De wekker ging af toen het buiten nog grijs en stil was. De mist hing als een zware deken over de velden rondom Lindenvoorde en dempte elk geluid. Sanne was, zoals altijd, als eerste uit bed. Ze trok haar dikke wollen sokken aan en een grofgebreide trui die naar houtvuur rook. Vandaag was een werkdag. De herfst had zijn intrede gedaan en de boomgaard vroeg om aandacht voordat de winter echt zou toeslaan.
Toen Lotte een kwartier later beneden kwam, stond de koffie al te pruttelen en had Sanne twee stevige boterhammen gesmeerd.
“Klaar voor?” vroeg Sanne, terwijl ze Lotte een dampende mok aanreikte. Lotte gapte en kroop even tegen Sanne aan, haar neus begravend in de wol van Sanne’s trui.
“Alleen als jij de zware takken tilt,” mompelde ze.
Sanne kuste de bovenkant van haar hoofd.
“Deal.”
Buiten was de lucht fris. Het gras was nat van de dauw en hun laarzen lieten donkere sporen achter in het groen. Ze liepen naar de achterste rij pruimenbomen. De oogst was voorbij, maar nu moest er gesnoeid en geruimd worden. Dode takken weghalen, de grond vrijmaken van gevallen blad en rottend fruit om ziektes te voorkomen.
Het was zwaar, fysiek werk. Sanne stond op de ladder met de snoeischaar, haar bewegingen efficiënt en krachtig. Terwijl ze werkte, dwaalden haar gedachten soms af naar Lotte. Ze zag haar beneden zwoegen, haar handen in de aarde, zo ver verwijderd van het leven dat ze in Amsterdam had. Soms bekroop Sanne de angst dat dit leven, de modder, de kou, het harde werken, Lotte uiteindelijk zou gaan tegenstaan. Dat ze op een dag wakker zou worden en zou verlangen naar schone nagels en galeriewijn. Ze schudde de gedachte weg en zette de schaar in een nieuwe tak.
Lotte werkte op de grond, sleepte de takken naar de vuurplaats en harkte de bladeren bijeen. Haar rug protesteerde zachtjes, maar het voelde als een goede pijn. In Amsterdam was ze altijd moe van prikkels, van geluid, van moeten. Hier was ze moe van doen. Het voelde eerlijker. Ze keek omhoog naar Sanne, die als een kapitein op haar schip bovenin de boom stond, en voelde een golf van dankbaarheid dat ze hier mocht zijn.
Er werd niet veel gepraat, het ritme van het werk vulde de stilte. Het knappen van hout, het ritselen van de bladeren, het hijgen van inspanning. Af en toe keek Sanne omlaag en zag ze Lotte zwoegen met een grote tak, haar wangen rood van de kou en de inspanning. Het vervulde haar met een diepe, rustige trots. Dit was hun land, hun leven.
Rond het middaguur brak de zon waterig door de mist heen. Ze lieten het gereedschap vallen en liepen naar het verweerde houten bankje dat tegen de gevel van het huis stond, uit de wind. Sanne liep het huis in en kwam wat later terug met een pan dampende soep die ze de avond daarvoor had gemaakt.
Terwijl ze zaten te eten, zagen ze hoe hun twee poezen, Kitty en Muis, door het hoge gras van de boomgaard tijgerden. Kitty sprong plotseling op, jagend op een dwarrelend herfstblad, en buitelde over haar eigen poten. Lotte schoot in de lach, een helder geluid in de stille middag. Ze leunde tegen Sanne aan, haar hand zocht Sanne’s knie en kneep er even in.
“Kijk ze nou,” zei Lotte. “Ze hebben geen idee hoe hard wij werken.”
Sanne sloeg een arm om Lotte heen en trok haar dichterbij.
“Jij werkt hard. Ik zag je wel sjouwen met die takken.”
Lotte draaide haar gezicht naar Sanne toe en drukte een kus op haar kaaklijn.
“Ik vind het fijn. Mijn hoofd wordt er rustig van. En ik krijg ideeën voor mijn nieuwe boek.”
“Vertel?”
“Ik zie de texturen,” zei Lotte dromerig, terwijl haar vingers speelden met de rafels aan de mouw van Sanne’s werkjas. “De bast van de bomen, het mos, de manier waarop de mist het licht breekt. Ik wil proberen dat te vangen met houtskool in plaats van aquarel. Iets ruwers.”
Sanne keek haar onderzoekend aan.
“Houtskool? Dat is wel heel anders dan je vorige werk. Minder… lieflijk.”
“Precies,” zei Lotte beslist. “Het leven hier is ook niet alleen maar lieflijk. Het is aards, het is echt. Ik wil dat mensen de nerven kunnen voelen als ze naar de tekening kijken. Denk je dat het dorp dat snapt?” Sanne dacht even na en glimlachte toen.
“Als jij het tekent, snappen ze het. Omdat jij niet alleen de buitenkant tekent, maar hoe het voelt.”
Het gesprek viel stil. Ze zaten een tijdje gewoon zo, soeplepels in de hand, luisterend naar de wind in de bomen en het verre geloei van koeien. Het was een moment van pure, ongecompliceerde dankbaarheid. Gewoon hier zijn, met elkaar, was genoeg.
De middag vorderde en de temperatuur zakte snel zodra de zon achter de bomenrij verdween. Sanne leunde even op de bovenste trede van de ladder en veegde met haar mouw het zweet van haar voorhoofd. Vanuit haar ooghoek keek ze naar beneden, waar Lotte worstelde met een weerbarstige tak die in het hoge gras was blijven haken. Ze zette zich schrap, haar laarzen diep in de modder, en trok met een kracht die Sanne drie jaar geleden nooit achter haar had gezocht.
“Als je vrienden uit De Pijp je nu zouden zien,” riep Sanne met een plagerige grijns naar beneden. “Die zouden denken dat je ontvoerd bent door een boswachter.”
Lotte liet de tak los op de stapel brandhout en keek hijgend omhoog. Er zat een veeg aarde op haar kin en haar blonde haar piekte onder haar muts vandaan. Ze lachte, een geluid dat dieper en vrijer klonk dan in de stad.
“Laat ze maar denken,” riep ze terug. Ze wreef haar handen schoon aan haar broek. “Weet je nog die eerste keer dat ik hier kwam? Ik was bang dat ik mijn nagels zou breken aan de deurklink.”
“En nu sta je te slepen alsof je hier geboren bent,” zei Sanne zacht, meer tegen zichzelf dan tegen Lotte.
Ze daalde een paar treden af zodat ze elkaar beter konden zien. Sanne bekeek haar vriendin: de stadse illustrator met haar schetsboeken en lattes was verdwenen. In plaats daarvan stond er een vrouw die wist hoe de wind voelde, die niet bang was voor vieze handen en die opbloeide in de buitenlucht. Het maakte haar in Sanne’s ogen nog aantrekkelijker.
“Mis je het?” vroeg Sanne, haar stem net iets te nonchalant. “De tram, de galerieën, de drukte?” Lotte schudde haar hoofd en keek om zich heen, naar de rijen bomen die langzaam hun blad verloren.
“Geen seconde. Daar was ik toeschouwer. Hier…” Ze schopte zachtjes tegen een pol gras. “Hier doe ik mee. Ik voel me hier echter, San. Een soort dorpsmeisje met vertraging.” Sanne voelde een brok in haar keel van pure genegenheid. Ze reikte haar hand naar beneden.
“Kom,” zei ze. Lotte pakte haar hand. Hun vingers, ruw en koud, grepen in elkaar. Ze hielden elkaar net iets langer vast dan nodig was om Lotte over een hoop bladeren heen te helpen. De blik die ze wisselden zei alles wat niet uitgesproken hoefde te worden: jij hoort hier.
“Het staat je goed,” zei Sanne hees. “Heel goed.”
Tegen vier uur waren ze kapot. Hun spieren waren stram, hun handen ruw van het hout en de aarde, en er hing een zweem van koude lucht en zweet om hen heen.
“Mijn rug vindt dit minder leuk,” zuchtte Lotte, terwijl ze haar handen in haar onderrug zette en zich uitrekte. Er klonk een zacht kraakje.
“Ik ook niet meer,” gaf Sanne toe. “Kom, we stoppen ermee. Tijd voor warmte.”
Ze liepen terug naar het huis, hun schouders tegen elkaar aan botsend bij elke stap, zoekend naar steun omdat hun benen zwaar voelden als lood. Hun laarzen zogen zich vast in de modder van het pad.
“Wie het laatst binnen is, moet de kachel aanmaken!” riep Lotte plotseling met een laatste restje energie, en ze probeerde weg te rennen. Sanne greep haar lachend bij haar jas.
“Niks ervan, jij valsspeler. We gaan samen.”
De warmte van de keuken sloeg hen tegemoet zodra Sanne de achterdeur openduwde.
“Oeh, wat is het hier lekker,” rilde Lotte. Ze stond midden in de keuken en probeerde haar jas los te knopen, maar haar vingers waren zo koud en stijf dat ze niet meewerkten.
“Hier, laat mij maar,” zei Sanne. Ze pakte Lottes handen, die ijskoud aanvoelden, en wreef ze stevig tussen haar eigen warme handpalmen. De wrijving zorgde voor een tinteling die door hun beide armen trok. Lotte keek naar Sanne, haar ogen zwaar van vermoeidheid maar donker van iets anders.
“Mijn handen doen zeer van de kou, maar ik gloei vanbinnen,” fluisterde ze. Sanne blies zachtjes in Lottes handen om ze verder op te warmen, haar adem een warm wolkje tegen de koude huid.
“Laten we dat vuur maar eens aanwakkeren,” mompelde Sanne.
Zonder elkaar los te laten strompelden ze de trap op naar de badkamer. Kledingstukken werden met ongeduldige, maar stramme bewegingen uitgetrokken en bleven liggen waar ze vielen. Een spoor van modderige broeken en wollen truien leidde naar het bad op pootjes.
Sanne draaide behendig aan de kranen terwijl Lotte zich over de badolie ontfermde. De geur van rozemarijn en dennen vulde de ruimte, kruidig en prikkelend. Zonder veel omhaal stapten ze het hete water in. Het bad was krap, een noodgedwongen intimiteit die ze allebei zochten. Sanne ging zitten en trok Lotte naar achteren, zodat Lotte met haar rug tegen Sanne’s borst en buik aan leunde, veilig omsloten door Sanne’s benen.
Het water stond hoog en kleurde hun huid onmiddellijk roze van de hitte. Sanne pakte de spons en wreef hem over het stuk zeep.
“Leun maar tegen me aan,” fluisterde ze in Lotte’s oor.
Met bedachtzame bewegingen begon Sanne Lotte te wassen. Ze begon bij haar hals, kneep de spons uit zodat het hete water langs Lotte’s sleutelbenen liep. Sanne masseerde Lotte’s schouders, haar duimen zochten precies de pijnlijke plekjes op waar de takken hun sporen hadden achtergelaten.
“Au… ja, daar,” gromde Lotte zachtjes. “Je hebt magische handen.”
Sanne kuste de natte huid van Lotte’s schouder.
“Speciaal voor jou.”
Langzaam veranderde de energie in de kleine ruimte. Het geklots van het water tegen de gietijzeren rand klonk bijna hypnotiserend. De hitte en de gladheid van de zeep maakten de aanrakingen minder functioneel en meer geladen. Sanne’s handen gleden van Lotte’s schouders naar beneden, over haar natte borsten. Ze zeepte ze in, haar handpalmen cirkelden over de zachte huid, haar vingertoppen plaagden de tepels die reageerden op het contrast tussen de warme hand en de koelere lucht erboven.
Lotte ademde dieper in, haar lichaam ontspande niet alleen, maar opende zich. Ze bewoog haar heupen lichtjes, zoekend naar meer contact met Sanne’s lichaam achter haar. De oude houten vloer kraakte zachtjes onder het gewicht van het bad.
Sanne liet de spons vallen. Haar handen gleden onder water, over Lotte’s buik, naar beneden. Het water maakte elke beweging vloeiend, vertraagd bijna. Toen Sanne’s hand tussen Lotte’s benen gleed, voelde het anders dan in bed. Zachter. Glibberiger.
Lotte spreidde haar benen iets verder, beperkt door de zijkanten van het bad.
“Sanne…” zuchtte ze, en ze greep Sanne’s knieën vast.
Sanne’s vingers verkenden Lotte onder water. De sensatie van het klotsende water, gecombineerd met Sanne’s ritmische beweging, was bedwelmend.
“Kom bij me,” fluisterde Sanne schor. “Draai je om.”
Lotte kwam overeind, het water stroomde van haar af. Met wat onhandig geschuifel draaide ze zich om en liet zich zakken, zodat ze schrijlings op Sanne’s schoot zat. Het water gutste over de rand van het bad en kletterde op de tegels.
“Oeps, waterballet,” grinnikte Lotte nerveus.
“Kan me niet schelen,” zei Sanne, en ze trok Lotte’s heupen stevig tegen zich aan.
Nu zaten ze gezicht naar gezicht, huid op huid, nat en heet. Lotte sloeg haar armen om Sanne’s nek en drukte haar borsten tegen die van Sanne. De tepels schuurden tegen elkaar, een elektrische sensatie.
Sanne legde haar handen op Lotte’s billen. Ze kon Lotte’s opwinding voelen tegen haar eigen onderbuik.
“Kijk me aan,” zei Sanne.
Lotte keek. De blik in Sanne’s ogen was zo intens, zo vol liefde en rauwe lust, dat Lotte voelde dat ze smolt. Er waren geen woorden nodig. Dit was het. De connectie die ze de hele dag hadden opgebouwd, in de koude boomgaard, tijdens de lunch, in de stilte van het werk, kwam nu samen in dit hete, kleine bad.
Lotte begon te bewegen. Een malend ritme. Ze reed op Sanne’s dij, terwijl Sanne’s handen onder water haar heupen stuurden en haar billen kneedden. Het deinen van het water bewoog met hen mee, een nat metronoom voor hun genot.
Ze zoenden elkaar, diep en proevend. Sanne’s hand gleed tussen hun lichamen in, terug naar de plek waar Lotte haar het meest nodig had.
“Oh god, ja… blijf daar,” hijgde Lotte tegen Sanne’s mond.
De climax bouwde zich op als een golf, allesomvattend. Lotte klemde zich vast aan Sanne, haar nagels in Sanne’s schouders, en liet zich gaan in het ritme, in de blik van Sanne die haar niet losliet, in de veilige, natte hitte van hun samenzijn.
Toen ze stilgevallen waren, legde ze haar voorhoofd tegen dat van Sanne. Hun ademhaling vulde de kleine badkamer, samen met de stoom die langzaam optrok. Ze bleven zo zitten, verstrengeld, het water dat langzaam afkoelde maar nog steeds comfortabel was. Sanne streek een natte lok haar uit Lotte’s gezicht en keek haar aan, een zachte glimlach om haar lippen.
“Schoon,” fluisterde ze.
“En heel gelukkig,” antwoordde Lotte, terwijl ze haar hoofd op Sanne’s schouder legde en luisterde naar het kloppen van haar hart.
“Denk je dat we dit nog doen als we tachtig zijn?” vroeg Lotte na een tijdje zachtjes. “Hier wonen, bedoel ik. De boomgaard snoeien?” Sanne kuste haar natte haren.
“Ik hoop het. Misschien heb ik dan wel een rollator nodig om bij de bomen te komen, maar zolang jij de takken sleept…” Lotte giechelde.
“Afgesproken.”
Ze kwamen overeind om uit het bad te stappen. Lotte zette haar voet op de natte tegels en gleed bijna uit over het water dat over de rand was geklotst. Ze greep wild om zich heen en vond Sanne’s arm.
“Ho, rustig aan tijger,” lachte Sanne, terwijl ze haar stevig vasthield. “Niet nu alweer vallen, we zijn net heelhuids de dag doorgekomen.”
Lotte leunde tegen haar aan, veilig en vastgehouden.
“Zolang jij me maar opvangt.”
Het blijft, ook na 3 delen, een ongelooflijk lief verhaal. Mooi gedaan, hoor.
A.
moet je bijna zelf ervaren , voor zo een verhaal te schrijven !!!! top 5 stars
Dikke 5 sterren hoor heel mooi geschreven in een adem uit gelezen net een Romannetje zo zou het altijd moeten zijn hè.
Groet Pieter.
Dank je wel. Ik was opzoek naar een “De Apple Spice B&B” vibe, alleen dan met wat meer spice… Gewoon een fijne plaats waar alles goed is, gecombineerd met erotiek.