Mail 1

Sophie van Dijk was zevenentwintig, een meter negenenzeventig, slank en sportief gebouwd. Haar haar was echt rood — niet oranje, niet koper, maar die diepe, glanzende tint die in het licht van de ochtendzon leek te branden. Ze droeg het meestal in een strakke knot of een lage paardenstaart. Haar gezicht was helder, met sproeten over de neusbrug en groene ogen die te serieus keken voor haar leeftijd.

Haar borsten waren een stevige B-cup, stevig door de sport, met kleine, bleke tepels die bij de minste aanraking hard werden. Eén vinger over de stof van haar bh was genoeg om een kriebel laag in haar buik te laten ontstaan, en verder naar beneden, tussen haar benen. Daar zat een strakke kut, met kale, zachte lipjes en daarboven een net bosje roodbruin haar dat ze nooit helemaal weghaalde. Lange benen, stevige dijen van het hardlopen, en een ronde, strakke bilpartij die in elke broek een lichte welving gaf — een kontje dat uitnodigde zonder dat ze het ooit bewust toonde.

Ze kleedde zich altijd zakelijk. Blazers in donkerblauw of grijs, blouse tot de hals dichtgeknoopt, rechte pantalons of knielange rokken met panty. Haar ondergoed was functioneel: effen katoenen slips in zwart of huidskleur, bh’s zonder kant, zonder strikjes. Lingerie bestond niet in haar la. Als ze ging sporten — hardlopen of de sportschool — droeg ze oversized hoodies en losse joggingbroeken die alles verhulden. Ze was een beetje preuts. Eén vriendje had ze gehad, tijdens haar studie. Hij had haar ontmaagd op een smal studentenbed. Alleen neuken. Pijpen vond ze vies. Beffen nog erger. Daarna was het stil geworden op dat vlak.

Haar drie beste vriendinnen waren net zo vrijgezel als zij.

Lotte was de donkere: diep bruine huid, kort krullend haar dicht tegen de schedel, een smal gezicht met hoge jukbeenderen en kleine, stevige borsten. Ze was lesbisch, maar niemand schatte het zo in — te sportief, te direct, te vaak in mannengezelschap zonder flirt. Marit en Sanne waren beiden blond. Marit had lang, asblond haar en een zachte mond; Sanne was platinablond, iets korter, met een lach die te luid was voor kantoor. Alle drie slank, mooi, en net zo single. Ze dronken wijn in Sophie’s tuin, lachten hard, en praatten over alles behalve seks.

Sophie woonde in een luxe rijtjeshuis aan de rand van een kleine stad. Witte gevel, grote ramen, een keuken die te groot was voor één persoon. Achterin een mooie tuin met een terras, een pergola en hoge heggen die toch niet helemaal dicht waren — de buren konden meekijken als ze wilden. Ze werkte als advocate bij een middelgroot kantoor. Redelijk succesvol, slim, nog geen grote uitschieters. De meeste collega’s waren mannen. Een paar vrouwen. Mannelijke stagiaires die te hard lachten om grappen van de partners. Er waren vier partners-eigenaren: drie mannen, één vrouw — of eigenlijk vijf als je de stille tweede vrouw meerekende, maar Sophie telde de actieve vier.

Op een dinsdag kreeg ze als derde advocaat een casus op haar bureau. Een ingewikkeld contractgeschil met een buitenlandse holding. Ze las het dossier drie keer. Ze had geen idee waar te beginnen.

Die middag piepte haar mail.

Onbekende afzender.

Als je de oplossing wilt, moet jij eerst iets doen. Eerst jij. Dan de oplossing.

Ze keek om zich heen over de open kantoortuin. Wie maakte een grap? De stagiair met de te strakke overhemden? Een van de partners? Ze sloot de mail en negeerde hem.

De volgende ochtend zat het probleem er nog. Haar notities waren een warboel. Om half elf opende ze de mail opnieuw en typte:

Wat zou ik moeten doen?

Het antwoord kwam binnen vijf minuten.

Trek je slip uit. Op de etage waar ook de kantine is, doe hem in de prullenbak van het invalidentoilet.

Ze voelde de hitte in haar wangen. Natuurlijk ging ze dat niet doen. Absoluut niet.

Een uur later zat ze nog steeds vast. Haar cursor knipperde op een lege pagina. Niemand zag het toch? De kantine-etage was om deze tijd half leeg. Ze kon proberen.

Ze typte: Ok. Ik ga het doen.

Haar handen trilden toen ze opstond. De blazer voelde te strak. Ze liep naar de trap, en het leek alsof elke collega opkeek — de mannen bij de koffieautomaat, de stagiaire die net een dossier droeg, zelfs de schoonmaker met zijn kar. Niemand keek echt. Toch voelde ze hun blikken op haar rug, op haar kont in de grijze pantalon.

Boven was de gang leeg. De kantine achter een glazen wand; twee mensen zaten ver weg met hun laptop. Het invalidentoilet zat aan het einde, breed, schoon, met een grote prullenbak naast de wastafel. Sophie deed de deur op slot. Haar adem kwam kort. Ze trok haar pantalon naar beneden en uit, haakte haar duimen in de randen van de effen zwarte katoenen slip, en schoof hem over haar heupen, over haar dijen, tot hij loskwam bij haar enkels. Ze bukte, raapte hem op. De stof was een beetje warm van haar lichaam. Tussen haar benen voelde ze de lucht — koel, direct op de kale lipjes, op het bosje erboven. Ze stopte de slip diep in de prullenbak, onder een paar papieren handdoeken, en trok haar pantalon weer omhoog. De rits ging dicht. Geen stof meer tussen haar en de voering van de broek.

Terug naar beneden was erger.

Elke stap wreef de stof van de pantalon tegen haar kut. De naad zat precies in het midden. Haar kleine tepels stonden hard in de bh; ze voelde ze bij elke beweging. Kriebels schoten door haar buik, lager, dieper. Ze werd vochtig. Ze voelde het — een dunne, warme glans tussen de lipjes die zich vastzette aan de binnenkant van de broek. Schaamte brandde in haar keel. Ze hield haar blik strak vooruit, knikte naar een collega die “morgen” zei, en zakte achter haar bureau. Ze zat met samengeknepen benen. Elke verschuiving maakte het erger. De stoel was hard. Haar kont drukte tegen de zitting zonder de gewone barrière van katoen. Ze was sliploos op kantoor, en niemand wist het, en dat maakte het erger en beter tegelijk.

Tien minuten later piepte de mail.

De oplossing stond erin. Duidelijk, logisch, precies de constructie die ze had gemist. Ze werkte het uit in één lange adem, vingers snel over het toetsenbord, terwijl haar blote kut tegen de broek drukte en haar tepels bleven steken. Trots. En sliploos.

’s Avonds fietste ze naar huis. De wind vond de randen van haar pantalon. Bij elk trappen voelde ze zichzelf — open, nat, bloot onder de degelijke stof. In de brievenbus lag een dikke envelop zonder afzender. Binnen: een bundel briefjes van vijftig euro . Tienduizend euro. En een briefje in dezelfde strakke letters:

Misschien verkeerd bezorgd.
Maar misschien nuttig.

Sophie trilde. Ze borg het geld op in de onderste la van haar bureau thuis, onder oude studieboeken, en stond lang onder de douche met het water te hard.

De volgende ochtend fietste ze weer naar kantoor. Blazer, blouse dicht, grijze pantalon, een nieuwe effen slip. Haar rode haar in een strakke knot. Degelijk. Zichzelf.

Alleen voelde de stof van de slip die dag een beetje te veel.

Wat vond je van dit verhaal?

Aantal stemmen: . Gemiddeld cijfer:

Nog geen cijfer, ben jij de eerste ?

Dit verhaal is 144 keer gelezen.
Reageren? Leuk! Houd het aub on topic en netjes, dankjewel!

Plaats een reactie