De stem van dominee Visser galmde door de hoge gewelven van de kerk. De geur van oud hout, pepermunt en het sterke parfum van de tantes op de voorste rijen hing als een warme deken in de lucht. Ik zat kaarsrecht op de houten stoel voor de preekstoel. Naast me zat Ruben. Vandaag was de dag waar we zo lang naartoe hadden geleefd. De dag waarop we voor het aangezicht van de hele gemeente Gods zegen vroegen over ons verbond.
De dominee begon voor te lezen uit het huwelijksformulier, de eeuwenoude en vaste tekst die in onze gemeente bij elke trouwbevestiging klonk. Het was een plechtige herinnering aan de plichten die ons te wachten stonden. Hij sprak de zware en vertrouwde woorden uit over de goddelijke instelling van het huwelijk. Hij sprak over trouw, over het liefhebben en dienen van elkaar zoals Christus de gemeente dient en over de verantwoordelijkheid voor ons toekomstige gezin. De woorden daalden ontzagwekkend neer in de stille kerk.
Ik keek naar Rubens profiel. Naar de strakke kaaklijn boven de boord van zijn witte overhemd. Naar zijn grote en rustige handen die losjes op zijn knieën rustten. Een lichte trilling trok door mijn onderbuik toen ik besefte dat die handen vannacht van mij zouden zijn. Jarenlang had de kerk ons geleerd om ons lichaam te negeren, om vleselijke begeerte te bedwingen en rein te blijven. Vandaag, op deze ene dag, zou er een magische grens worden overgestoken. Ik had een haast kinderlijk beeld in mijn hoofd gecreëerd van wat komen ging. Een beeld vol volmaakte en heilige overgave, alsof het uitspreken van het jawoord vanzelf een poort opende naar ongeremde en pijnloze passie.
“Willen jullie nu richting elkaar je belofte uitspreken en elkaar daarbij de rechterhand geven?” klonk de stem van de dominee luid door de kerk.
Ruben stak zijn hand uit. Ik legde de mijne erin. Zijn handpalm was warm en een beetje klam van de zenuwen. Mijn vingers trilden in de zijne. De aanraking voelde elektrisch, wetende dat de hele gemeente naar ons keek. Ruben keek me diep in de ogen. Ik voelde dat ik schaapachtig naar hem lachte.
Met een stem die diep en ontroerd door de microfoon klonk, sprak hij zijn gelofte uit. Ik luisterde aandachtig naar elk woord dat over zijn lippen kwam. De manier waarop hij mijn naam uitsprak en de absolute zekerheid in zijn stem toen hij beloofde me lief te hebben in voor- en tegenspoed. Het vulde mijn borst met een overweldigende warmte. Dit was de man aan wie ik me volledig zou overgeven.
Toen was het mijn beurt. De spanning in mijn lichaam was plotseling tastbaar. Mijn keel voelde gortdroog. Mijn hart bonkte zo hard dat ik bang was dat de microfoon het op zou pikken. Ik kneep iets harder in zijn hand en keek hem recht in zijn donkere ogen. Ik beloofde hem mijn trouw. Mijn stem brak halverwege een klein beetje, maar ik herpakte me.
De dominee knikte en vroeg mijn neefje de ringen aan te dragen. Vrolijk kwam hij van zijn stoel af en huppelde naar ons toe. Ruben pakte het doosje aan. Ik zag hoe hij het met trillende handen opmaakte. Ruben schoof de smalle gouden band om mijn vinger. Toen we klaar waren glimlachte de dominee mild.
“Jullie mogen elkaar nu de kus geven als teken van verbondenheid.”
Er ging een golf van verwachting door de kerk. Ruben leunde naar voren. Ik sloot mijn ogen. Onze lippen raakten elkaar, maar het was uiterst onwennig. Onze neuzen botsten zachtjes en we wisten allebei niet goed hoe we ons hoofd moesten houden. Het was een snelle en droge aanraking, getekend door onervarenheid en de overweldigende wetenschap dat honderden ogen in onze rug prikten. Op het moment dat we loslieten, steeg er een luid en massaal geklap op uit de kerk. Het was een zeldzame ontlading van de spanning en blijdschap van de hele gemeente. We lachten verlegen naar elkaar. We knielden op het zachte kussen voor de zegen en ik voelde me voor het eerst werkelijk verbonden met de man naast me.
De uren die volgden leken in een waas voorbij te trekken. De receptie in het zalencentrum naast de kerk verliep exact volgens de ongeschreven regels van onze gemeenschap. Het was een eindeloze zee van handen schudden, het zachte getik van gebaksvorkjes op schoteltjes en bescheiden felicitaties van ooms en tantes. Zoals gebruikelijk was er geen luide muziek en er werd niet uitbundig gedanst. De sfeer was gedragen en vreugdevol. De band van de kerk speelde wat lossere nummers dan ze tijdens de plechtigheid hadden gedaan.
Tussen al die stijve beleefdheden door was ik me echter maar van één ding echt bewust. De man naast me. Ruben stond al die tijd rotsvast aan mijn zijde. Terwijl we vriendelijk knikten naar weer een rij wachtende gasten, zocht hij onopvallend contact. Soms streek zijn hand vluchtig over de stugge stof van mijn jurk op mijn onderrug. Soms schuurde zijn schouder net iets te lang tegen de mijne. Elke keer dat hij dat deed, stokte mijn adem heel even en trok er een warme rilling door mijn buik. Dit stiekeme fysieke contact vormde een schril contrast met de formele omgeving van de kerkzaal. Het was onwennig, maar ook een stille en zenuwslopende belofte voor de nacht die komen ging. Dit was mijn man.
De massieve kamerdeur van de bruidssuite viel met een zachte klik in het slot. De stilte die ons plotseling omringde was oorverdovend. Ik was nog nooit in een hotel geweest en keek mijn ogen uit. De voor mij enorme luxe van de hotelkamer overviel me. Het contrast met het constante geroezemoes van de feestzaal was immens. We stonden midden in de kamer, omringd door koffers en tassen vol met cadeautjes.
“Wat een dag,” zuchtte Ruben. Hij wreef met beide handen over zijn vermoeide gezicht.
“Ja,” zei ik zacht. “Het was fijn, maar ik ben zo ontzettend moe.”
We gingen op de bedrand zitten en praatten na over het uitgebreide diner. We lachten om de toespraak van zijn oom Kees. Hij had Ruben zijn jeugd op een treffende wijze beschreven. De hele zaal had dubbel gelegen van het lachen. Ons gesprek was een veilige vlucht in oppervlakkigheden. De olifant in de kamer was het gigantische en smetteloos opgemaakte tweepersoonsbed waar we, voorzichtig en op afstand van elkaar, op zaten.
“Zal ik je helpen met je jurk?” vroeg hij aarzelend.
Ik knikte, stond op en draaide me met mijn rug naar hem toe. Ik voelde hoe hij dicht achter me kwam staan. De afstand tussen ons verdween bijna helemaal. Zijn adem beroerde de haartjes in mijn nek, wat een onmiddellijke stroom van kippenvel over mijn armen joeg. Zijn grote en onhandige vingers zochten naar het kleine ritsje bovenaan mijn rug. Ik voelde dat hij trilde. Het duurde lang voordat hij grip kreeg op de stugge stof.
Toen de rits eindelijk met een haperend geluid naar beneden gleed, stopte hij niet halverwege. Hij trok de sluiting uiterst langzaam open, helemaal tot aan de onderkant van mijn rug. De strakke spanning van het keurslijf viel weg. De koele lucht van de hotelkamer stroomde over mijn blote huid, maar werd vrijwel onmiddellijk verdreven door de hitte die van zijn grote lichaam afstraalde.
Zijn knokkels gleden per ongeluk over de onbedekte huid van mijn ruggengraat. Een onverwachte en warme siddering schoot door mijn lijf en trok verrassend diep door naar mijn onderbuik. Nog nooit in mijn leven was ik zo ontbloot in de nabijheid van een man. De stugge bruidsjurk zakte een klein stukje over mijn schouders omlaag. Ik voelde hoe zijn warme handen weifelend tot rust kwamen op de stof, precies op de rand van mijn blote heupen.
Mijn ademhaling stokte. Voor een paar seconden stond de tijd in de hotelkamer volkomen stil. Er ontwaakte een volstrekt onbekende en tintelende hitte in mijn bekken. Een verborgen deel van mij wilde naar achteren leunen, de zachte en stevige aanraking van zijn handen opzoeken en me simpelweg overgeven aan dit overweldigende gevoel. De spanning tussen ons was plotseling zo tastbaar dat het me bijna duizelig maakte.
Maar de jarenlange waarschuwingen om het lichaam te bedekken en de pure uitputting van deze eindeloze dag vochten onverbiddelijk tegen deze nieuwe en beangstigende sensatie. Mijn hart klopte als een bezetene in mijn keel. De stap was nog te groot.
“Dank je, ik ga me even omkleden,” fluisterde ik ademloos.
Ik trok de stof van de jurk gehaast weer omhoog, klemde deze stevig tegen mijn borst en vluchtte bijna naar de badkamer. Ik sloot de deur achter me en vermeed de grote spiegel. Ik wilde de torenhoge verwachtingen van de eerste huwelijksnacht, en de verwarrende gloed in mijn eigen wangen, niet onder ogen zien.
Ik hing de jurk aan de hanger die al klaar lag en met snelle, routineuze bewegingen waste ik mijn gezicht en poetste ik mijn tanden. Ik trok mijn hooggesloten en zachtroze katoenen pyjama aan die ik speciaal had gekocht. Moeder was naar de winkel mee geweest en had het uitgekozen. Het was een kledingstuk dat me een vreemd soort veiligheid bood en mijn lichaam volledig bedekte.
Toen ik terugkwam in de kamer, had Ruben zich ook omgekleed. Hij droeg een simpele, donkerblauwe pyjamabroek en een T-shirt. Hij leek net zo opgelucht als ik dat we de onuitgesproken afspraak gemaakt leken te hebben om de verwachte intimiteit vanavond te laten rusten. We kropen het grote bed in. De afstand tussen ons was minstens een halve meter. Ik trok het dikke dekbed strak tot onder mijn kin. Normaal gesproken zou ik nu nog een stukje uit de Bijbel lezen, maar ik had geen idee wat ik nu moest doen. Was dat niet de taak van de man?
Ruben draaide zijn hoofd naar me toe. Zijn ogen stonden donker en vermoeid in het schaarse licht van de bedlampjes.
“Slaap lekker, mijn vrouw,” was het enige wat hij zei. Zijn stem was schor.
Een warme, onwillekeurige glimlach brak door op mijn gezicht. Mijn vrouw. Alleen al de klank van die twee woorden stuurde een zwerm onrustige vlinders door mijn onderbuik. Hij leunde naar voren en ik voelde hoe zijn lichaam het matras deed bewegen. Hij drukte een zachte kus op mijn lippen. Zachter dan die eerste kus bij het altaar. Mijn adem stokte, net zoals het de rest van de dag had gedaan. Vandaag had hij me vaker aangeraakt en gezoend. Soms was het een vluchtige aanraking tijdens de receptie, of een kus die we bijna op commando hadden gegeven terwijl tientallen gasten verwachtingsvol naar ons keken. Elke aanraking was fijn geweest. Het was een tastbare bevestiging dat we nu echt bij elkaar hoorden en dat ik van hem was. Toch was dat onwennige, stijve gevoel geen moment weggeweest.
Ook nu, hier in de veilige beslotenheid van onze hotelkamer, voelde ik diezelfde houterigheid. Zijn lippen rustten warm op de mijne en onmiddellijk begon het in mijn hoofd te tollen. Wat werd er nu van me verwacht? Moest ik lijdzaam wachten tot hij verder initiatief nam? Wilde hij dat ik mijn mond een stukje opende, of hoorde ik nu mijn armen om zijn schouders te slaan? En als ik zelf iets moest doen, wat was dan in vredesnaam de bedoeling? De theorie uit de spaarzame en uiterst verhulde gesprekken met mijn moeder bood geen enkele houvast voor de naakte realiteit van dit moment. Duizenden vragen en tegenstrijdige emoties schoten door mijn hoofd. De zenuwen gierden door mijn keel en verlamden me. Ik hield mijn lippen stijf op elkaar, bevroren door pure onzekerheid over mijn eigen lichaam.
Gelukkig leek hij mijn innerlijke worsteling niet op te merken. Misschien was hij zelf net zo bevangen door de indrukken van de dag, of wist hij simpelweg ook niet hoe hij verder moest. Hij trok zich langzaam terug en de ruimte tussen ons vulde zich weer met de koele lucht van de slaapkamer.
“Slaap lekker, mijn man,” fluisterde ik ademloos terug.
De woorden voelden nog onwerkelijk en buitenaards. Het duizelde me even. Ik was een getrouwde vrouw nu, maar onder deze enorme hotellakens voelde ik me vooral een onwetend meisje dat werd overweldigd door een wereld die net te groot voor haar was. Maar het was goed zo. We hadden een heel leven om dit samen te ontdekken.
We draaiden ons allebei op onze eigen helft van het bed. Binnen enkele minuten hoorde ik zijn ademhaling diep en regelmatig worden. Ik sloot mijn ogen en liet me langzaam meevoeren door de diepe en genadige slaap.
Vervolg komt zeker, maar ik snap dat de placing niet voor iedereen is.
Ik hou er wel van dat een verhaal een opbouw heeft, maar dit mag voor mij een beetje sneller gaan.
Hopelijk komen nog vele geile en hete vervolgjes.