Ik zat in de bijna lege nachttrein, de eerste klas coupé voelde stil en leeg. Het was al na middernacht. Jenny, dat ben ik, met mijn jas over mijn schoot en een boek dat ik niet echt las. Buiten gleden donkere velden voorbij, af en toe een flits van een lantaarnpaal. De trein wiegde zacht heen en weer, het geratel van de wielen vulde de ruimte. Ik had een lange dag achter de rug, werk in de stad, en nu op weg naar huis. Vermoeid, maar niet slaperig. Mijn gedachten dwaalden af naar de eenzaamheid van de afgelopen weken, sinds mijn relatie was gestrand. Ik voelde me leeg, zoekend naar iets warms.
De trein stopte met een zucht bij een klein station, ergens in de polder. De deuren gingen open, koude lucht stroomde naar binnen. Niemand stapte uit. Maar iemand kwam binnen. Een man, lang en breed, met donkere haren en een jas die strak om zijn schouders zat. Hij keek rond, zag de coupé, en liep recht op me af. Hij ging zitten tegenover me, op de stoel die het dichtstbij was. Onze knieën raakten bijna de zijne. Hij knikte kort, een beleefde groet, maar zei niets. Ik keek op van mijn boek, ving zijn ogen. Donkerbruin, intens. Ik voelde een lichte kriebel in mijn buik. Ik sloeg mijn boek dicht en legde het weg.
Hij leunde achterover, zijn benen spreidden zich een beetje. De trein zette zich weer in beweging, het schokken liet de coupé trillen. Onze blikken haakten in elkaar. Ik kon niet wegkijken. Zijn ogen gleden over mijn gezicht, naar mijn lippen, dan lager, over mijn blouse die een knoopje los had. Ik voelde hitte opkomen in mijn wangen. Ik verschoof op mijn stoel, mijn rok schoof een stukje omhoog langs mijn dijen. Hij merkte het, zijn blik volgde de beweging. Geen woord. Alleen die stilte, dik en zwaar, gevuld met het geratel van de trein.
Ik ademde dieper in, mijn borst rees en daalde. Hij keek ernaar, zijn lippen krulden licht omhoog. Een uitnodiging? Ik beet op mijn onderlip, voelde mijn hartslag versnellen. De coupé was klein, de stoelen van leer, koud tegen mijn huid waar mijn rok niet reikte. Buiten was het pikdonker, geen lichtjes meer. We waren alleen, maar ik hoorde vaag de deur van de wagon in de verte. De conducteur kon elk moment komen. Die gedachte maakte het spannender. Ik leunde een beetje voorover, mijn ellebogen op mijn knieën. Zijn ogen werden smaller, hij deed hetzelfde. Onze gezichten waren nu dichterbij, ik rook zijn aftershave, houtachtig en warm.
Zijn hand bewoog, langzaam. Hij legde hem op zijn dij, vlak bij de mijne. De trein schudde, en zijn vingers raakten per ongeluk de stof van mijn rok. Of was het toeval? Ik verstijfde, maar trok niet weg. In plaats daarvan voelde ik een tinteling. Ik keek naar zijn hand, groot en sterk, met kortgeknipte nagels. Hij liet hem liggen, wachtend. Ik slikte, mijn keel droog. Mijn eigen hand gleed van mijn schoot naar mijn been, alsof ik mijn rok gladstreek. Onze vingers raakten elkaar nu echt, een lichte druk. Warmte verspreidde zich van dat punt omhoog, naar mijn buik.
Hij draaide zijn hand om, palm naar boven, een stille uitnodiging. Ik aarzelde, keek naar de deur van de coupé. Geen geluid. Ik legde mijn hand in de zijne. Zijn grip sloot zich zacht, maar stevig. Duim streelde over mijn knokkels. Ik voelde het door mijn hele arm gaan, een golf van hitte. Onze blikken bleven vast, zijn ogen donkerder nu, vol belofte. De trein ratelde harder, alsof het de spanning aanvoelde. Ik kneep in zijn hand, en hij trok me een stukje dichterbij. Onze knieën drukten nu tegen elkaar, door de stof heen.
Zijn vrije hand ging naar zijn riem, maar hij stopte. In plaats daarvan reikte hij naar mijn knie. Langzaam, vragend. Ik knikte, nauwelijks merkbaar. Zijn vingers gleden over mijn huid, onder de rand van mijn rok. Gladde strelingen, op en neer. Ik ademde scherp in, mijn lippen vaneen. De sensatie was elektrisch, mijn huid tintelde. Ik keek naar zijn gezicht, zag de lichte spanning in zijn kaak. Hij genoot hiervan, net als ik. Buiten flitste een tunnel voorbij, het licht viel even op ons, dan weer donker. In dat moment drukte hij harder, zijn hand hoger op mijn dij.
Ik leunde achterover, spreidde mijn benen een beetje. Uitnodigend. Zijn hand gleed verder, vond de rand van mijn slipje. Ik voelde de hitte daar al, vochtig en klaar. Zijn vinger trok een lijn over de stof, licht druk uitoefenend. Ik beet op mijn lip om een zucht te onderdrukken. De trein wiegde, het schudden liet zijn hand dieper glijden. Ik greep zijn pols, niet om te stoppen, maar om hem te leiden. Hij volgde, duwde de stof opzij. Direct contact, zijn vinger gleed over mijn lippen, vond de kern. Ik sloot mijn ogen even, de druk bouwde op, nat en warm.
Hij keek naar de deur, toen weer naar mij. De spanning van ontdekking hing in de lucht. Ik hoorde voetstappen in de gang, ver weg. Mijn hart bonsde harder. Maar hij stopte niet, zijn vinger cirkelde nu, traag en doelgericht. Ik voelde de druk toenemen, mijn heupen bewogen mee met het ritme van de trein. Mijn hand ging naar zijn broek, voelde de hardheid daar. Groot, stijf onder de stof. Ik wreef erover, voelde hem reageren, zijn adem stokte. Geen woorden, alleen onze ademhaling, synchroon met het geratel.
De voetstappen kwamen dichterbij. Ik verstijfde, maar hij drukte een vinger tegen zijn lippen, een stille shh. Zijn andere hand bleef bewegen, sneller nu. De deur van de coupé naast ons ging open, stemmen. We wachtten, mijn lichaam gespannen als een veer. De voetstappen vervaagden. Opluchting, vermengd met meer hitte. Ik ritste zijn broek open, voorzichtig. Mijn hand gleed naar binnen, vond hem. Hard, heet in mijn palm. Ik streelde op en neer, voelde de aderen, de top vochtig. Zijn hand in mij versnelde, twee vingers nu, glijdend in en uit.
De trein minderde vaart, een bocht. We schoven dichter naar elkaar toe. Ik stond op, half, en ging op zijn schoot zitten, rok omhoog. Zijn handen grepen mijn heupen, hielden me vast. Ik voelde hem tegen me aan drukken, door de dunne stof. Ik bewoog, wreef over hem heen. De coupé schudde, het maakte de wrijving intenser. Zijn mond kwam dichterbij mijn oor, warme adem. Nog steeds geen woorden, maar zijn greep zei alles. Ik tilde mijn heupen, schoof mijn slipje opzij. Hij positioneerde zich, en ik liet me zakken. Langzaam, hem voelend binnenglijden. Vol, rekkend. Ik beet op zijn schouder om niet te kreunen.
We bewogen mee met de trein, op en neer, ritmisch. Zijn handen onder mijn blouse, vingers kneden mijn borsten. Tepels hard tegen zijn palm. De spanning bouwde, laag na laag. Buiten naderde de stad, lichten flitsten. De eindbestemming was dichtbij. Maar we stopten niet. Ik draaide me om, rug tegen zijn borst, zodat ik de deur kon zien. Zijn armen om me heen, een hand op mijn borst, de andere tussen mijn benen. Hij stootte omhoog, diep. Ik voelde elke beweging, de druk, het natte glijden.
De trein remde, stationslicht viel naar binnen. We vertraagden, maar bleven bewegen, stil en intens. Deuren openden in de verte. Zijn hand bedekte mijn mond, zacht. Ik kwam klaar, golf na golf, mijn lichaam trillend tegen hem aan. Hij volgde kort daarna, diep in me, warm en vol. We bleven zo zitten, hijgend, tot de trein tot stilstand kwam.
Ik stond op, trok mijn rok recht. Hij ritste zichzelf dicht, ogen nog steeds op mij. De deur van de coupé ging open, de conducteur stapte binnen. “Tickets alstublieft.” We toonden ze, beleefd glimlachend. Hij vertrok, geen idee. Ik pakte mijn tas, liep naar de uitgang. Bij de deur keek ik om. Hij stond op, volgde. Buiten, op het perron, raakten onze handen elkaar nog een keer. Geen woorden. Maar de vonk was er, een belofte voor meer. Ik liep naar huis, lichaam nog tintelend, de nachtwind koelde mijn huid. Voor het eerst in weken voelde ik me levend, verbonden, klaar voor wat komen ging.