De televisie speelde op de achtergrond, maar geen van ons keek echt.
Ik voelde haar tegen me aan zitten. Haar hand lag nog steeds in de mijne.
Het was zo’n klein gebaar dat ik bijna bang was om te bewegen.
Niet omdat ik dacht dat ze zou weggaan.
Maar omdat ik wist hoe gemakkelijk ik zo’n moment vroeger verkeerd had geïnterpreteerd.
Een aanraking werd een verwachting.
Een kus werd een hoop.
Een avond samen werd in mijn hoofd al snel een mogelijkheid.
En precies dat wilde ik nu niet doen.
Dus bleef ik gewoon zitten.
Na een paar minuten voelde ik haar duim langzaam over mijn hand bewegen.
Een klein, bijna gedachteloos gebaar.
Maar deze keer wist ik dat het niet toevallig was.
Ik keek naar haar.
Ze keek nog steeds naar de televisie.
“Wat?” vroeg ze.
“Niks.”
“Je kijkt alweer.”
“Ik mag toch kijken?”
Ze glimlachte.
“Je bent echt erg.”
“Jij bent degene die vandaag ineens begint te flirten.”
“Ik?”
“Ja, jij.”
Ze lachte zacht.
Toen werd ze weer stil.
“Vind je het echt fijn?”
De vraag kwam onverwacht.
Ik draaide me iets meer naar haar toe.
“Wat?”
“Dat ik dit doe.”
Ik keek naar onze handen.
“Ja.”
Ze knikte langzaam.
“Ik wist niet dat het zoveel betekende.”
Ik wilde meteen antwoorden.
Maar misschien moest ik deze keer niet te snel zijn.
“Het gaat niet alleen om wat je doet,” zei ik uiteindelijk.
“Waar dan wel om?”
Ik haalde mijn schouders op.
“Dat je het zelf doet.”
Ze keek me aan.
“Ik snap het niet helemaal.”
“Dat is net het punt.”
Ik glimlachte.
“Ik wil niet dat je dingen doet omdat je denkt dat ik dat van je verwacht.”
Ze keek even weg.
“Maar je hebt toch altijd meer behoefte gehad dan ik?”
“Ja.”
“Dan voelt het soms alsof ik je teleurstel.”
Dat kwam binnen.
Ik had nooit gewild dat ze zich zo voelde.
“Dat is niet wat ik wil.”
“Maar zo voelt het soms wel.”
Ik zuchtte.
“Ik weet het.”
Even zei geen van ons iets.
Toen voelde ik haar hoofd tegen mijn schouder zakken.
“Ik weet soms gewoon niet wat ik moet doen.”
Ik keek naar haar.
“Je hoeft niet iets te doen.”
“Maar jij wilt wel iets.”
“Ik wil jou.”
Ze tilde haar hoofd op.
Ik zag aan haar gezicht dat ze die woorden even moest verwerken.
Niet ik wil seks.
Niet ik wil dat je iets doet.
Gewoon:
Ik wil jou.
Ze glimlachte klein.
“Dat klinkt gevaarlijk romantisch.”
“Ik kan het ook verpesten als je wilt.”
Ze lachte.
“Nee.”
Haar hand gleed opnieuw over de mijne.
Deze keer trok ze me iets dichter naar zich toe.
Ik voelde haar wang tegen mijn schouder.
En toen gebeurde er iets kleins.
Ze kuste me.
Niet zoals een kus die je elkaar geeft wanneer je thuiskomt.
Niet vluchtig.
Ze draaide haar gezicht naar me toe en gaf me een zachte kus op mijn mond.
Daarna bleef ze dichtbij.
Ze keek me aan.
Alsof ze wilde zien wat dat met me deed.
Ik glimlachte.
“Wat?”
“Ik probeer niet te enthousiast te reageren.”
Ze begon te lachen.
“Waarom?”
“Omdat ik je niet wil afschrikken.”
“Misschien moet je dat juist eens niet doen.”
Ik keek haar verbaasd aan.
“Wat bedoel je?”
Ze haalde haar schouders op.
“Misschien mag je gewoon laten merken dat je het leuk vindt.”
Dat was misschien wel het meest directe wat ze die avond gezegd had.
Ik legde mijn hand tegen haar wang.
“Ik vind het heel leuk.”
Ze glimlachte.
“Goed.”
Ze kuste me opnieuw.
Deze keer iets langer.
En voor het eerst sinds lange tijd voelde een kus niet als het begin van een discussie over wat er daarna moest gebeuren.
Er hoefde niets daarna te gebeuren.
We konden hier blijven.
Gewoon zo.
Maar toen trok ze zich een klein beetje terug.
“Ik heb nog iets.”
“Wat?”
Ze keek even onzeker.
“Ik heb iets voor je klaargelegd.”
Mijn hart maakte een sprongetje.
“Wat dan?”
“Dat zeg ik niet.”
“Waarom niet?”
“Omdat je anders weer gaat zitten wachten.”
Ik grijnsde.
“Je begint gevaarlijk te worden.”
“Misschien.”
Ze stond op.
Ik keek haar na.
Ze draaide zich bij de trap nog even om.
“En kom niet meteen mee.”
“Waarom niet?”
“Omdat ik wil dat je even wacht.”
Ze glimlachte.
Toen liep ze naar boven.
Ik bleef alleen achter in de woonkamer.
En voor het eerst in lange tijd voelde wachten niet als afwijzing.
Het voelde als spanning.