Een paar uur later opende Bjorn zijn ogen.
Het was donker, op het zwakke licht van de straatlantaarns na dat door de grote ramen viel. Hij lag even stil. Zijn lichaam voelde zwaar, zijn hoofd traag. De herinneringen kwamen terug in flarden: Joyce die danste in dat jurkje, Roberts handen op haar. Robert die haar nam als een hoer in dat kamertje, de manier waarop ze had gegild en gekreund toen ze allebei in haar zaten, hoe ze had gevraagd om meer. En nu lag hij hier. Naakt. In het huis van zijn baas. Met zijn vrouw naakt naast hem en diezelfde baas aan de andere kant.
“Wat hebben we gedaan?”
Hij staarde naar het plafond. De spanning van eerder was weg. In plaats daarvan zat er iets anders: een vreemde, ongemakkelijke stilte vanbinnen. Geen spijt precies. Meer het besef dat er een grens was overschreden die ze niet meer konden terugdraaien. Hij voelde Joyce’s warme huid tegen de zijne. Haar adem was diep en gelijkmatig. Robert snurkte zacht.
Bjorn schoof voorzichtig overeind. Zijn spieren protesteerden. Hij keek naar Joyce, streelde met één vinger langs haar wang. “Joyce,” fluisterde hij. “Hey.”. Ze mompelde iets, draaide haar gezicht naar hem toe. Haar ogen gingen langzaam open. Even keek ze verward, toen landde de herkenning en de herinnering. Ze ging iets hoger zitten, het dekentje dat iemand over hen had getrokken gleed van haar borsten. Ze keek naar Robert, die nu ook bewoog, zich omdraaide en zijn ogen opende.
Er viel een stilte. Niemand zei iets. Joyce trok het dekentje hoger. Bjorn zocht zijn boxershort, vond hem half onder de bank en trok hem aan. Robert ging rechtop zitten, wreef over zijn gezicht, keek van de een naar de ander. De sfeer was breekbaar, alsof niemand precies wist waar hij moest kijken. Schaamte hing er, of misschien alleen vermoeidheid, of de plotselinge helderheid van half twee ’s nachts na alles wat er was gebeurd.
Bjorn keek op zijn horloge. “Het is twee uur. Ik… ik wil naar huis”. Joyce knikte langzaam. “Ja.”
Robert stond op, naakt, zonder haast, en pakte een broek van een stoel. “Oké. Begrijpelijk.” Hij keek naar Bjorn. “Alles goed?”
Bjorn aarzelde. Het voelde raar om hier te staan, half aangekleed, met de herinnering aan hoe hij zijn vrouw had gedeeld met deze man, zonder dat dit de bedoeling was geweest. “Dit wordt niet gek. Op het werk. Tussen ons?”, vroeg Bjorn toen.
Robert knikte serieus. “Dat wordt het niet. Niet van mijn kant. Wat gebeurd is, blijft hier.”
Joyce stond op, zocht haar jurkje bij elkaar. “Ik douche even snel,” zei ze zacht. Ze verdween naar de badkamer. Het geluid van stromend water vulde de stilte die achterbleef.
Robert keek Bjorn aan terwijl ze alleen waren. “Echt. Als je erover wilt praten, of als het raar voelt… zeg het. Maar ik ga hier niet raar over doen op kantoor. Je bent een goeie gast ook voor mijn bedrijf. Dat verandert niet hierdoor.”
Bjorn knikte, dankbaar voor de duidelijkheid, al bleef het ongemak zitten. “Dank.”
Joyce kwam terug, haar haar nat, het jurkje weer aan, string eronder. Ze zag er moe uit, maar rustiger. Natte haren, maakten haar ook sexy. Ze pakten hun spullen. Robert deed de deur open. De nachtlucht was koel.
“Fijne reis naar huis,” zei hij alleen.
Ze liepen de trap af, de straat op, naar de auto. Bjorn reed. Joyce zat naast hem. Eerst was het stil. De stad schoof voorbij in oranje licht. Geen muziek. Alleen het zachte geruis van de banden.
Na een paar minuten begon Bjorn, stem laag.
“Ik lag daar wakker en dacht… wat als dit iets kapotmaakt tussen ons?”
Joyce keek naar buiten, toen naar hem. “Ik ook. Even. Toen ik wakker werd en jullie allebei zag liggen, dacht ik: dit is te veel. Te groot. Maar toen voelde ik jouw hand nog op me, en het was… niet verkeerd. Alleen heel veel. ”
Bjorn slikte. “Ik vond het spannender dan ik ooit had durven toegeven. Of ooit gedacht had. Jou zo zien. Jou zo horen. En tegelijk was er dat moment dat ik dacht: dit is mijn vrouw, en ik geef haar weg. Zelfs al was het tijdelijk. Zelfs al wilde je het zelf.”
“Ik wilde het,” zei Joyce eerlijk. “Meer dan ik van tevoren wist. En daar schrok ik van. Niet omdat ik jou minder wilde. Maar omdat ik merkte hoeveel ruimte er nog bleek te zitten in wat ik dacht te kennen van mezelf. Van ons.”
Ze legde haar hand op zijn been. “Het heeft me niet van je weggehaald. Het heeft me… dichterbij gebracht op een rare manier. Alsof we iets hebben gedeeld dat we niet meer hoeven te verstoppen.”
Bjorn knikte langzaam. De straatlichten streken over zijn gezicht. “Ik was bang dat je me anders zou gaan zien. Of ik jou. Maar nu we hier rijden… voelt het alsof we er allebei sterker uit zijn gekomen. Of in ieder geval eerlijker, opener.”
Joyce glimlachte flauw, moe. “Ja. Niet makkelijk. Maar het heeft ons iets gebracht. En het raakt onze liefde niet. Die is er nog steeds. Duidelijker misschien. Maar dit was wel eenmalig, hoor.”
Ze reden verder door de stille straten. Hand in hand, de stad achter zich latend, op weg naar huis. De nacht was nog lang, maar de stilte tussen hen was niet langer ongemakkelijk. Alleen vol.