HET EINDE
Mijn rondreis door het land verloopt voorspoedig. De dagen rijgen zich aaneen met rondgeleid worden in steden of op de Domaines van mijn leenheren. Na enige tijd ontstaat een patroon dat steeds terugkeert. Op het platteland hebben mijn onderdanen redelijke leefomstandigheden, waarbij echter voor te velen de armoede spelbreker is. In de steden is er ook die armoede, welke wordt verergerd door de stank van afval die in de vaak te nauwe straten nauwelijks wordt opgeruimd.
Aanvankelijk vroeg ik mij verbaasd en soms ook boos af waarom daar niets aan wordt gedaan, maar inmiddels is mij wel duidelijk geworden dat het mijn onderdanen ontbreekt aan de middelen om het aan te pakken. Het zijn vooral de adel en stadsbesturen die in gebreke blijven, zij geven blijk van een desinteresse die ik breed aantref. Onderdanen zijn er voor de afdracht van belasting, om de grandeur van het vaderland veilig te stellen, verder is het aan henzelf zich betere leefomstandigheden te verwerven. Ook mijn broer Philippe blijkt er zo naar te kijken, de enkele keren dat ik poog met hem over mijn waarnemingen in gesprek te gaan maakt hij zich ervan af met wat gemopper over ‘…waar ik me ineens zo druk over maak’.
Pas als ik in Pau arriveer bij Charles de Blanchard, de Hertog van Montauban tref ik begrip aan voor mijn waarnemingen. Enige jaren terug hielp ik deze toen nog zeer jonge Hertog om orde op zaken te stellen in zijn hertogdom, dat ernstig verwaarloosd achterbleef na het heengaan van zijn vader. Ik ben onder de indruk van het werk dat hij en zijn broer in korte tijd hebben verzet. In zijn steden en dorpen tref ik een hogere levensstandaard aan dan elders in mijn land.
Het wordt me gaandeweg duidelijk waarom, hij bracht per graafschap adel en gegoede burgers bij elkaar in overlegraden, waar men de gezamenlijke opdracht kreeg om tot een door het volk gedragen bestuur te komen. De Engelsen kennen met hun parlement die aanpak ook al eeuwen, ik peins er echter niet over dat model op landelijk niveau over te nemen. Het landsbestuur is mij immers opgedragen door de Goddelijke Almacht en is niet deelbaar. In de Hertogdommen kan deze overlegstructuur echter, na wat ik hier zag ongetwijfeld vooruitgang brengen.
Het verblijf in Pau is al met al leerzaam en vooral ook zeer aangenaam, mijn vertrekken zijn luxueus ingericht, de maaltijden zijn onovertroffen en het gezelschap is iedere avond ronduit amusant. Daarbij moet ik bekennen dat het met name Claire de Blanchard, de jongere zus van de Hertog is die me tot deze gemoedsstemming doet komen. Tijdens de maaltijd hadden we veelvuldig oogcontact en het verbaast me dan ook niet als ze me na het diner opzoekt, als we ons in de salon verpozen met het kaartspel. Ik vind het prima, ze is een betoverend wezentje, waar ik graag mijn tijd aan besteed.
Ik kan me nog heugen dat ik haar destijds ontmoette toen de jongedame onder de hoede van haar broer in Versailles verbleef. In de afgelopen paar jaren heeft zij echter een metamorfose ondergaan, van het jonge meisje dat me toen ook al aantrok is ze uitgegroeid tot een mondaine jongedame. Ze is een opvallende roodharige schoonheid geworden, met groene ogen die kunnen vlammen als er een heilig vuur in haar ontsteekt. Kortom, het verblijf in Pau is aangenaam en omdat de reis die inmiddels een kleine maand duurt uitputtend is, besluit ik om wat rust te nemen en bij Montauban enkele extra dagen door te brengen.
Roodharige extase
Ik geef het even de tijd, maar na enkele dagen nodig ik haar uit in mijn bed. Het werd duidelijk dat ze ervoor open zou staan en ook haar broer liet me dit keer merken in te stemmen, in tegenstelling tot die keer in Versailles, toen hij haar overmatig beschermde.
Als ze eenmaal mijn kamer betreedt zijn in de voorgaande avonden alle woorden al gewisseld en zijn we er beiden aan toe de daad bij het woord te voegen. Ik ga achter haar staan en help haar haar jurk los te rijgen. Het is altijd een geduldswerkje om dames uit hun kleding te krijgen maar als ze uiteindelijk bloot voor me staat is het resultaat ernaar, ze is van een verfrissende schoonheid. Zowel de blosjes op haar wangen als haar stijve tepels verraden dat zij opgewonden is. Ik begeleid haar richting mijn bed, kleed dan ook mezelf uit en leg me naast haar. De drang is inmiddels groot, als ik haar benen open zie ik dat haar vagin al gereed is. Dat geldt ook voor mij. Ik tussen haar benen liggen en in éen beweging drijf ik mijn lans diep haar lijf in.
Eenmaal volledig in haar aangekomen leun ik op mijn armen, steunend boven haar, haar aankijkend. Als antwoord slaat Claire haar goddelijk lange benen stevig om mijn heupen en spoort ze me met haar hakken aan in haar te gaan bewegen. Dat hoeft ze wat mij betreft niet te herhalen, de afgelopen dagen heeft ze me voldoende opgewonden om dit niet langer uit te willen stellen.
Ik trek me bijna helemaal terug uit haar tot ze me een beetje zenuwachtig met haar hakken probeert terug te duwen. Heel even houd ik haar zo in spanning en dan stort ik me zo krachtig mogelijk terug in haar. Ik voel hoe onze lichamen elkaar hard raken en dat maakt een behoefte in me los om deze schoonheid er met mijn zwaard stevig van langs te geven. Keer na keer na keer drijf ik me hard en stevig tot het aller-diepste punt in haar, waardoor we allebei al gauw beginnen te transpireren. Het maakt het allemaal nog opwindender, onze lichamen die glanzen van het zweet en daardoor soepel over elkaar glijden, terwijl ik haar steeds weer doorklief met mijn zwaard, als in een strijd die op het slagveld niet zou misstaan.
Het lukt ons beiden deze spanning lang vast te houden, maar als op een gegeven moment Claire zich in een boog onder me spant en haar bekken naar me toe kantelt om me nog dieper in haar te krijgen voel ik dat ze niet ver is van een extase. Met nog een paar flinke stoten weet ik haar daar naartoe te brengen, waarna ze haar ogen sluit en op een andere plek lijkt te komen. Het is bijzonder erotisch om te zien hoe ze haar hoofd met de inmiddels woeste rode krullen op en neer rolt op het kussen, terwijl ze haar intens-witte slanke bezwete lijf tegen me aan perst en haar nauwe warme schacht stevig om mijn liefdeszwaard klemt. Ik laat het gebeuren en leg me geheel over haar heen, terwijl ik me zachtjes door beweeg, met als gevolg dat haar extase lang aanhoudt.
Als ik na enige tijd ervaar dat haar orgasme wegtrekt ga ik van de wellustige jonge vrouw af, zeg haar op handen en knieën te gaan zitten, pak haar haren stevig vast en steek me in éen beweging weer diep in haar. En alsof ik te paard zit berijd ik haar nu hard en lang, mijn lans steeds weer met ijzeren geweld volledig in haar duwend, in een galopperende cadans. Ze is verworden tot mijn strijdros en ik spoor haar aan tot hoge snelheid, alsof de vijand ons op de hielen zit.
Opnieuw komt Claire klaar en kreunend laat ze zich voorover zakken, haar gezicht in het dek duwend waardoor nu alleen haar billen nog omhoogsteken. Dat maakt het nog beter en ik beweeg me nog intensiever in haar op en neer. Als na een lange reeks van stoten Claire een beetje klagelijk mompelt dat het pijn begint te doen beweeg ik nog enkele keren wat rustiger op en neer om mijn orgasme op te wekken. In extase spuit ik me in haar leeg en als al mijn zaad eindelijk mijn lichaam heeft verlaten laat ik me op haar rug zakken. Niet veel later liggen we verstrengeld op onze zij, met mijn lans nog steeds in haar en zo val ik in slaap.
Als ik weken later in Versailles terugkeer weet ik wat me te doen staat. Ik draag de hogere adel op om onder leiding van de Hertog van Montauban voor de regio’s een nieuwe bestuursstructuur uit te werken, met daarin meer betrokkenheid van boeren en burgers. Gelijktijdig eis ik van hen hun financiën zo in te richten dat er meer middelen beschikbaar komen voor het verbeteren van de levensstandaard van hun onderdanen…
Tot slot
Na ‘De Zonnekoning’, ‘Het leger van de Prins’ en ‘Gräfin Anna Maria’ is ‘Leve de Koning’ het laatste deel van mijn vierluik over Louis XIV, een van de grootste Koningen van Frankrijk.
Het meeste wat ik over hem schreef klopt met de historie; hij werd als vierjarig jongetje piepjong koning en hij was al vroeg gék op seks met vrouwen, iets wat we tegenwoordig waarschijnlijk een seks-verslaving noemen. Louis zat tweeënzestig jaar lang op de troon, liet het paleis van Versailles bouwen en herstelde de macht van de koning over het land door de adel te verplichten ook in Versailles te komen wonen. Daarnaast vocht hij meerdere oorlogen uit om de buurlanden terug in het gareel te brengen.
Wat echter níet klopt met de feiten is dat ik Louis empathie toedicht met de omstandigheden waarin zijn onderdanen moesten leven. Dat medegevoel was er nauwelijks en paste ook niet in een absolute monarchie, zoals Frankrijk die toen had. Onderdanen waren goed voor de afdracht van belastingen en het bevolken van de legers, verder moesten ze niet morren. Wat uiteindelijk, twee koningen later, tijdens het bewind van Louis XVI leidde tot de Franse revolutie…
X. Zara