De volgende ochtend was er op het eerste gezicht niets veranderd.
De kinderen moesten naar school.
Er moesten boterhammen gesmeerd worden.
Er was ergens een schoen kwijt en iemand had blijkbaar besloten dat het een goed moment was om een discussie te beginnen over welke trui absoluut niet aangetrokken kon worden.
Gewoon een ochtend zoals alle andere.
Maar voor mij voelde het anders.
Misschien omdat ik telkens terugdacht aan de avond ervoor.
Aan haar hand in de mijne.
Aan het feit dat zij zelf had gezegd dat ze het opnieuw wilde proberen.
Toen ik naar mijn werk vertrok, gaf ze me zoals altijd een kus.
Maar vlak voordat ik de deur uit wilde stappen, hield ze me even tegen.
“Wacht.”
Ik draaide me om.
Ze keek even naar de kinderen, alsof ze wilde controleren of niemand naar ons keek.
Toen gaf ze me nog een kus.
Iets langer deze keer.
Niet lang.
Niet spectaculair.
Maar bewust.
“Tot vanavond,” zei ze.
Ik glimlachte.
“Tot vanavond.”
Ze liep alweer terug naar de keuken.
Ik bleef nog een seconde staan.
Ze keek over haar schouder.
“Wat?”
“Je weet precies wat je doet, hè?”
Ze glimlachte.
“Misschien.”
En toen was ze weg.
Ik liep naar mijn auto met een glimlach die ik onmogelijk kon verbergen.
Rond elf uur trilde mijn telefoon.
Een bericht van haar.
“Hoe gaat het op het werk?”
Ik keek ernaar.
Normaal zou ik antwoorden: druk, maar goed. Bij jou?
Maar ik dacht aan gisteren.
Ik typte:
“Best goed. Maar ik zit nog steeds te denken aan die kus van vanmorgen.”
Ik legde mijn telefoon weg.
Nog geen minuut later kwam er antwoord.
“Welke kus? 😇”
Ik moest lachen.
Daar was het.
Ze deed het echt.
Ik stuurde:
“Die waarvan jij heel goed weet welke ik bedoel.”
Geen antwoord.
Ik werkte verder.
Tien minuten later:
“Misschien moet je vanavond beter opletten.”
Ik las het bericht twee keer.
Daarna legde ik mijn telefoon neer en probeerde weer aan het werk te gaan.
Het lukte niet.
Niet omdat het bericht zo expliciet was.
Dat was het helemaal niet.
Maar omdat ik haar nog nooit zo had meegemaakt.
Ze was aan het spelen.
Met mij.
Bewust.
Aan de andere kant van de stad zat zij achter haar bureau met haar telefoon in haar hand.
Ze voelde zich een beetje belachelijk.
Ze had het bericht al drie keer opnieuw gelezen.
Misschien moet je vanavond beter opletten.
Ze had het gewoon gestuurd.
Zomaar.
Maar nu wist ze niet goed wat ze ermee moest.
Ze had verwacht dat ze zich ongemakkelijk zou voelen.
In plaats daarvan voelde ze iets anders.
Een klein beetje spanning.
Ze vond het leuk dat hij zo reageerde.
Niet omdat ze hem wilde laten wachten.
Niet omdat ze ineens veel meer behoefte aan seks had.
Maar omdat ze voor het eerst merkte dat ze invloed had op hoe hij zich voelde.
Dat was nieuw.
Ze opende Spicer.
De vraag van de vorige avond stond er nog.
Ze had hem uiteindelijk niet beantwoord.
Niet omdat ze niets wist.
Juist omdat ze te veel had moeten nadenken over het antwoord.
Ze keek naar haar man in haar gedachten.
Wat vond ze eigenlijk aantrekkelijk aan hem?
Ze dacht aan zijn glimlach.
Aan hoe hij haar soms plaagde.
Aan hoe hij met de kinderen speelde.
Aan zijn armen.
Aan de manier waarop hij haar soms aankeek wanneer hij dacht dat ze het niet zag.
En toen besefte ze iets.
Misschien had ze de afgelopen jaren zo vaak gedacht dat hij meer seks wilde, dat ze was vergeten dat verlangen ook veel kleiner kon beginnen.
Een blik.
Een aanraking.
Een berichtje.
Het gevoel dat iemand op een gewone dinsdagmiddag even aan je denkt.
Ze glimlachte.
En vulde het antwoord in.
Dit keer drukte ze zonder lang twijfelen op verzenden.
Die avond merkte ik het meteen.
Ze deed niets groots.
Dat was juist het vreemde.
Ze was gewoon… anders.
Toen ik thuiskwam, kwam ze me tegemoet.
Ze keek naar me.
Niet vluchtig.
Even echt.
“Dag.”
“Dag.”
Ze kwam dichterbij en sloeg haar armen kort om me heen.
“Drukke dag?”
“Best wel.”
Ze liet me los.
“Mooi.”
“Mooi?”
“Dan heb je straks een reden om te ontspannen.”
Ik keek haar aan.
“Is dat een aanbod?”
Ze glimlachte.
“Misschien.”
Ik lachte.
“Je begint gevaarlijk te worden.”
“Ik?”
“Ja, jij.”
Ze liep alweer weg.
Ik bleef achter in de hal.
Ze keek nog één keer om.
En ik zag die glimlach.
Die kleine, bijna ondeugende glimlach.
Voor het eerst had ik het gevoel dat zij net zo goed wist wat ze aan het doen was als ik.
Later zaten we opnieuw samen op de bank.
Maar deze keer was het anders.
Zij kwam niet gewoon naast me zitten.
Ze draaide zich half naar me toe.
Legde haar benen over de mijne.
En pakte de afstandsbediening.
“Wat wil je kijken?”
Ik keek naar haar.
“Maakt me eigenlijk niet zoveel uit.”
“Waarom kijk je dan zo?”
“Omdat jij anders doet.”
Ze glimlachte.
“Misschien begin ik het leuk te vinden.”
“Wat?”
“Dat jij zo naar me kijkt.”
Ik wist even niet wat ik moest zeggen.
Ze legde de afstandsbediening naast zich neer.
“Vroeger dacht ik vaak dat jij alleen maar seks wilde.”
Ik keek haar aan.
“Dat dacht ik soms ook van mezelf.”
Ze lachte.
“Maar nu denk ik dat het iets anders is.”
“Wat dan?”
Ze schoof wat dichterbij.
“Je wilt dat ik je wil.”
Ik voelde hoe mijn glimlach langzaam verdween.
Niet omdat het pijn deed.
Omdat ze het eindelijk begreep.
“Ja.”
Ze knikte.
“Dat dacht ik al.”
“En?”
Ze keek me recht aan.
“En misschien vind ik het eigenlijk wel leuk om je dat te laten merken.”
Ik lachte zacht.
“Dat klinkt alsof je iets van plan bent.”
“Misschien.”
Ze pakte mijn hand.
Legde die op haar been.
Niet uitdagend.
Niet gehaast.
Gewoon bewust.
Toen keek ze me aan.
“Maar je moet me wel een beetje laten ontdekken wat ik leuk vind.”
Ik knikte.
“Dat beloof ik.”
Ze glimlachte.
“Goed.”
En voor het eerst voelde het niet alsof ik haar probeerde te overtuigen om meer te doen.
Het voelde alsof zij zelf nieuwsgierig begon te worden.
Niet naar seks.
Nog niet.
Maar naar ons.
Naar de vrouw en de man die ergens onder mama en papa nog steeds bestonden.
En misschien was dat precies wat we nodig hadden.