DE KONINGIN
Na een lichte maaltijd arriveer ik niet veel later in mijn werkvertrekken, waar ik mijn ministers bij elkaar liet roepen voor een ingelaste vergadering. Ik heb ze nieuws te vertellen.
Net als ik wil beginnen met de heren toe te spreken komt Bontemps binnen. Hij loopt naar me toe en fluistert in mijn oor dat de boerenmeisjes zijn gevonden. Ik knik tevreden en zeg dat ik ze morgen thuis wil bezoeken.
Vervolgens spreek ik mijn zes ministers toe: ‘Heren. Ik ga op veldtocht, maar een andere dan u van mij gewoon bent. Ik wil weten wat er in mijn land leeft en zal de komende maanden de belangrijkste Hertogdommen bezoeken. Mijn broer Philippe vergezelt mij, hij bereidt de reis voor en draagt er zorg voor dat de Heren Hertogen tijdig uit Versailles vertrekken om ons op hun domeinen te ontvangen. Tijdens mijn afwezigheid zal mijn echtgenote Koningin Maria Theresia optreden als mijn plaatsvervanger, waarbij ze via dagelijkse koeriers in nauw contact zal blijven met mij.’
De ministers kijken mij fronsend aan, het is hen aan te zien dat het nieuw voor hen is, een koning die wil weten hoe het met zijn onderdanen gaat. Als mij de vraag wordt gesteld wat het doel daarvan is licht ik toe dat Frankrijk aan modernisering toe is en dat ik met eigen ogen wil verkennen wat daarvoor nodig is, waarna de heren alleen nog maar instemmend kunnen knikken.
Mijn koningin
Nadat we het geheel goed hebben doorgesproken verlaat ik hen en ga ik naar het appartement van mijn echtgenote. Als ik binnenkom zit zij zoals gewoonlijk met haar dames te borduren. Ze kijkt verheugd op en draagt terstond iedereen op de salon te verlaten. Ik zet mij naast haar op de bank en vertel haar van mijn beoogde rondreis door Frankrijk. Zoals ik al verwachtte verzoekt zij mij te mogen vergezellen maar ik zeg haar dat ik haar hier nodig heb, om mijn regering in toom te houden. Indien gewenst kan zij daar Madame Athénaïs de Montespan bij inschakelen. Haar donkere Spaanse ogen worden nog een tintje donkerder als ze verbeten reageert: ‘Esa puta, die hoer, God beware mij als ik ook maar éen woord met haar wissel.’
Ik moet er inwendig om grijnzen maar reageer niet. Ik sta op en zeg: ‘kom, mijn koningin, laten wij onze zoon de Dauphin een broer of zuster bezorgen. Meteen slaat haar stemming om, met rode blosjes komt zij omhoog, legt haar arm in mijn elleboog en kalmpjes wandelen wij naar haar slaapvertrekken, terwijl ze me uitvraagt over mijn reis, wat mijn doel is, wanneer ik vertrek, etcetera.
Terwijl ik mijzelf uitkleed en naakt in haar bed ga liggen laat zij zich ontdoen van haar kledingstukken door haar beide kameniers. Ik kijk keurend toe en hoewel er al wat grijs te zien is in haar bijna zwarte lange haren is zij nog steeds een mooie jeugdige dame om te zien. Haar zwangerschappen hebben haar lichaam nauwelijks aangetast, ze is hooguit iets voller geworden, hetgeen ik wel kan waarderen in een dame.
Als zij eenmaal naast mij ligt draait zij zich naar mij toe en fluistert ‘kwam je maar wat vaker bij me, mijn echtgenoot.’ Opnieuw reageer ik niet, ik ken dit verzoek inmiddels wel, ze kan of wil niet begrijpen dat ik haar alleen maar huwde om haar Spaanse afkomst en om voor mijn nageslacht zorg te dragen. Ik bevochtig haar, leg mij over haar heen tussen haar dijen en schuif mij dan bij haar naar binnen. Ook daar is zij nog steeds in goede conditie, zij sluit zich nauw en warm om mijn phallus. Om haar aan mijn aanwezigheid in haar lichaam te laten wennen schuif ik aanvankelijk in een rustig tempo op en neer. Het heeft effect, al spoedig opent zij zich verder, zodat ik haar met mijn volledige lans kan nemen.
Vanaf het moment dat ze goed is ingereden verhoog ik mijn tempo, waardoor Maria Theresia steeds verder in het liefdesspel getrokken wordt. Zodra zij Spaanse woordjes begint te fluisteren weet ik dat zij haar paradijs nadert, op dit soort momenten is zij op haar best en realiseer ik mij dat ik het op dit punt heb getroffen met mijn echtgenote. Ik gun haar haar extase, zo vaak komen wij niet samen. En dus steek ik mijn wapen beheerst steeds weer volledig in haar, tot het moment dat de woordjes worden vervangen door kreuntje en gilletjes, het moment om te versnellen. Toch duurt het nog even voordat ik me in haar leeg, Athénaïs heeft me enkele uren geleden al vakkundig bezeten.
Na afloop blijf ik nog even liggen, daarna stap ik uit bed om mezelf door een van de kameniersters te laten reinigen. Maria-Théresia smeekt me om nog even te blijven maar ze weet al heel lang dat ik dat niet zal doen, ze is mijn koningin, niet mijn minnares. Ik zeg haar een tijdje te blijven liggen om de bevruchting een kans te geven en met een lichte buiging vertrek ik.
De avonden
De avonden van Versailles zijn geliefd maar ook berucht onder de inwoners. Complotten worden gesmeed, spelletjes gespeeld, geheime liefdesrelaties verbroken of juist aangegaan. Ik ben uitgeput en hoewel ik nu naar bed zou moeten gaan kan ik het niet laten om toch nog even naar de salon-grande te gaan. Al in de verte hoor ik dat het er druk is, het gegons van stemmen dringt zelfs door de gesloten deuren tot hier. Bontemps gebaart de deurwachten de grote deuren open te zwaaien, kondigt me vervolgens aan met drie harde tikken en roept met luide stem ‘Le Roi!
Het is er afgeladen vol, maar ondanks de drukte valt iedereen stil om op te staan en een eerbiedige buiging te maken. Ik knik en geef met mijn hand een teken dat men verder kan gaan, waarna het lawaai weer in alle hevigheid losbarst.
Naar sommigen knikkend begeef ik me naar het zitgedeelte waar Philippe zich meestal met zijn kliek ophoudt. Als ik hen nader gebaart mijn broer aan zijn gezelschap plaats te maken waarna ik naast hem ga zitten. ‘Aan mijn zijde is alles geregeld’ zeg ik zacht, over twee weken kunnen we vertrekken. En jij?’ Philippe vertelt dat hij al een route heeft uitgestippeld. We beginnen in het Noorden, in het hertogdom Kassel, reizen via de Atlantische kust naar Bordeaux en vervolgens Pau in de Pyreneeën, en keren terug via enkele grote hertogdommen in het binnenland. De Hertogen die het aangaat vertrekken de komende dagen naar hun domeinen, om onze komst voor te bereiden.
Ik omhels mijn broer als dank en wandel nog even naar de kaartzaal.
Voordat ik die echter weet te bereiken word ik aangeklampt door Athénaïs. Ze troont me mee naar een rustige hoek en dringt zich aan me op. Ze snuffelt wat aan me en fluistert, ineens bozig en opgewonden: ‘Louis, was je bij die Spaanse kwezelaar?’ Het valt me op dat mijn dames een beperkte woordenschat hebben als het om hun concurrentes gaat. Als ik echter ergens een hekel aan heb is het wel aan jaloerse vrouwen.
Ik neem afstand van haar en spreek op luidere toon: ‘Madame de Montespan, ik verzoek u dringend uw woordkeuze te herzien. U heeft het hier over de Koningin van Frankrijk!’ Als ik zie dat ze verbleekt heeft ze hoop ik haar lesje geleerd, waarna ik doorloop met een ‘au revoir, Madame.’ Ik weet dat vrijwel het hele hof heeft meegekeken en het kan geen kwaad dat Athénaïs nu enkele dagen het centrum van de roddels zal zijn. Het zal haar hopelijk bijbrengen wat haar positie is. Bovendien verzekert me dit van een rustige nacht, ze zal nu zeker niet mijn bed opzoeken…
De twee nimfen die ik in het meertje trof wonen in een kleine boerengemeenschap, die ik vandaag een bezoek zal brengen, om meer ‘connaissance’, meer kennis over onderdanen te krijgen. Maar voor die tijd ben ik nu op weg naar de begrafenis van madame Sophie. Normaal gesproken woon ik als Koning geen begrafenissen bij, om het lot niet te tarten, maar voor Madame Sophie maak ik dit keer een uitzondering. Zowel Philippe als Bontemps rijden met mij mee in het Koninklijke rijtuig, en we nemen de gelegenheid te baat om mijn aanstaande rondreis door Frankrijk te bespreken.
Ik licht toe dat ik voorafgaand aan mijn reis alle Franse gezanten uit de ons omringende landen heb teruggeroepen om de politieke situatie bij de buren door te spreken, ik wil als ik op reis ben niet voor verrassingen komen te staan. De komende dagen spreek ik ze allen, daarnaast spreek ik mijn voltallige regering tot mijn vertrek dagelijks. Daarbij zal ook steeds mijn echtgenote koningin Maria-Theresia aanwezig zijn, als mijn tijdelijke plaatsvervanger. Philippe op zijn beurt heeft inmiddels de reis tot in de puntjes geregeld, onderweg verblijven we in adellijke residenties en er staan bezoeken aan diverse steden op het programma.
Het weerzien met Valy is innig. Ik omhels haar langdurig en opnieuw ervaar ik ten diepste het verlies dat het heengaan van Madame Sophie voor ons betekent. Mijn hele jeugd waren zij en haar keukens mijn toevluchtsoord en hoewel zij ‘slechts’ een kokkin was gaf zij mij meer wijsheid voor het leven mee dan mijn eigen moeder. Ze zal in een kleine tombe op het domaine worden bijgezet en samen met Valy en Philippe begeleid ik haar naar haar laatste rustplaats. Na afloop gebruiken we gedrieën een eenvoudige lunch en halen we herinneringen op.
Het platteland
Dan is het tijd om de boerengemeenschap te bezoeken, Bontemps heeft onze komst voorbereid. Als we het kleine gehucht binnenrijden hebben alle bewoners zich verzameld op een centraal gelegen en door bomen omgeven plein, dat niet verhard en daardoor erg stoffig is. Zodra ik uitstap maakt iedereen een diepe buiging en sinds lang doet me dit weer deugd. het eerlijke eerbetoon van deze eenvoudige mensen komt zo anders over dan het obligate buigen van mijn hovelingen.
De twee nimfen uit het meertje betonen zich na hun buiging weer als de vrolijke open meisjes. Het is leuk hen terug te zien, deze frisse boerendochters. Nadat ze hun schroom hebben overwonnen leiden ze ons rond en praten ze honderduit over hun leven hier, blij met de aandacht die ik ervoor toon. Philippe slentert wat verveeld achter ons aan en ondanks dat ik hem enkele keren probeer te betrekken houdt hij zich afzijdig, het interesseert hem niet echt.
De boerderijen staan voor het grootste deel rond het centrale plein. Nog niet eerder bezocht ik een boerengemeenschap en het valt me op hoe levenslustig deze mensen zijn. Na hun aanvankelijke terughoudendheid treden ze me steeds opener tegemoet, zeker nu ze merken dat ik geïnteresseerd ben in hoe ze leven en werken. Vrijwel allen hebben ze meerdere dieren bij huis en rondom het gehucht liggen de velden waar graan of groenten worden verbouwd. Er is slechts éen dissonant, als de afdracht van belasting aan de staatskas ter sprake komt. Altijd weer verbaasd het mij dat mensen niet inzien dat hun land al dat geld hard nodig heeft, voor hun eigen veiligheid en voor de grandeur van onze natie.
De meeste onderkomens verdienen nauwelijks de naam van boerderij, het zijn meer uit de kluiten gewassen hutten met lemen muren en rieten daken. Maar ondanks die eenvoud zien ze er in zijn algemeenheid goed verzorgd uit, evenals het bijbehorende erf. Ik wist niet wat ik hier kon verwachten, ik ben aangenaam verrast hoe mijn onderdanen op het land hun leven leiden. Ze vormen een gemeenschap en hoewel het overduidelijk geen vetpot is komen ze op mij vrolijker en gelukkiger over dan vele van mijn hovelingen. Bij het afscheid bedank ik allen en vooral mijn beide nimfen voor het zicht dat ze op het leven van hen en hun mede-dorpelingen boden. Ik had het voornemen opgevat ze over enkele dagen door Bontemps naar mijn bed te laten leiden, maar zie daarvan af, ze horen daar niet thuis.
X. Zara