat goed verklaarbaar. We zullen zeggen dat ik als consultant Risk & Finance bij een zeer groot consultancy bureau werk. Wegens de gevoeligheid van mijn werk kan ik helaas daar niet veel meer over vertellen. Kan je je daarin vinden?”
Ik knikte, mijn hoofd al rustiger door zijn doortastende aanpak. “Perfect. Dat is… heel goed. De afspraken,” vervolgde hij, zijn duim streelde zachtjes over mijn hand. “Fysiek contact is functioneel passend bij de setting: hand vasthouden, of een korte amicale aanraking om onze band te laten zien. Niet zoenen, tenzij het in de situatie noodzakelijk is. Ik houd me tijdens de gesprekken op de achtergrond en help je als dat nodig is. Kan je mij wat meer vertellen over jouw bedrijf en werk?” Hij stelde de vraag, en ik begon te praten, de analytische CEO nam de overhand. Maar terwijl ik sprak over algoritmes en CO2-reductie, voelde ik zijn sterke hand op de mijne. De champagne tintelde op mijn lippen, maar de echte sensatie kwam van zijn aanwezigheid. Ik voelde mij gezien, gesteund. De angst verdween, vervangen door een gloed van overgave aan zijn beheerste leiding. Dit was precies wat ik nodig had.
De avond gleed voorbij. Aan de oppervlakte had ik de leiding maar Rik stuurde me en, tegen al mijn gewoonten in, liet ik mij meevoeren. Aan de ronde tafel speelde hij zijn rol niet; hij lééfde hem. Hij was Rik, mijn nieuwe vriend, voor het eerst samen op een officieel diner. Elke keer als ik even dreigde te verstarren door een scherpe vraag van Erik Jansen over mijn return on investment, voelde ik Rik’s aanwezigheid naast me. Niet dwingend, maar ontspannen en kalmerend. Op een moment dat de discussie even stilviel, boog hij zich subtiel naar me toe. Zijn lippen raakten net niet mijn oor, maar zijn adem streek langs mijn hals en deed de haartjes in mijn nek overeind staan.
“Je bent briljant,” fluisterde hij, zijn stem zo zacht dat alleen ik het kon horen. “Ze eten uit je hand. Ontspan je schouders, ik ben hier.” De woorden werkten als een fysieke aanraking. Ik voelde de knoop in mijn maag, die er ondanks mijn ervaring altijd zat tijdens dit soort diners, langzaam ontwarren. Hij was een heer, attent met het bijschenken van water, zijn hand die even vluchtig mijn rug raakte als hij ging verzitten. Het voelde zo natuurlijk, zo echt, dat ik mezelf erop betrapte dat ik vergat dat het voor een avond was. Iedereen aan tafel geloofde het. Sophia van der Linden, die normaal gesproken door elke façade heen prikte, keek ons glimlachend aan. Ik dacht zelfs een beetje jaloezie in haar ogen te zien.
Toen het onvermijdelijke moment kwam dat professor Ruben Hoekstra, met zijn eeuwige focus op feiten, naar Riks werk vroeg, hield ik even mijn adem in. Maar Rik vertrok geen spier. Met een ontspannen glimlach, alsof hij een geheim deelde dat net niet verteld mocht worden, begon hij te praten.
“Ik kan er helaas niet al te veel over zeggen, dat zullen jullie wel begrijpen. Ik werk in de grijze gebieden van risico en kapitaal,” zei hij. “Ik werk bij een consultancybureau en mijn werk draait om het zien van patronen die anderen missen, net zoals Elena dat doet met haar algoritmes. We spreken dezelfde taal, al zijn onze dialecten verschillend.” Ik keek naar hem en zag een man die intellectueel overwicht had. Onbewust staarde ik naar hem, een golf van bewondering spoelde door me heen. Hij beschermde me, hij verhief me.
“Nou,” zei Anna Hoekstra, die haar servet neerlegde, “wat jullie ook doen, het werkt. De chemie tussen jullie is… elektrisch. Het spat ervan af.” Ik voelde het bloed naar mijn wangen stijgen, een hitte die niets te maken had met de wijn. Verlegen keek ik naar Rik. Die reageerde direct. Hij lachte zachtjes en sloeg zijn arm speels maar stevig om mijn schouder. Hij trok me iets tegen zich aan. Mijn lichaam reageerde instinctief. Ik leunde in zijn stevigheid, mijn zij tegen zijn torso gedrukt. Het was een simpel gebaar voor de buitenwereld, maar voor mij voelde het als een explosie. Zijn geur vulde mijn neus. De aanraking was bezitterig op een manier die me niet kleineerde, maar juist begeerd liet voelen.
Na de espresso en de laatste handdrukken liepen we, in een klein gezelschap, naar buiten. De koude Rotterdamse nachtlucht in. Erik Jansen en zijn vrouw Laura sloegen net als ons linksaf richting de Maasboulevard.
“Wij lopen tot het einde van de Boompjes,” zei Erik Jansen. “We logeren in Lumière.” Mijn hart sloeg een slag over en ik verstijfde in mijn mantel. Dit was niet het script. Het plan was dat Rik hier afscheid zou nemen, in een taxi zou stappen en zou verdwijnen als de illusie die hij was. Nu afscheid nemen was geen optie. Als we samen naar Lumière gingen, moesten we doorgaan tot in de lift, tot aan de deur van mijn kamer. De paniek greep me naar de keel; ik was niet voorbereid en de afspraak was duidelijk geweest.
Maar Rik nam, zoals de hele avond al, moeiteloos de regie over. “Wat toevallig, wij ook,” zei hij met een joviale, amicale toon die geen spoortje twijfel toeliet. “Gezellig. Laten we samen oplopen.”
Hij pakte mijn hand, zijn vingers verstrengelden zich met de mijne. Zijn duim streek rustgevend over mijn knokkels, een stil signaal: Ik heb dit. We liepen met de Jansens naar het hotel, praatten over de architectuur, over de kou en het klimaatverschil met Curaçao, maar ik was me alleen bewust van zijn hand, zijn tred die zich aanpaste aan de mijne.
In de lobby namen we afscheid bij de liften. Erik en Laura zaten op de vierde etage. Toen de liftdeuren zich sloten en Erik en Laura ons zwaaiend achterlieten op de vierde, waren we alleen. De stilte in de kleine, stijgende cabine was oorverdovend. De lucht leek dikker te worden, geladen met de energie van de avond en de onverwachte wending. Ik keek naar de oplichtende nummers, mijn hart bonzend in mijn keel. 20… 21… 22.
De deuren gleden open op mijn etage. We liepen over de zachte loper naar mijn suite. Ik opende de deur met mijn pasje, mijn handen trilden licht. Binnen was het stil, de stadslichten van Rotterdam fonkelden door de kamerhoge ramen als verre sterren. Ik draaide me om. Rik stond in de gang, zijn houding nog steeds die van de perfecte partner, maar zijn ogen leken te wachtten op een commando, een afsluiting.
“Rik,” begon ik, mijn stem klonk schor in de stille kamer. “Het was… je was geweldig. Echt. Ik had dit niet zonder je gekund.” Hij knikte, een professionele maar ontwapenende glimlach.
“Graag gedaan, Elena. Het was een plezier. Dank je wel voor de fijne avond.”
Hij maakte aanstalten om zich om te draaien, om weg te gaan, terug naar zijn eigen leven. Een plotselinge, irrationele angst overviel me. Ik wilde niet dat hij ging. Ik wilde niet dat de bescherming die ik zo heftig voelde nu stopte. Ik wilde die opwinding die ik tijdens het diner had gevoeld niet laten uitdoven in een eenzaam bed.
“Wacht,” zei ik, te snel. Hij stopte en keek me vragend aan. Ik haalde diep adem, mijn handen klemden zich samen voor mijn buik. Ik, de vrouw die miljoenendeals sloot zonder met haar ogen te knipperen, stond te trillen op mijn benen. “Zou je… is het mogelijk dat je nog even blijft?” De woorden kwamen er hakkelend uit. Ik zag zijn wenkbrauw heel lichtjes omhoog gaan, niet oordelend, maar luisterend. “Ik wil nog wat drinken. Met jou. En…” Ik slikte, mijn keel voelde als schuurpapier. Hoe vroeg je in hemelsnaam zoiets? Hoe zette je de stap van zakelijke simulatie naar fysieke realiteit zonder jezelf volledig te verliezen in schaamte? “Ik… ik voel me… ik wil niet dat het stopt. De… het gevoel van vanavond.” Ik keek naar de grond, mijn wangen brandden. “Kan het… is het mogelijk dat we… dat we… intiem worden?”
Het woord hing in de lucht, naakt en kwetsbaar. Ik durfde hem niet aan te kijken, bang voor een afwijzing, bang dat ik de professionele grens op een vernederende manier had overschreden.
“Elena,” zei hij. Zijn stem was zacht, zonder enige spot. Ik keek op. Hij stond daar, groot en rustig. Hij begreep het. Hij zag mijn gene, mijn verlangen, mijn eenzaamheid, en hij veroordeelde niets.
“Je vraagt of ik mijn rol wil uitbreiden,” zei hij helder, feitelijk maar met een ondertoon die me geruststelde. “Je wilt dat ik blijf voor de nacht, voor intimiteit. Voor seks.” Het horen van die woorden uit zijn mond, zo direct en zonder omwegen, was als een bevrijding. De spanning in mijn schouders zakte weg.
“Ja,” fluisterde ik. “Dat is wat ik vraag.” Hij deed een stap naar me toe, verkleinde de afstand, maar raakte me nog niet aan.
“Dat is akkoord, Elena. Ik blijf graag bij je. Maar ik moet dit wel even officieel melden bij het bureau. Dat zijn de regels. Ik verleng met drie uur, het tarief is in dit geval gelijk. Is dat goed?” Ik haalde diep, trillend adem, een golf van opluchting en hernieuwde opwinding spoelde door me heen. Hij bleef. Deze fijne man bleef bij mij.
“Natuurlijk,” zei ik, mijn stem iets vaster nu. “Zal ik… zal ik wat te drinken inschenken?”
“Graag,” zei hij, en zijn ogen gleden even over mijn lichaam, een blik die nu minder zakelijk was en meer belovend. “Doe maar een whiskey, als je die hebt.”
Terwijl ik naar de minibar liep en het kristalgeluid van de glazen de stilte brak, hoorde ik achter me het zachte tikken op een telefoonscherm. Rik stuurde het bericht naar Diamonds&Him. De transactie werd uitgebreid, de grens werd verlegd. Mijn handen trilden terwijl ik de amberkleurige vloeistof in de glazen goot. De nacht was niet langer een leegte die ik moest vullen met werk of slaap; het was een belofte geworden, en de man die die belofte ging inlossen stond slechts enkele meters bij me vandaan.
“Alsjeblieft,” zei ik, terwijl ik hem het zware kristallen glas aanreikte. Mijn vingers raakten de zijne even aan, een kort moment van elektrische ontlading dat door mijn arm schoot en na-ebde in mijn borstkas. Hij nam het glas aan, zijn ogen nog steeds op de mijne gericht, intens en kalm, alsof hij elk detail van mijn gezicht in zich opnam.
“Proost,” zei hij zacht, en we klonken. Het heldere getinkel van het glas weerklonk door de stille kamer. Hij nam een slok, zijn blik gleed over de rand van het glas naar mij. Hoewel ik nog volledig gekleed was in mijn strakke avondjurk voelde ik me naakt onder zijn blik. Het was geen beoordelende blik, maar een waarderende, een die me zag.
“Je ziet er prachtig uit vanavond,” zei hij. “Niet alleen als zakenvrouw, maar als vrouw. Je hebt het echt fantastisch gedaan. Ik heb veel van je geleerd.” De woorden raakten me dieper dan ik wilde toegeven. Het was lang geleden dat iemand me zo had aangesproken, niet als de CEO met de $500 miljoen omzet, maar als Elena. Ik voelde een blos op mijn wangen.
Ik leidde hem naar de grote sofa bij het raam, waar het licht van de stad als een fonkelend tapijt aan onze voeten lag. We gingen zitten, niet te dichtbij, maar de spanning tussen ons vulde de ruimte. We dronken zwijgend, de stilte gevuld met de belofte van wat komen ging. Mijn hartslag bonkte zachtjes in mijn keel. Toen zette hij zijn glas neer en draaide zich naar me toe. De beweging was rustig, beheerst.
“Kom hier,” zei hij zacht. Ik zette mijn glas ook weg en schoof dichterbij, mijn jurk ritselde zachtjes over de bekleding. Zijn hand vond mijn gezicht, zijn duim streelde mijn wang. Zijn aanraking was zacht, bijna teder, en ik sloot mijn ogen, genietend van het gevoel, van zijn huid tegen de mijne. Hij boog zich voorover en kuste me. Eerst zacht, verkennend, als een vraag. Maar al snel werd de kus dieper, intenser. Ik voelde zijn tong tegen de mijne, zijn lippen die de mijne opeisten. Een golf van opwinding spoelde door me heen, mijn handen vonden hun weg naar zijn schouders, zijn nek. Ik voelde de kracht in zijn spieren, de warmte van zijn huid door zijn overhemd heen.
Hij trok zich even terug, zijn handen nog steeds op mijn bovenarmen, en keek me aan met die doordringende, kalme blik die dwars door mijn zorgvuldig opgebouwde lagen heen leek te kijken. De lichten van Rotterdam weerspiegelden in zijn ogen, maar zijn focus was volledig op mij.
“Weet je zeker dat je dit wilt?” vroeg hij, zijn stem zacht maar serieus. Hij bood me een uitweg, een kans om de controle terug te pakken en de CEO weer aan te zetten.
“Ja,” fluisterde ik. Het antwoord was eerlijk, maar terwijl het woord mijn lippen verliet, voelde ik plotseling hoe zwaar mijn eigen lichaam eigenlijk aanvoelde. De adrenaline van het diner en de onderhandelingen ebde weg en liet een gapende vermoeidheid achter. De eenzaamheid van de afgelopen jaren, die ik altijd had weggedrukt met targets en strategische plannen, kwam in een keer als een vloedgolf omhoog. Ik wilde hem, ja, maar ik had meer nodig dan alleen zijn lichaam. Ik had een anker nodig. Mijn stem trilde toen ik verder sprak, klein en kwetsbaar.
“Maar… wil je me eerst vasthouden? Gewoon… heel stevig?” Rik aarzelde geen seconde. Hij zette zijn glas op de grond en trok me naar zich toe, niet met de beleefde afstand van tijdens het diner, maar met een totale, omhullende kracht. Ik liet me tegen hem aan vallen, mijn gezicht begraven in de holte van zijn nek. Zijn armen sloten zich om mijn rug, strak en onwrikbaar, als een beschermende muur die de wereld buiten hield. Op het moment dat ik zijn stevigheid voelde, brak er iets in mij. Het was geen verdriet, het was pure decompressie. De tranen kwamen zonder waarschuwing en vloeiden in de stof van zijn overhemd. Ik voelde me trillen, niet van kou, maar van het loslaten van de spanning die ik al zo lang droeg. De verantwoordelijkheid voor vijftienhonderd werknemers, de druk van de investeerders, de constante noodzaak om sterk te zijn… in zijn armen mocht ik het allemaal even neerleggen. Hij zei niets, probeerde het niet te sussen of op te lossen. Hij hield me alleen maar vast, zijn hand wreef traag en ritmisch over mijn rug, een stille bevestiging dat ik mocht zijn wie ik nu was: niet dr. de Vries, maar gewoon Elena. Ik snoof zijn geur op, die mix van whiskey, dure stof en warme huid, en voelde hoe mijn hartslag langzaam synchroniseerde met de rustige slag die ik tegen mijn wang voelde kloppen. Ik voelde me veilig.
Na een tijdje, ik wist niet hoe lang, droogden de tranen op en maakte de zware emotie plaats voor een lichte helderheid. Ik haalde diep adem en trok me heel iets terug om hem aan te kijken. Zijn ogen waren zacht, zonder oordeel. Ik voelde hoe zijn duim een verdwaalde traan van mijn wang wegveegde.
“Beter?” vroeg hij zacht. Ik knikte, en een nieuwe sensatie nam het over. De behoefte aan troost veranderde in een diepe, hunkerende behoefte om die nabijheid te verzegelen, om die veiligheid fysiek te maken. Ik besloot dat ik nu wilde nemen wat ik nodig had. Ik wilde niet meer praten. Ik wilde voelen. Ik reikte naar hem, mijn vingers vonden de knopen van zijn overhemd. Dit was geen zakelijke transactie meer; dit was noodzaak. Hij begreep het. Hij kuste me opnieuw, en zijn handen begonnen mijn lichaam te verkennen. Hij streek over mijn armen, mijn rug, mijn heupen, en ik voelde hoe mijn jurk langzaam omhoog kroop onder zijn handen. Hij hielp me uit mijn jurk, zijn bewegingen rustig en beheerst, alsof hij alle tijd van de wereld had om mij te aanbidden. Ik voelde de koele lucht van de airconditioning op mijn huid, maar zijn handen en lippen hielden me warm, een beschermend schild tegen de kou.
We zakten terug op de sofa, onze lichamen verstrengeld in het halfduister. Het licht van de stad scheen op ons. Ik voelde zijn hardheid tegen mijn dij. Hij kuste mijn hals, mijn borsten. Ik kreunde zachtjes, mijn lichaam reageerde instinctief op elke aanraking, mijn heupen zochten de zijne.
Hij pakte een condoom, zijn bewegingen routineus maar respectvol, een korte pauze die de spanning alleen maar deed stijgen. Toen hij terugkwam en boven me hing, keek hij me nog één keer aan, alsof hij zeker wilde weten dat ik er nog steeds was, in dit moment. Toen hij in me gleed, voelde ik een zachte druk, een oprekking die langzaam overging in een overweldigende volheid. Zijn hardheid vulde me, en mijn lichaam spande zich even, om zich vervolgens met een zucht van acceptatie om hem heen te sluiten. Het verspreidde zich diep vanbinnen, een gloed die de laatste restjes spanning deed wegsmelten. Elke beweging dieper bracht een golf van nieuwe sensatie teweeg, mijn heupen bewogen instinctief mee, mijn ademhaling versnelde tot kleine, snakkende geluiden.
Met elke diepe stoot voelde ik hem mijn binnenste vullen, een ritmisch duwen dat mijn hele lijf deed meetrillen. Zijn buik schuurde langs de mijne, een hete wrijving die de sensatie in mijn kruis deed exploderen. Zijn schaambeen drukte precies daar waar ik het het meest wilde voelen, mijn klitje zwol en pulseerde onder de constante, heerlijke druk. Mijn adem ging in schokkerige hijgen, mijn rug boog in een boog om hem nog dieper te ontvangen, mijn benen klemden zich om zijn middel, smekend om meer.
Hij keek me aan, zijn ogen vol passie en tederheid. Hij fluisterde lieve, onverstaanbare woordjes in mijn oor, moedigde me aan, liet me weten dat hij er voor me was. Ik voelde me gezien, gehoord, begrepen. Dit was meer dan alleen seks, dit was de connectie waar ik zo wanhopig naar had verlangd, een moment van pure intimiteit waarin ik niets hoefde te presteren, alleen maar hoefde te ontvangen.
De druk bouwde zich op tot een ondraaglijk niveau, mijn lichaam spande zich, een trilling begon diep vanbinnen en verspreidde zich als een aardbeving. Een langgerekte, oncontroleerbare kreun ontsnapte aan mijn lippen, mijn adem stokte in mijn keel. Ik voelde mezelf loskomen, stijgen, een explosie van puur, allesverzengend genot dat me wegvoerde naar die fijne nevelachtige ruimte, waar de temperatuur perfect was en mijn lichaam alleen nog bestond uit pulserende, zalige contracties. Ik was nergens en overal tegelijk, opgelost in de sensatie.
Toen ik weer tot mezelf kwam, lag ik in zijn armen, mijn hoofd op zijn gespierde borst, mijn benen nog steeds verstrengeld met de zijne. Ik voelde zijn hartslag, rustig en regelmatig en de mijne die langzaam kalmeerde in datzelfde ritme. Hij streelde mijn haar met lange, rustgevende halen en drukte een zachte kus op mijn voorhoofd.
“Je bent prachtig,” fluisterde hij, zijn stem hees en doordrongen van een empathie die niets met beleefdheid te maken had. “Zo open… zo puur. Ik vind het zo bijzonder om je zo te zien.”
Ik glimlachte tegen zijn huid, en een brok schoot in mijn keel, niet van verdriet, maar van een overweldigende dankbaarheid. Zijn woorden raakten precies die plek die al jaren verwaarloosd was. Hij prees me niet om wat ik deed, maar om wie ik was op mijn meest kwetsbare moment. Ik voelde me voldaan en geliefd op een manier die ik lang niet had gekend. Dit was precies wat ik nodig had. Een moment van pure overgave, van verbinding, van even niet de sterkste hoeven zijn. Al was het maar voor even, al was het een illusie gekocht met geld. Op dit moment, in deze kamer hoog boven de stad, voelde het echt, en dat was alles wat telde.
(dit verhaal was een verzoekje)
Mooi en voelbaar spannend
Wat een prachtig verhaal. Mooi geschreven en perfect beschreven als het gaat om de twijfel en onzekerheid van Elena die je prachtig subtiel uitlicht. Heerlijk gewoon.
A.
Dank je wel!
Dank je wel! De verzoeker had een mooi onderwerp om een keer over te schrijven.
5 sterren hoor mooi geschreven echt waar lijkt wel een beetje op roman .
Groet Pieter .
Hé speelse zeventiger. Ik vind dat je een mooi geile lul hebt. Zietver goed uit.