’s Ochtends zette ik koffie terwijl Willem al onder de douche stond. Het water klonk door de muur. Ik sneed een boterham, at hem staand aan het aanrecht, beantwoordde mails op mijn telefoon met één hand. Op kantoor dronk ik de lauwe automatenkoffie die ik al jaren dronk. ’s Avonds deden we boodschappen bij de Albert Heijn, vulden het karretje met dezelfde dingen, praatten over de verbouwing of over niets. Thuis zat Willem op de bank met een boek of een biertje. Ik legde mijn hoofd tegen zijn schouder en voelde de warmte van zijn lichaam door zijn shirt.
Ik hield me aan wat ik mezelf had beloofd. Twee afspraken, hooguit drie. Niet meer. Toch bleef er iets hangen.
Als ik de envelop in de la onder mijn sokken schoof, bleef mijn hand soms een seconde te lang liggen. De la ging dicht, maar de stilte erna was net iets dikker dan anders. En als Willem ’s avonds zijn hand op mijn heup legde, schoot er soms een korte flits door me heen van andere vingers, andere druk. Niet heftig. Alleen aanwezig, als een echo die niet helemaal wegebde.
Het eerste visitekaartje dat ik kreeg zat nog in mijn portemonnee, tussen de bonnetjes en de muntjes. Op een avond haalde ik het eruit. Het karton voelde zacht aan de randen van het veelvuldig aanraken. Ik keek naar de naam die me niets zei, naar het nummer dat ik inmiddels uit mijn hoofd kende, en stak het terug. Alleen de herinnering aan de lift bleef hangen. Aan de man die me had aangezien voor iets wat ik toen zelf nog niet helemaal was.
Manon had eerder die week geappt. “Volgende week vrijdag bij ons? We missen jullie en we hebben iets te vieren.” Ik had teruggetypt dat ik er zou zijn en dat ze me niets moest vertellen. Ik hield van verrassingen.
Daarna was het stil gebleven. Ik had er niet meer aan gedacht. Tot mijn telefoon vrijdagochtend opnieuw trilde. Een bericht van Manon. “Pieter moest vanavond weg. Ik heb hem weggestuurd. Kom je alleen? Kunnen we bijpraten.”
Manon deed open. Ze droeg een trainingsbroek en een wijde trui. Haar huis rook naar kaarsen. Haar haar zat half opgestoken. Ze glimlachte toen ze me zag, maar haar ogen stonden serieuzer dan anders.
We zaten op de bank met wijn. Eerst praatten we over niets. Over werk, over een serie die ze had gezien, over hoe druk de week was geweest. De stilte viel pas toen de glazen halfleeg waren. Manon draaide haar glas langzaam rond tussen haar vingers. Het ijs was allang gesmolten.
“Je bent de laatste tijd zo… ergens anders,” zei ze uiteindelijk. “Ik zie het aan je. Speelt er iets?” Ik keek naar mijn handen.
“Het is moeilijk uit te leggen.”
“Probeer het,” zei ze zacht. “Ik wil het snappen.” Ik nam een slok wijn en hield het glas daarna stevig vast.
“Weet je nog die avond? Dat we deden alsof jullie mij inhuurden?” Manon knikte. Haar blik werd scherper.
“Diezelfde avond, in het hotel, kreeg ik in de lift een visitekaartje van een man. Hij dacht…” Ik zocht naar de woorden. “Hij dacht dat ik het echt was. Een professional.” Manon keek me aan zonder iets te zeggen. Haar mond was een klein stukje open.
“En?” vroeg ze na een paar seconden.
“En sindsdien doe ik het.” Haar gezicht veranderde. Niet meteen geschokt, meer alsof iets op zijn plaats viel wat ze al een tijd ergens had voelen aankomen. Ze zette haar glas neer, iets te hard. Het tikte tegen de tafel.
“Echt? Met vreemde mannen? Voor geld?”
Ik knikte. Manon leunde achterover, keek even weg naar het raam, en toen weer naar mij. Ze lachte kort, een geluid zonder humor.
“Jesus, Noor.” Ze schoof dichterbij op de bank. Haar knie raakte de mijne.
“Vertel, als je wil,” zei ze. “Hoe gaat zoiets?”
Ik ademde diep in.
“Het begint al dagen van tevoren. Je kiest iemand uit de berichten. Je kijkt naar de woorden die hij gebruikt, naar hoe beleefd of hoe direct hij is. Dan boek je een kamer of je gaat naar zijn plek. Onderweg in de auto of in de taxi voel je het al. Een soort spanning in je buik die niet alleen opwinding is. Ook iets dat lijkt op concentratie. Alsof je jezelf kleiner maakt en tegelijk harder.” Manon bewoog niet. Alleen haar ademhaling was hoorbaar.
“Bij de deur is het het ergst. Of het spannendst. Je weet niet wie erachter staat. Je weet alleen dat hij betaald heeft om jou aan te raken. De eerste seconden dat je hem ziet, meet je hem. Lengte, handen, ogen, geur. Soms is er meteen iets. Soms niet. Dan begint het toch.”
Ik nam nog een slok.
“De eerste aanraking is altijd anders dan je denkt. Een hand op je arm, op je heup, op je gezicht. Een vreemde huid. Soms te warm, soms te droog. Je lichaam reageert sneller dan je hoofd. Je merkt dat je nat wordt terwijl je nog nadenkt of je dit wel wilt. En ergens daarna, als hij in je is, is er een moment waarop je stopt met nadenken. Je wordt alleen maar lichaam. Ademhaling. Druk. Temperatuur. Soms is het goed. Soms is het gewoon. Soms is het vreemd. Er was een man die alleen naar mijn voeten keek. Twintig minuten lang. Hij kwam klaar over mijn tenen. Ik voelde me geen hoer. Ik voelde me een soort altaar.”
Manon slikte. Haar hand lag nu op mijn dij, warm door de stof van mijn broek. Haar duim bewoog heel licht heen en weer.
“En daarna?” vroeg ze.
“Daarna trek je je kleren weer aan, neem je het geld en ga je weg. In de auto of in de taxi word je weer Noortje. Thuis is Willem. Hij vraagt weinig. Soms kijkt hij me aan alsof hij iets ziet dat hij zelf in gang heeft gezet, maar niet meer helemaal snapt. We praten er niet veel over. Het is er gewoon.”
Manon schoof nog dichterbij. Haar ademhaling was langzamer geworden.
“Ik kan me daar bijna niets bij voorstellen,” fluisterde ze. “Maar als je het zo vertelt… voel ik het bijna.”
Manon keek me nog steeds aan. Haar hand lag zwaar op mijn dij, de duim bewoog bijna onmerkbaar. De stilte tussen ons was veranderd. Niet ongemakkelijk, maar dik, alsof de lucht zelf was gaan drukken.
Ik voelde haar adem dichterbij komen. Ze rook naar wijn en iets warms, iets van haarzelf. Haar knie schoof nog een stukje tegen de mijne. Ze zei niets meer. Ze keek alleen, en in die blik zat de nieuwsgierigheid van zojuist vermengd met iets ouders. Iets dat al speelde sinds die eerste avond, toen ze me had aangeraakt terwijl Pieter keek.
Voor mij voelde het alsof er een knoop losliet die ik niet eens meer had gevoeld. Bij de mannen was ik het object. Ik werd aangeraakt, gebruikt, bekeken. Hier zat iemand die naar mijn woorden had geluisterd en nu dichterbij kwam omdat ze wilde, niet omdat ze had betaald. Dat verschil maakte mijn huid warm. Ik merkte dat ik mijn benen niet wegtrok. Integendeel.
Manon leunde langzaam naar voren. Haar neus raakte bijna de mijne. Ik voelde haar adem op mijn mond. Even leek ze te aarzelen, alsof ze me de kans gaf om weg te draaien. Ik deed het niet.
Toen kuste ze me. Haar lippen waren zacht en warm van de wijn. Geen haast, geen honger zoals die eerste keer bij haar thuis. Meer onderzoekend, alsof ze wilde voelen of het nog hetzelfde was. Mijn mond opende zich bijna vanzelf. Haar tong gleed langzaam langs de mijne. Ik proefde de wijn. Een rilling trok over mijn rug, niet omdat het verboden was, maar omdat het vrijwillig was. Omdat zij dit deed terwijl ze wist wie ik inmiddels was, en toch dichterbij kwam.
Haar hand kroop hoger over mijn dij. Mijn eigen hand vond haar middel, onder de losse trui, en voelde de warme huid daaronder. We kusten dieper. De bank kraakte zacht toen ze nog dichter tegen me aan schoof. Haar borst drukte tegen de mijne. Ik voelde haar hartslag, of de mijne, ik wist het even niet meer.
Het voelde goed omdat het geen rol was. Geen afspraak, geen geld, geen blinddoek. Alleen Manon die me kuste alsof ze me al die tijd al had willen proeven, en ik die me eindelijk liet kussen zonder te hoeven presteren.
Toen ik later mijn jas aantrok, bleef Manon een moment in de deuropening staan. Haar wangen waren nog iets roder dan anders. Ze pakte mijn pols, niet stevig, meer alsof ze me nog even vast wilde houden.
“Kom snel weer,” zei ze. Haar stem was zachter dan eerder op de avond. “Ik wil meer horen. En niet alleen horen.”
Ik keek haar aan. Ze hield mijn blik vast. Er zat geen grap in haar ogen. Alleen iets dat al langer speelde en nu eindelijk ruimte kreeg.
“Ik wil je zien terwijl ik weet wat je doet,” zei ze bijna fluisterend. “Niet als spel. Echt.”
Ik knikte, zonder te weten of ik ja zei tegen een volgende keer of tegen iets groters.
Buiten was de lucht koel. In de auto bleef ik even zitten zonder de motor te starten. Op mijn mond voelde ik nog de druk van haar lippen. En ergens dieper zat nu ook de zin die ze had gezegd. Die bleef hangen, warmer dan de kus.
Twee dagen later kwam er een nieuwe aanvraag binnen. Een anoniem Proton-mailadres, duidelijk een schuilnaam. De man schreef kort en zonder opsmuk. Hij wilde een blinddoek. Geen gesprek. Alleen aanraking. Geen namen, geen gezichten. Ik moest klaarliggen, deur op een kier, om acht uur. Stipt.
Ik las het bericht drie keer. De meeste verzoeken waren voorspelbaar. Dit was anders. Het idee om helemaal niets te zien, om alleen te voelen en te horen, trok me aan op een manier die ik niet meteen begreep. Het voelde riskanter. Intiemer ook. Alsof ik mezelf nog verder weggaf dan ik al deed. Ik accepteerde.
Diezelfde middag boekte ik een kamer in een hotel aan de rand van de stad. Neutraal, schoon, zonder uitzicht dat afleidde.
Ik stond alleen in de hotelkamer. De gordijnen dichtgetrokken en alle lichten uit, op het kleine bedlampje na. Het gaf een warme, beperkte gloed over het bed. De rest van de kamer viel weg in schaduw.
In de badkamer trok ik mijn kleren uit en hing ze netjes op. Daarna deed ik het setje aan dat ik had gekozen. Zwart kant, dunne bandjes, een bh die mijn borsten omhoog duwde zonder ze helemaal te bedekken. Het slipje was nauwelijks meer dan een streep stof met een randje van kant. Ik keek naar mezelf in de spiegel. Mijn wangen waren al warmer dan normaal. Mijn handen trilden licht toen ik de blinddoek oppakte.
Dit was anders dan de andere keren. Dan zag ik nog wie er binnenkwam. Dan kon ik nog iets aflezen van een gezicht, een houding, een blik. Nu gaf ik dat ook weg. Ik zou liggen, blind, en wachten tot een man me zou aanraken. Het idee alleen al deed mijn maag samentrekken. Van angst, van opwinding, van allebei.
Ik legde de blinddoek klaar op het nachtkastje, ging op het bed liggen en keek nog één keer naar het zwakke licht van de lamp. Toen zette ik de stof voor mijn ogen en knoopte hem vast.
Het licht verdween. Alles werd zwart.
Hij zou stipt om acht uur komen. Ik mocht de blinddoek niet afdoen en moest stil blijven liggen. Dat was de enige regel.
De seconden rekten zich uit. Ik lag te wachten op elk geluid. Mijn ademhaling klonk te hard en onregelmatig in de stilte. De stof van het laken kriebelde zacht onder mijn schouderbladen. Mijn tepels stonden al strak tegen het dunne kant, alleen van het liggen en het wachten.
Toen hoorde ik het. Een klik in het kleine halletje van de kamer. De buitendeur die dichtviel.
Even schoot er iets door mijn borstkas. Wat als iemand de deur op een kier had zien staan? Wat als het een schoonmaker was, of iemand van de receptie die kwam kijken of alles in orde was? Ik zag mezelf ineens liggen zoals ik nu lag: halfnaakt, geblinddoekt, wachtend. Dom. Roekeloos. Ik spande mijn benen aan, klaar om me op te richten, de stof van mijn ogen te rukken.
Maar er kwam geen stem. Geen “Hallo?” of een verbaasde stilte. Alleen rustige stappen op het tapijt. Een jas die werd neergelegd. Het zachte geritsel van stof. Iemand die wist waar hij was en wat hij kwam doen. De spanning zakte een stukje. Het was hem.
Hij bewoog langzaam door de kamer. Ik hoorde zijn voeten over het tapijt schuiven, een korte pauze, het lichte kraken van een stoel of tafel die hij aanraakte. Alles ging bedaard. Geen haast. Geen agressieve bewegingen. Het stelde me gerust op een manier die ik niet had verwacht. Alsof de kamer zelf rustiger werd door zijn aanwezigheid.
Toen raakte iets mijn enkel. Warm. Droog. Vingers. Er schoot een siddering door mijn hele lijf. Ik schrok ervan, al had ik erop gewacht. Mijn adem stokte even. Mijn spieren trokken onwillekeurig samen om daarna weer tot rust te komen. De aanraking was licht, bijna voorzichtig, maar onverwacht genoeg om mijn huid wakker te schudden. Zijn vingers bleven een moment liggen, alsof hij me de tijd gaf om te wennen. Toen gleden ze langzaam omhoog. Over mijn kuit. Langs mijn knie. De zachtere huid aan de binnenkant van mijn dij.
Niet gretig. Onderzoekend. Traag. Alsof hij de tijd had om me te leren kennen.
Ik merkte hoe mijn buikspieren zich eerst aanspanden en daarna langzaam loslieten. De warmte van zijn hand trok strepen over mijn huid die nog bleven gloeien nadat hij verder was gegaan. Hij streelde over mijn heup, over de lijn van mijn buik, over de stof van de bh. Zijn handen waren groot en zeker. Ze gleden tussen de lakens en mijn rug. Ze vonden de sluiting tussen mijn schouderbladen zonder te zoeken. Ik voelde hoe de bandjes losraakten, hoe het kant van mijn huid werd getrokken. De koele lucht raakte mijn borsten. Daarna schoof hij het slipje naar beneden. Langzaam, over mijn dijen, over mijn knieën, tot ik het helemaal kwijt was. Ik lag nu naakt. Elke centimeter huid leek ineens meer te voelen.
Het matras zakte naar beneden toen hij zijn hand naast me plantte. Hij boog zich over me heen. Ik voelde zijn adem op mijn buik, warm en regelmatig. Toen zijn mond. Hij kuste de huid onder mijn navel en ging lager. Ik voelde het vocht opwellen toen zijn tong mijn gevoelige plek raakte. Hij gleed verder naar beneden en naar binnen. Langzaam, met aandacht, alsof hij precies wist waar hij moest zijn. Tegelijk lagen zijn handen op mijn borsten. Hij streelde, kneedde, volgde de vorm, maar raakte mijn tepels niet aan. Alsof hij wist dat ik dat niet prettig vond. Ik boog mijn rug. Het voelde te precies. Te bekend.
Hij stopte. Hoe lang lag ik daar al? Een paar minuten of toch een half uur? Ik was alle notie van tijd kwijt. Ik hoorde geritsel. Vermoedelijk een riem die door de gesp werd getrokken. Stof die viel. Het werd stil. Ik voelde een nieuwe luchtstroom over mijn heupen. Niet van de airconditioning, maar alsof er een hand vlak boven mijn huid zweefde.
Toen een ander geluid. Ritmisch. Een geluid dat ik onmiskenbaar herkende. Op en neer. Langzaam. Ik hoorde zijn ademhaling die langzaam zwaarder werd. Het geluid alleen al maakte me natter. Ik lag daar, blind, en luisterde hoe hij zichzelf aanraakte terwijl ik naakt voor hem lag.
Toen voelde ik zijn vingers weer. Niet op mijn been dit keer. Tussen mijn benen. Hij raakte mijn gevoelige plek aan, precies daar waar ik al open en nat was. Tegelijk bleef dat ritmische geluid doorgaan. Hij streelde zichzelf terwijl hij mij aanraakte. Twee vingers gleden naar binnen. Diep genoeg om me te vullen, langzaam genoeg om me te laten voelen hoe ik me om hem heen sloot. Ik liet een zucht ontsnappen die ik niet had willen maken.
Het geluid van zijn hand stopte. Zijn vingers trokken zich uit me. Even was er alleen ademhaling. Toen voelde ik iets hards en warms tegen me aan. Hij schoof heen en weer door mijn nattigheid, zocht, en gleed toen in me. Langzaam. Centimeter voor centimeter.
Zonder dat ik hem kon zien was het anders. Ik had geen gezicht om me op te richten, geen schouders, geen blik. Alleen de indringing zelf. De rek, de warmte, de manier waarop hij zich een weg naar binnen baande tot hij helemaal tegen me aan lag. Elke kleine beweging voelde groter omdat ik niets anders had om me aan vast te houden. Mijn hele aandacht zat tussen mijn benen, bij de plek waar hij me vulde.
Hij begon te bewegen. Lange, diepe halen. Geen haast. Elke stoot kwam tot het einde, bleef even, en trok weer terug. Ik voelde hoe mijn lichaam zich om hem heen paste, hoe de druk steeds precies de juiste plek raakte.
Terwijl hij doorging legde hij zijn hand op mijn mond. Mijn lippen openden zich vanzelf. Twee vingers gleden naar binnen, diep in mijn keel. Ik voelde de kokhalsreflex opkomen, slikte hem weg en ademde door mijn neus. De druk in mijn keel en de druk tussen mijn benen vielen samen tot één zware, volle sensatie.
Hij stootte dieper. Zijn schaambeen drukte tegen mij aan, precies op de plek die het gevoeligst was. Er ging een warme tinteling door mijn hoofd.
Toen kwam er een korte, gedempte kreun. Niet alleen het geluid. De manier waarop hij daarna zijn voorhoofd tegen mijn schouder drukte, precies zoals Willem dat deed als hij kwam. De korte, warme ademhaling tegen mijn huid. En de druk van zijn hand op mijn heup, de duim die onwillekeurig een klein rondje draaide. Een gebaar dat ik honderden keren had gefungeerd in ons eigen bed.
De herkenning zat niet in mijn hoofd. Die zat in mijn lijf. Ik hield me stil. Ik duwde de gedachte niet weg. Ik liet hem gewoon liggen, zwaar en duidelijk, terwijl hij nog in me was.
Hij trok zijn vingers uit mijn mond en trok er een natte lijn mee over mijn hals, over mijn borsten, over mijn buik. Ik voelde mijn eigen speeksel op mijn huid. Toen schoof hij de twee vingers naast zijn slapper wordende geslacht naar binnen. Ik was ineens gevuld door hem en door zijn hand. Vol.
Hij trok zich helemaal terug. Ik voelde iets zachts over mijn buik strijken. Zijn haar. Een warme ademhaling over mijn navel. Toen een enkele druppel die op mijn huid viel. Zweet van zijn voorhoofd.
Het bed veerde mee toen hij opstond. Ik hoorde hem zich aankleden. Opnieuw het geritsel van stof, dezelfde riem, het geluid van een jas die werd aangetrokken. Stappen over het tapijt. De deur die dichtviel. Toen was het stil.
Ik bleef liggen. De blinddoek zat nog om. Ik bewoog niet. Mijn ademhaling kwam langzaam terug, diep en regelmatig. De kamer rook anders dan toen ik binnenkwam. Naar zweet, naar huid, naar seks.
Ik voelde mijn vingertoppen. Ze tintelden nog licht, alsof er een zwakke stroom door liep. Mijn handen lagen open naast mijn lichaam, de handpalmen omhoog. Ik voelde de koelte van de lucht eroverheen strijken. Mijn polsen, mijn onderarmen, de zachte huid aan de binnenkant van mijn ellebogen. Overal waar hij me niet eens had aangeraakt leek mijn huid nu waakzamer.
Mijn schouders. De plek waar zijn adem eerder overheen was gegaan.
Mijn borsten. Ik voelde precies waar zijn handen hadden gelegen. De druk, de manier waarop hij ze had gestreeld zonder mijn tepels te raken. Die vermijding voelde nu nog duidelijker. Alsof hij een kaart van mijn lichaam had gekend.
Mijn buik. De streep van mijn eigen speeksel die hij eroverheen had getrokken. Nog licht kleverig. Daaronder de plek waar zijn haar overheen was gestreken, waar de druppel zweet was gevallen.
Tussen mijn benen. Daar was het het sterkst. Ik voelde me open, gebruikt, nog nat van het glijmiddel en van mezelf. De herinnering aan zijn vingers en daarna zijn geslacht zat diep. Elke kleine beweging van mijn heupen herinnerde me eraan hoe vol ik was geweest. Eerst alleen zijn geslacht, daarna hij samen met zijn hand.
Mijn dijen, mijn knieën, mijn kuiten, tot aan mijn enkels.
Overal lagen sporen. Niet zichtbaar, maar voelbaar. Alsof hij met onzichtbare inkt lijnen over me had getrokken.
Dit was anders dan de keren dat ik kon kijken. Ik zag een gezicht, schouders, de manier waarop een man bewoog. Nu had ik alleen gevoeld. Geen beeld om de sensaties aan vast te knopen. Alleen huid, druk, temperatuur, geluid en de indringing zelf. Mijn lichaam leek groter geworden in het donker. Elke aanraking had meer ruimte gekregen.
Ik bleef nog een tijd zo liggen.
Pas toen de tintelingen begonnen te zakken, deed ik de blinddoek af. Het bedlampje was nog aan. Ik knipperde met mijn ogen en wachtte tot de kamer weer scherp werd.
Op het nachtkastje lag een envelop. Ik ging rechtop zitten, voelde hoe alles tussen mijn benen nog gevoelig was, en pakte hem op. De briefjes waren netjes geordend. Het bovenste briefje zag er anders uit. Ik trok hem uit de envelop.
Op de hoek stond met balpen een woord geschreven. Snel, scheef, precies zoals ik het zelf deed als ik tijdens een telefoongesprek iets moest onthouden en geen papier bij de hand had. Een woord dat ik herkende. Een woord dat ik zelf ooit op een spiekbriefje had opgeschreven.
Ik staarde ernaar. De kreun die zo bekend had geklonken. De manier waarop hij mijn tepels had vermeden. En nu dit.
Ik wist het bijna zeker.
Thuis brandde de lamp in de woonkamer. Willem zat op de bank met een boek op schoot. Hij keek op toen ik de deur dichtdeed. Ik liet mijn tas in de gang vallen. Mijn lichaam voelde nog zwaar en open.
We keken elkaar aan. Geen vraag, geen uitleg.
Hij legde het boek weg en stond langzaam op. Ik liep naar hem toe. Voor een moment zeiden we niets. Toen legde hij zijn hand in mijn nek, precies op de plek waar eerder die avond een onbekend voorhoofd had gelegen, en kuste me. Langzaam. Alsof hij me teruggaf aan mezelf. Ik kuste terug.
Later lagen we in bed. Mijn rug tegen zijn borst, zijn arm om mijn middel. Zijn ademhaling was regelmatig tegen mijn nek. Ik dacht aan Manons woorden, aan de manier waarop zijn duim eerder die avond dat kleine rondje had gedraaid, aan de envelop in mijn tas.
Ik wist het. Hij wist dat ik het wist. En geen van beiden zei het.
Zijn hand lag warm op mijn buik. Ik legde mijn hand eroverheen. De twee werelden lagen naast elkaar in het donker. Ze schuurden niet meer zo hard. Ze bestonden allebei omdat wij dat allebei toestonden.
Ik zou blijven doen wat ik deed, en hij zou de man blijven die me ’s avonds opwachtte zonder te vragen. Hoe lang dat zo kon gaan, wist ik niet. Maar vanavond, met zijn hartslag tegen mijn rug, Manons belofte nog in mijn hoofd en het woordeloze weten tussen ons, voelde het genoeg. Het voelde van ons.
Het slot van een pittige serie. Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen.